In het kort
- Geen aparte druif: Brunello is de lokale naam voor de Sangiovese Grosso-kloon in Montalcino. Brunello di Montalcino is voor 100% van die Sangiovese gemaakt.
- De langste verplichte rijping van Italië: vijf jaar voor een gewone Brunello, zes voor een Riserva, met minimaal twee jaar op eikenhout. Daar komt de prijs vandaan.
- Het profiel: vol, hoge tannines en hoge zuren, met kers, gedroogde kruiden, leer en tabak. Krachtig, maar door de zuren nooit log.
- Eet er stevig bij: bistecca alla fiorentina, wildzwijnragout, gerijpte Pecorino. Tannines en zuren vragen om vet en eiwit.
- Prijs: begin rond €35 tot €60. Wil je goedkoper kennismaken met dezelfde druif en streek? Pak dan een Rosso di Montalcino, het jonge broertje.
Wat is brunello?
Hier struikelt vrijwel iedereen overheen, dus we zetten het meteen recht: Brunello is geen druivenras. Het is de naam die ze in Montalcino geven aan een specifieke kloon van Sangiovese, de belangrijkste rode druif van Italië.
Die kloon heet voluit Sangiovese Grosso. Brunello is de koosnaam: het betekent zoiets als 'het bruintje', naar de donkere, dikke schil van de druif.
Dezelfde Sangiovese die in Toscane overal groeit, heet van streek tot streek anders:
- Chianti
- Gewoon Sangiovese.
- Montepulciano
- Prugnolo Gentile.
- Montalcino
- Brunello.
Lange tijd dacht men zelfs dat het om drie verschillende druiven ging. Pas DNA-onderzoek bevestigde wat de wijnboeren al vermoedden: het is allemaal Sangiovese, alleen aangepast aan de plek waar hij staat.
Brunello di Montalcino, de wijn, is bij wet voor 100% van deze Sangiovese gemaakt. Dat is uitzonderlijk in Italië, waar de meeste klassieke wijnen blends zijn. Geen Merlot om de hoeken af te ronden, geen Cabernet voor extra kleur.
Een Brunello staat of valt met de druif, het jaar en de hand van de maker. Niets om je achter te verschuilen.
Brunello-wijn is de gewone naam voor Brunello di Montalcino: een rode wijn uit het Toscaanse heuvelstadje Montalcino. Hij geldt als een van de krachtigste en langst houdbare rode wijnen van Italië.
Zegt iemand dat hij een Brunello drinkt, dan bedoelt hij dus altijd een Brunello di Montalcino DOCG, niet een willekeurige Sangiovese.
Montalcino: de plek
Montalcino is een ommuurd heuvelstadje ten zuiden van Siena, in het zuiden van Toscane. De wijngaarden liggen rond de stad, op hellingen tussen ongeveer 120 en 500 meter hoogte.
Het gebied is klein: alle Brunello ter wereld komt van een paar duizend hectare rond dit ene stadje. Schaarste is een deel van het verhaal.
Wat Montalcino onderscheidt van het noordelijker gelegen Chianti, is het klimaat. Het is hier warmer en vooral droger. De Middellandse Zee speelt mee, en de beschuttende berg Monte Amiata houdt regenwolken tegen.
Daardoor rijpt de Sangiovese hier voller en betrouwbaarder dan in koeler Chianti, met meer body en steviger tannines. Het is dezelfde druif, maar de plek duwt hem een andere kant op.
Binnen het kleine gebied bestaan grote verschillen:
- Noord
- Koelere, hoger gelegen percelen. Ze geven elegantere, geuriger wijnen.
- Zuid
- De warmere kant rond Sant'Angelo levert vollere, krachtiger Brunello.
Een goede producent weet precies welke kant van de heuvel welk karakter geeft. Sommige huizen blenden bewust percelen om balans te vinden.
Het smaakprofiel
Brunello is een volle, serieuze rode wijn, maar wie verwacht dat vol ook log betekent, vergist zich. De hoge zuurgraad van Sangiovese houdt de wijn fris en levend, ook als de body en de tannines flink aanwezig zijn.
