Wijngids · Regio's

Greco di Tufo wijn: het strenge wit van Irpinia

Greco di Tufo wijn komt uit acht dorpen ten noorden van Avellino en is de strengste witte wijn van Zuid-Italië. Geen zachte zomerwijn, maar een wit met grip, zout en een bittertje in de staart. Wij leggen uit waar hij vandaan komt, wat er van het zwavelverhaal klopt en hoe je hem drinkt zonder hem tekort te doen.

📚 13 min leestijd
Glas witte wijn met een wijngaard op de achtergrond, beeld bij Greco di Tufo uit Irpinia
Waar
Irpinia, acht dorpen in de provincie Avellino
Druif
Greco, minimaal 85 procent, rest Coda di Volpe
Stijl
Droog, ziltig, stevig zuur, licht bitter
Op dronk
3 tot 12 jaar, beter na een paar jaar fles

In het kort

TL;DR
  • Greco di Tufo is een witte DOCG uit Campanië. De zone beslaat acht gemeenten rond het dorp Tufo, ten noorden van Avellino, op 300 tot 650 meter hoogte langs de rivier de Sabato.
  • De wijn is droog, ziltig en behoorlijk streng. Verwacht witte bloesem, gedroogde abrikoos, vuursteen en een droge, bijna tannische afdronk. Geen fruitbom.
  • Zwavelmijnen verklaren de smaak niet. Tufo leefde van 1866 tot 1972 van de zwavel, maar geologen vonden geen zwavel in de wortelzone van de wijngaarden.
  • Greco heeft tijd nodig, Fiano niet. Fiano di Avellino drinkt jong al mooi weg. Greco komt vaak pas na drie jaar los.
  • Reken op 12 tot 25 euro voor een goede fles. Onder de tien euro koop je zelden een Greco die de reis waard is. Bekijk ook onze witte wijnen van kleine boeren.

Wat is Greco di Tufo wijn?

Greco di Tufo is een droge witte wijn uit de gelijknamige DOCG in Campanië, in het binnenland ten noorden van Avellino. De wijn bestaat voor minimaal 85 procent uit de druif Greco, aangevuld met maximaal 15 procent Coda di Volpe bianca. De zone telt acht gemeenten. Er wordt zowel stille wijn als mousserende wijn volgens de traditionele methode gemaakt.

Die 85 procent is geen detail. In de praktijk maken de meeste huizen hun Greco puur, zonder Coda di Volpe, omdat de druif in zijn eentje al genoeg te vertellen heeft. De ruimte in het reglement is er vooral voor oude gemengde percelen, waar in het verleden alles door elkaar stond aangeplant.

De appellatie hoort bij het gebied dat ze in Italië Irpinia noemen: het bergachtige binnenland van de provincie Avellino. Alle drie de DOCG's van Campanië liggen daar, wat opvalt voor een regio die bij de meeste mensen bekend staat om de kust. Volgens Decanter beslaat Campanië 29.000 hectare wijngaard, goed voor 3,3 procent van het Italiaanse areaal, en liggen de drie DOCG's alle drie in dat binnenland: Taurasi voor rood, Greco di Tufo en Fiano di Avellino voor wit.

Greco di Tufo is de kleinste van de drie. De cijfers verschillen per bron en per jaar: rond de 600 hectare in productie van de ongeveer 850 die zijn toegestaan, met 666 hectare aangemeld in 2021 en 35.550 hectoliter geoogst in 2022, ruwweg vier en een half miljoen flessen. Ter vergelijking: dat is minder dan een gemiddeld Bordeaux-dorp maakt. Meer over de streek staat in ons overzicht van wijn uit Campanië.

Acht dorpen langs de Sabato: waar Greco di Tufo groeit

De DOCG-zone omvat het volledige grondgebied van acht gemeenten in de provincie Avellino: Tufo, Altavilla Irpina, Chianche, Montefusco, Prata di Principato Ultra, Petruro Irpino, Santa Paolina en Torrioni. Samen is dat ruim 61 vierkante kilometer langs de vallei van de rivier de Sabato, met wijngaarden tussen ongeveer 300 en 650 meter hoogte.