Dat is de spanning die een goede Brunello zo memorabel maakt: kracht en frisheid tegelijk.
De klassieke aroma's
- Fruit: zure kers, pruim, soms gedroogde aardbei en bramen.
- Kruiden: gedroogde kruiden, laurier, balsamico en een vleugje anijs.
- Aards en dierlijk: leer, tabak, ondergroei, soms een toon van truffel.
- Met houtrijping: vanille, zoethout, kruidnagel en ceder.
- Na lange flesrijping: gedroogde vijg, thee, koffie en potpourri.
De kleur misleidt soms. Sangiovese geeft, anders dan bijvoorbeeld Primitivo of Malbec, geen inktzwarte wijn maar een doorschijnend granaatrood. Met de jaren kleurt dat naar baksteen.
Laat je daar niet door foppen: achter die relatief lichte kleur zit een wijn met flink wat tannine en structuur.
Een jonge Brunello omschrijven we vaak als gesloten en bijna streng. Geef hem lucht, of beter nog: geef hem jaren.
De regels van de DOCG
Brunello di Montalcino was in 1980 een van de vier eerste wijnen van Italië met een DOCG-status, de hoogste classificatie die het land kent. Die status komt met strenge regels, en de bekendste gaat over tijd.
Brunello heeft de langste verplichte rijping van alle Italiaanse wijnen.
- Brunello di Montalcino
- Mag pas op 1 januari van het vijfde jaar na de oogst verkocht worden. Minimaal twee jaar op eikenhout, daarna minstens vier maanden op fles.
- Brunello di Montalcino Riserva
- Nog een jaar langer, dus zes jaar in totaal. Twee jaar op hout en zes maanden op fles, maar in de praktijk vaak veel langer.
Concreet betekent dat: de Brunello die je nu in de winkel ziet, komt van een oogst van minstens vier of vijf jaar geleden. De producent heeft al die tijd geld en kelderruimte vastgelegd zonder een fles te verkopen.
Reken die rentekosten en dat risico mee, en je begrijpt meteen waarom een instap-Brunello zelden onder de 35 euro ligt. Drie dingen drijven de prijs op:
- Rijping: minstens vijf jaar vastgelegd geld en kelderruimte.
- Schaarste: de opbrengst per hectare is laag en het gebied rond Montalcino is klein en gewild.
- Prestige: de naam draagt gewicht sinds Biondi-Santi en de eerste DOCG-status van 1980.
Het jonge broertje: Rosso di Montalcino
Naast Brunello bestaat Rosso di Montalcino, sinds 1984 een eigen appellatie. Zelfde streek, zelfde druif, 100% Sangiovese, maar met veel kortere verplichte rijping.
Een Rosso mag al ongeveer een jaar na de oogst op de markt. Daardoor is hij soepeler, fruitiger en goedkoper, en hoef je niet te wachten tot hij zich opent.
| Eigenschap | Brunello di Montalcino | Rosso di Montalcino |
|---|---|---|
| Classificatie | DOCG (sinds 1980) | DOC (sinds 1984) |
| Druif | 100% Sangiovese | 100% Sangiovese |
| Min. rijping | 5 jaar (2 op hout) | ± 1 jaar |
| Riserva | 6 jaar (2 op hout) | n.v.t. |
| Karakter | Krachtig, complex, bewaar | Soepel, fruitig, nu drinken |
| Prijs instap | €35 - 60 | €15 - 25 |
| Bewaarpotentieel | 10 - 30+ jaar | 2 - 5 jaar |
Een Rosso di Montalcino is geen mislukte Brunello. Veel topproducenten stoppen er bewust de druiven van jongere wijnstokken in, of de partijen die ze in een mindere zomer de lange rijping niet waard vinden.
Voor wie de stijl van Montalcino wil leren kennen zonder meteen een fles van 50 euro open te trekken, is het de slimste route.
Biondi-Santi en de geboorte van Brunello
Brunello is jonger dan veel mensen denken. Waar Bourgogne of Rioja eeuwen teruggaan, is Brunello in de huidige vorm een uitvinding van de negentiende eeuw, en grotendeels van één familie.
Het begint bij Clemente Santi, een landbouwkundige uit Montalcino. Rond het midden van de negentiende eeuw geloofde hij dat je van pure Sangiovese, zonder bijmengen, een wijn kon maken die jaren kon liggen. Een radicaal idee voor die tijd.
Zijn kleinzoon Ferruccio Biondi-Santi zette het door. In 1888 bottelde hij op landgoed Tenuta Greppo de eerste echte Brunello di Montalcino, lang gerijpt op grote Slavonische eikenvaten.
Decennialang was Biondi-Santi vrijwel de enige producent. De familie bewaakte de identiteit van de wijn door oorlogen en crises heen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog metselde ze zelfs historische jaargangen achter een valse kelderwand, om ze uit handen van plunderaars te houden.
De stijl van Biondi-Santi, pure Sangiovese met lange rijping op grote oude vaten, werd de blauwdruk voor de hele appellatie. Toen Montalcino in de jaren zestig en zeventig openbloeide, groeide het aantal producenten van een handvol naar honderden. Iedereen verhield zich tot de Biondi-Santi-traditie.
Wie vandaag een klassieke Brunello drinkt, proeft een idee dat ruim honderd jaar oud is.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de groei pas echt op gang. De DOC-status volgde in 1966, de DOCG in 1980. Vandaag telt Montalcino meer dan tweehonderd producenten, van eeuwenoude huizen tot moderne investeerders.
Toch blijft het verhaal terug te voeren op die ene koppige familie die vond dat Sangiovese meer verdiende dan de rol van doordeweekse tafelwijn.
Klassiek vs modern
Net als in veel klassieke wijngebieden loopt er door Montalcino een scheidslijn tussen traditie en moderniteit. Geen ruzie op leven en dood, maar wel een echt verschil dat je in het glas terugproeft.
De klassieke school
Lange rijping op grote Slavonische eikenvaten, de zogenoemde botti, van duizenden liters. Dat hout geeft nauwelijks smaak af. Het laat de wijn ademen en langzaam rijpen, zonder er vanille- of houttonen in te brengen.
Het resultaat is een wijn met doorschijnende kleur, hoge zuren, fijne tannines en een geur van kers, leer en gedroogde kruiden. Dit is de stijl van Biondi-Santi en veel oude huizen. Hij vraagt geduld en beloont het ook.
De moderne school
Vanaf de jaren tachtig en negentig gingen sommige producenten kortere maceratie en kleinere Franse eikenvaten (barriques) gebruiken. Dat geeft een vollere, donkerdere, rondere wijn met meer fruit en tonen van vanille en mokka. Jong oogt hij al toegankelijker.
Critici vonden dat de internationale houtstijl het Toscaanse karakter wegdrukte. Voorstanders zeiden dat het Brunello aantrekkelijker en betrouwbaarder maakte.
En het schandaal van 2008
In 2008 brak het zogenoemde Brunellopoli uit, ook wel Brunellogate genoemd. Onderzoekers in Siena vermoedden dat enkele huizen stiekem internationale druiven zoals Merlot en Cabernet Sauvignon aan hun Brunello hadden toegevoegd. Dat was in strijd met de 100%-Sangiovese-regel.
Een aantal wijnen werd in beslag genomen en de export naar de Verenigde Staten kwam tijdelijk in gevaar.
De producenten van Montalcino kregen de kans om de regels te versoepelen en bijmengen toe te staan, zoals in sommige andere Toscaanse appellaties al mocht. Ze stemden met grote meerderheid tegen. Brunello bleef 100% Sangiovese.
Het schandaal kostte een paar reputaties, maar bevestigde uiteindelijk waar Brunello voor staat: de pure druif, of niets.
Laat je niet gek maken door het kampdenken. Een goed gemaakte klassieke en een goed gemaakte moderne Brunello zijn allebei prachtig. De vraag is vooral hoeveel geduld je hebt.
Wil je de fles binnen een paar jaar opentrekken, kies dan een modernere stijl. Wil je hem wegleggen, ga voor de klassieke school.