Het reglement is streng over waar je mag planten. Alleen heuvelwijngaarden met goede blootstelling tellen mee. Vochtige valleibodems die te weinig zon krijgen zijn uitgesloten, en elke vorm van forceren is verboden. Dat klinkt als bureaucratie, maar het is de reden dat de zone zo klein bleef terwijl er rondom volop grond ligt.

Wat de dorpen van elkaar onderscheidt

Tufo zelf ligt laag in de vallei, rond de 250 meter, met steile hellingen erboven waar compacte klei en vulkanische afzettingen door elkaar lopen. Montefusco is het hoogst, het koelst en het winderigst, met klei en kalksteen en wijngaarden tot boven de 700 meter. Santa Paolina zit daar tussenin: iets warmer, kalkhoudend, tussen 300 en 600 meter.

Dat verschil proef je. Een Greco uit Montefusco is smaller en scherper, een Greco uit de warmere hoeken breder en meer op geel fruit. Sinds het reglement de vermelding vigna plus de naam van het perceel toestaat, zetten steeds meer huizen die herkomst op het etiket. Wie wil begrijpen waarom een paar honderd meter hoogte zoveel uitmaakt, leest ons stuk over wat wij onder terroir verstaan.

Onze tip

Staat er een perceelsnaam op het etiket, dan is de kans groot dat de wijn uit een oudere en hoger gelegen wijngaard komt. Dat is bij Greco vaker een goede voorspeller van kwaliteit dan het woord riserva, dat in het gepubliceerde reglement van deze DOCG helemaal niet voorkomt.

De zwavelmijnen van Tufo en wat ze wel en niet verklaren

Bijna elk verhaal over Greco di Tufo begint bij de zwavelmijnen. Die mijnen bestonden echt: in 1866 stuitte Francesco Di Marzo op zwavel in de heuvel onder het dorp, in 1881 kwam er een spoorlijn, op het hoogtepunt werkten er zo'n 300 mensen en pas in 1972 stopte de winning. De officiële sluiting volgde in 1983.

De verleiding is groot om daar de smaak aan op te hangen. Zwavel in de grond, zwavel in het glas, klaar. Alleen klopt het niet. Een recent onderzoek door vijf geologen vond geen zwavel in de wortelzone van de wijngaarden. De mijngangen liepen dieper en op andere plekken dan waar de stokken wortelen.

Wat de mijnen wel verklaren, is de geschiedenis van het dorp. Tufo leefde een eeuw lang van zwavel, niet van wijn. Toen de mijnen dichtgingen, vertrok meer dan de helft van de bevolking uit de streek. Dat de wijngaarden bleven bestaan, en dat er nu weer een tiental serieuze huizen staat, is een tweede leven, geen rechte lijn.

Mythe tegen feit

Mythe: Greco di Tufo ruikt naar vuursteen omdat er zwavel in de bodem zit.
Feit: de zwavelader lag niet in de wortelzone. Die rokerige, vuursteenachtige toon hoort bij de druif zelf en komt ook voor op percelen kilometers van de oude mijnen. Zeggen dat je de bodem proeft is bijna altijd een verhaal dat achteraf op de smaak is geplakt.

Ook de naam van het dorp is minder eenduidig dan hij lijkt. Wine Folly wijst erop dat tufo in het Italiaans ook tufsteen betekent, het poreuze vulkanische gesteente dat in de streek voorkomt. De gemeente zelf voert de naam terug op het jaar 888, toen vorst Aione II er een toren bouwde die bekend stond als turris Ayonis. Twee verklaringen, geen van beide bewezen.

Hoe Greco di Tufo smaakt

Greco di Tufo smaakt droog, ziltig en behoorlijk streng. In de geur zitten witte bloesem, gedroogde abrikoos, rijpe peer en een rokerige, vuursteenachtige toon. In de mond is hij eerst bijna samentrekkend, daarna komt er zure groene appel bij en een romige mondvulling, met een droge en licht bittere afdronk. Alcohol ligt meestal tussen 12,5 en 13,5 procent.

Dat bittertje is het kenmerk waar mensen over struikelen. Greco heeft een structuur die je bij wit zelden tegenkomt, iets wat je bijna tannine zou noemen. Wine Folly beschrijft het als knisperend en bijna samentrekkend bij de eerste slok, met naast fruit ook leer, hibiscus, honing en geroosterde noten. Dat is geen fout in de fles, dat is de druif.

In onze proeverij hebben we een jonge Greco blind naast een jonge Fiano geschonken. De Greco kreeg opmerkingen als stroef en gesloten, de Fiano won op charme. Twee uur later, uit de karaf, draaide de tafel om: dezelfde Greco was breder, zouter en veel interessanter geworden. De les is niet dat de ene beter is dan de andere, maar dat Greco geduld vraagt en dat de meeste mensen hem te vroeg beoordelen.

Wie liever een wit drinkt dat meteen open staat, kijkt beter bij droge witte wijn in bredere zin of bij Falanghina uit Campanië, de vriendelijkere witte druif van de streek.

Greco di Tufo of Fiano di Avellino: wat is het verschil?

Beide zijn witte DOCG's uit Irpinia, ze liggen hemelsbreed twintig kilometer uit elkaar en ze worden vaak in een adem genoemd. Toch zijn het tegenpolen. Fiano is fijner, bloemiger en toegankelijker, met noot en honing als hij ouder wordt. Greco is breder, zouter en strenger, met meer grip en een bitter randje.

KenmerkGreco di TufoFiano di Avellino
DruifGreco, min. 85 procentFiano, min. 85 procent
Gemeenten826
KarakterZout, stevig, licht bitterBloemig, fijn, romig
Jong te drinkenMatig, wint met tijdJa, en rijpt daarna door
Bij tafelGefrituurde vis, mozzarella, wit vleesSchaaldieren, risotto, jonge kaas

Ilaria Petitto van Donnachiara vat het samen als: Fiano is elegant, Greco moet je laten liggen. Dat strookt met wat wij in het glas zien. Wil je de zusterappellatie eerst leren kennen, lees dan de gids over de andere witte DOCG van Irpinia, of ga een laag dieper bij de druif Fiano.

De rode tegenhanger in dezelfde streek is Aglianico, de druif achter Taurasi. Drie appellaties, drie inheemse druiven, allemaal binnen een half uur rijden. Dat is zeldzaam in Italië.

De druif Greco: Grieks van naam, Italiaans van praktijk

De naam suggereert een Griekse afkomst, maar daar is geen genetisch bewijs voor. Wine Folly stelt vast dat er geen aantoonbare band is met bestaande Griekse rassen en dat de naam waarschijnlijk verwijst naar de Griekse stijl van wijn maken, dat wil zeggen zoet. De druif rijpt zeer laat en is gevoelig voor valse en echte meeldauw.

Er zit nog een verrassing in de stamboom. Begin deze eeuw wees DNA-onderzoek uit dat een deel van wat in Italië Greco heet genetisch identiek is aan Asprinio, de druif uit de hoge pergola's rond Aversa. Een studie uit 2006 bevestigde dat. Ampelograaf Ian d'Agata betwist de conclusie omdat Asprinio veel scherper zuur geeft, en de Italiaanse autoriteiten voeren beide nog altijd als aparte rassen. Wie gelijk heeft is niet beslecht.

Wat vaststaat is dat de druif hier lang staat. De eerste gedocumenteerde vermelding van wijngaarden bij Tufo dateert uit 1139, in een schenking aan de abdij van Montevergine. De familie Di Marzo zegt de Greco rond 1648 vanuit het Vesuviusgebied naar Tufo te hebben gehaald, op de vlucht voor de pest; hun huis staat sinds 1833 officieel geregistreerd en is daarmee het oudste van het dorp.

De late rijping is geen folklore maar een praktisch probleem. Wie in oktober plukt, plukt in een streek waar het dan al kan gaan regenen op 600 meter hoogte. Dat is precies waarom de goede percelen op de goed bezonde, winderige hellingen liggen. Meer over de druif zelf staat in ons artikel over de druif Greco.

Wat het DOCG-reglement voorschrijft

Het gepubliceerde reglement kent twee typen: Greco di Tufo bianco en Greco di Tufo spumante. De DOC dateert van 26 maart 1970, de DOCG van 18 juli 2003, met wijzigingen in 2011 en 2014. Voor de stille wijn geldt minimaal 11,5 procent alcohol, minimaal 5 gram zuur per liter en minimaal 16 gram suikervrij extract.

  • Druiven: Greco minimaal 85 procent, Coda di Volpe bianca maximaal 15 procent.
  • Plantdichtheid: bij nieuwe aanplant minimaal 2.500 stokken per hectare, verticale opleiding.
  • Opbrengst: maximaal 10 ton druiven per hectare, met maximaal 70 procent wijnrendement. Boven die grens vervalt het recht op de naam voor de hele oogst.
  • Etiket: jaartal verplicht, behalve op de spumante. Woorden als superiore, fine of selezionato zijn verboden. De vermelding vigna mag, mits het perceel apart is gevinifieerd en geregistreerd.

Dat verbod op opsmuk verklaart waarom Greco-etiketten zo kaal ogen. Wat je ziet is de naam, het jaar, de producent en soms een perceel. Handig detail: sommige naslagwerken noemen inmiddels ook een riserva. Die staat niet in de versie van het reglement die het ministerie publiceert, dus behandel het woord op een fles als een keuze van het huis, niet als een wettelijke garantie.

Greco di Tufo spumante: de bubbel die niemand kent

Onder dezelfde DOCG mag een mousserende wijn worden gemaakt, en de eisen zijn scherper dan veel mensen denken. Alleen hergisting op fles is toegestaan, de traditionele methode dus, met minimaal 36 maanden op de gist gerekend vanaf 1 november van het oogstjaar. Minimaal 12 procent alcohol, minimaal 6 gram zuur, en alleen extra brut of brut.

Ter vergelijking: voor gewone champagne zonder jaartal geldt vijftien maanden. Deze Zuid-Italiaanse bubbel moet dus meer dan twee keer zo lang liggen als de standaard uit de Champagne. Toch komt hij zelden buiten Italië, simpelweg omdat er nauwelijks van gemaakt wordt en de dorpen klein zijn.

Als je er een tegenkomt: schenk hem koud maar niet ijskoud, in een gewoon wijnglas, en verwacht geen brioche maar citroenschil, zout en een stevige kern. Wie de bredere categorie wil begrijpen, leest onze uitleg over hoe mousserende wijn wordt gemaakt en wat de traditionele methode inhoudt.

Schenken, karaffen en bewaren

Schenk Greco di Tufo op 10 tot 12 graden, niet op 6. De meeste Nederlandse webshops adviseren ijskoud, en dat is precies hoe je het beste deel van deze wijn wegdrukt: de textuur en het zout verdwijnen onder de kou en er blijft zuur over. Uit de koelkast betekent een half uur op het aanrecht voor je inschenkt.

Een karaf helpt bij jonge flessen. Wij hebben goede ervaringen met anderhalf uur voor het eten openen en overschenken; de wijn wordt breder en het bittere randje integreert. Dat is bij wit ongebruikelijk, maar bij deze druif de moeite waard. Twijfel je, lees dan eerst wanneer een fles laten ademen echt iets toevoegt.

Hoe lang blijft hij goed?

Een gemiddelde Greco is op dronk vanaf drie tot vier jaar na de oogst en kan tien tot twaalf jaar doorontwikkelen. Het fruit maakt dan plaats voor noot, was en petroleumachtige tonen die je eerder bij gerijpte Riesling verwacht. Op een koele, donkere plek liggend bewaren is genoeg; een dure kast is niet nodig. Meer daarover in ons stuk over hoe lang witte wijn goed blijft.

Kort samengevat: koop twee flessen, drink er een nu en leg de tweede twee jaar weg. Dat is de goedkoopste manier om te leren wat tijd met deze wijn doet. Hulp bij de rest van je glazen en temperaturen staat in de gids over de juiste schenktemperatuur.

Waar Greco di Tufo bij past aan tafel

Greco vraagt om eten met vet, zout of frituur. Het hoge zuur en de licht bittere afdronk snijden door gefrituurde vis, mozzarella di bufala met tomaat, en gerechten met olijfolie en citroen heen. Ook wit vlees met kruiden werkt, en gerijpte Greco kan verrassend goed tegen zachte kaas en zelfs tegen licht pittige gerechten.

GerechtWaarom het werktLet op
Gefrituurde inktvis of ansjovisZuur en zout tegen vet en beslagJonge fles, goed koel
Mozzarella di bufala met tomaatZoutigheid tilt de melkzuren opGeen zware dressing
Pasta met schaaldierenBody genoeg voor room en bisqueFles van drie jaar of ouder
Kip of varkensvlees met salieKruidigheid sluit aan bij de nootServeer op 12 graden
Pizza bianca met ansjovisVet, zout en zuur in balansVermijd tomatensaus met veel suiker

Praktische uitwerkingen staan in onze gidsen over welke wijn bij vis past, wat er bij pasta werkt en wijn bij pizza. Wat wij niet zouden doen: Greco bij een romig dessert of bij rauwe oesters. In het eerste geval verliest hij, in het tweede geval overstemt hij.

Wat je betaalt en waar je op let bij het kopen

In Nederland begint Greco di Tufo rond de 12 euro en loopt hij op tot ongeveer 25 euro voor een goede dorpswijn. Boven de 30 euro kom je bij percelenwijnen en oudere jaargangen uit. Onder de 10 euro is de kans groot dat je een industriële botteling koopt die de streng, ziltige stijl juist gladstrijkt.

Drie dingen die op het etiket iets zeggen

  • Een perceelsnaam na het woord vigna. Aparte vinificatie, meestal oudere stokken, vaak hoger gelegen.
  • Het dorp van de producent. Montefusco en Santa Paolina staan voor koelere, strakkere wijnen; percelen rond Tufo zelf geven vaak meer breedte.
  • Het jaartal. Verplicht bij de stille wijn. Een fles van twee tot vier jaar oud drinkt bijna altijd beter dan de nieuwste oogst.

Bekende namen zijn Mastroberardino, dat sinds 1878 de kar trekt, Feudi di San Gregorio, Terredora, Cantine di Marzo, Benito Ferrara en Donnachiara. Wij verkopen zelf geen Greco uit Irpinia, dus dit is geen verkooppraatje: het is wat wij zelf drinken en waar wij zelf naar zoeken. Wil je zien welke witte wijnen wel rechtstreeks van onze boeren komen, kijk dan bij de witte wijnen van onze wijnboeren.

Meer Italiaanse context vind je in ons overzicht van Italiaanse witte wijnen op een rij en in onze bredere gids over wijn uit Italië.

Direct van de boer

Liever wit van een boer die je kent?

Wij verkopen geen Greco uit Irpinia. Wel de witte wijnen van kleine Europese familiebedrijven die rechtstreeks naar jou verzenden, zonder tussenpersoon en zonder opslag over opslag.

Bekijk de witte wijnen →Onze wijnboeren
Onze selectie

Wit met karakter, rechtstreeks van de boer

Geen supermarktroutine, maar flessen van boeren die hun eigen prijs bepalen.

Snel antwoord

Veelgestelde vragen over Greco di Tufo wijn

De vragen die wij het vaakst krijgen over het witte zwaargewicht van Irpinia.

Wat is Greco di Tufo wijn precies?
Greco di Tufo is een droge witte DOCG-wijn uit acht gemeenten in de provincie Avellino in Campanië. Hij bestaat voor minimaal 85 procent uit de druif Greco, aangevuld met maximaal 15 procent Coda di Volpe bianca. Er bestaat ook een mousserende versie volgens de traditionele methode.
Hoe smaakt Greco di Tufo?
Droog, ziltig en stevig. In de geur witte bloesem, gedroogde abrikoos, peer en een rokerige vuursteentoon; in de mond hoog zuur, een romige mondvulling en een droge, licht bittere afdronk. Het is geen zachte, fruitige zomerwijn maar een wit met grip.
Wat is het verschil tussen Greco di Tufo en Fiano di Avellino?
Beide komen uit Irpinia, maar Fiano is fijner, bloemiger en jong al toegankelijk, terwijl Greco breder, zouter en strenger is en meestal een paar jaar nodig heeft. Fiano komt uit 26 gemeenten, Greco di Tufo uit acht.
Smaakt Greco di Tufo naar zwavel door de mijnen van Tufo?
Nee. Tufo leefde van 1866 tot 1972 van zwavelwinning, maar een onderzoek door vijf geologen vond geen zwavel in de wortelzone van de wijngaarden. De rokerige, vuursteenachtige toon hoort bij de druif en komt ook voor op percelen ver van de oude mijnen.
Op welke temperatuur schenk je Greco di Tufo?
Op 10 tot 12 graden. Veel webshops adviseren 6 tot 8 graden, maar dan verdwijnen de textuur en de zoutigheid onder de kou en houd je vooral zuur over. Uit de koelkast betekent dus een half uur op het aanrecht voor je inschenkt.
Hoe lang kun je Greco di Tufo bewaren?
Een gemiddelde fles is op dronk vanaf drie tot vier jaar na de oogst en kan tien tot twaalf jaar doorontwikkelen. Het fruit maakt dan plaats voor noot, was en petroleumachtige tonen. Koel, donker en liggend bewaren is genoeg.
Waar past Greco di Tufo bij aan tafel?
Bij gefrituurde vis en inktvis, mozzarella di bufala met tomaat, pasta met schaaldieren en wit vlees met kruiden. Het zuur en het lichte bittertje snijden door vet en zout heen. Minder geschikt bij romige desserts en bij rauwe oesters.
Wat kost een goede fles Greco di Tufo?
In Nederland begint hij rond 12 euro, goede dorpswijnen zitten tussen 15 en 25 euro en percelenwijnen of oudere jaargangen kosten 30 euro of meer. Onder de 10 euro krijg je meestal een gladgestreken versie die de typische stijl mist.
Is Greco echt een Griekse druif?
Daar is geen genetisch bewijs voor. Er is geen aantoonbare band met bestaande Griekse rassen; de naam verwijst waarschijnlijk naar de zoete Griekse stijl van weleer. DNA-onderzoek uit 2006 wees bovendien uit dat een deel van wat Greco heet identiek is aan de druif Asprinio, al wordt die conclusie betwist.
Bestaat er een mousserende Greco di Tufo?
Ja. De DOCG staat een spumante toe die uitsluitend op fles mag hergisten volgens de traditionele methode, met minimaal 36 maanden op de gist vanaf 1 november van het oogstjaar, minimaal 12 procent alcohol en alleen extra brut of brut. Hij is zeldzaam buiten Italië.
DIRT. smiley
Over DIRT.

DIRT. is opgericht als tegenreactie. Je koopt bij ons rechtstreeks bij de boer, en die bepaalt zijn eigen prijzen. Wij geloven dat de beste wijnen niet worden gemaakt in boardrooms, maar in de modder. Op die plekken waar de boer met z’n knieën in de aarde staat.

Blijf op de hoogte

Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?

Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.