Brunello en eten
Brunello is geen aperitiefwijn en geen wijn voor een lichte salade. De combinatie van stevige tannines, hoge zuren en volle body vraagt om eten dat tegenstand biedt.
Tannines binden zich aan eiwit en vet, en de zuren snijden door rijke sauzen. Geef Brunello iets vettigs en hartigs, en de wijn komt tot leven.
Past goed bij
- Bistecca alla fiorentina: de Florentijnse T-bone, dik gesneden en kort gegrild. De oerpairing van Toscane: het malse, vette vlees temt de tannines en de zuren maken de mond weer fris voor de volgende hap.
- Wildzwijnragout (pappardelle al cinghiale): lang gestoofd wild met brede pasta. De aardse, dierlijke tonen van het wild echoën de leer- en truffelnoten van een gerijpte Brunello.
- Gebraden of gestoofd lamsvlees: met rozemarijn en knoflook. Het stevige rode vlees draagt moeiteloos de body van de wijn.
- Brasato, gestoofd rundvlees: urenlang gegaard rund, eventueel in wijn. Smelt samen met een oudere, zachtere Brunello.
- Gerijpte Pecorino Toscano en Parmigiano: harde, zoute kazen die de tannines opvangen. Een plank kaas met een glas Brunello is een afsluiter op zich.
- Gerechten met truffel of porcini: de aardse paddenstoeltonen komen prachtig uit tegen een Brunello met wat ouderdom.
Past minder goed bij
- Delicate vis en schaaldieren: de tannines maken ze metalig en bitter.
- Lichte, zoete of romige gerechten zonder tegenwicht: de wijn walst eroverheen.
- Heel pittig eten: de alcohol en de tannines versterken de hitte.
Bewaar je Brunello voor het stevige werk. Schenk er bij een lichte maaltijd liever een Rosso of een andere lichtere rode wijn bij.
Bewaren en serveren
Serveren
- Temperatuur
- 17 tot 18 °C, net iets onder kamertemperatuur. Dan blijven de tannines in balans en komen het fruit en de kruiden goed naar voren. Te warm (boven 20 °C) en de alcohol springt eruit, terwijl de tannines hard aanvoelen. Twintig minuten in een koele ruimte of kelder voor het serveren is genoeg.
- Decanteren, jong
- Een jonge Brunello, jonger dan tien jaar, profiteert duidelijk van een tot twee uur in de karaf. De tannines worden zachter en de aroma's openen zich.
- Decanteren, oud
- Bij oudere flessen draait het om. Schenk ze voorzichtig over om het bezinksel achter te laten en drink ze vlot: fragiele oude wijn kan in de karaf binnen een uur verzwakken. Bij twijfel: proef onderweg.
- Glas
- Een ruim, bolvormig glas, het type dat ook voor Bourgogne wordt gebruikt. De aroma's van kers, leer en kruiden hebben ruimte nodig om zich te ontvouwen. Een te smal glas houdt de geuren binnen. Voor een oudere, complexe Brunello loont een groot glas echt.
Bewaaradvies
- Instap-Brunello uit een gemiddeld jaar
- 8 tot 15 jaar na de oogst.
- Goede producent, sterk jaar
- 15 tot 25 jaar.
- Riserva en topcuvees zoals Biondi-Santi
- 25 tot 50 jaar.
De combinatie van hoge tannines en hoge zuren is hier het geheim. Beide werken als een natuurlijk bewaarmiddel.
Een jonge Brunello is vaak nog gesloten en bijna stug. Voor veel liefhebbers toont hij zich het mooist tussen tien en twintig jaar na de oogst, wanneer de tannines zijn gesmolten en de leer- en truffeltonen doorkomen.
Prijsindicaties (Nederland)
- Rosso di Montalcino
- €15-25
- Brunello instap
- €35-60
- Gevestigde producent
- €60-120
- Riserva en topnamen
- €120-500+
Brunello is geen koopje, en dat hoeft ook niet. Wel een tip: betaal niet voor een naam die je vooral van veilingen kent als je de wijn deze maand wilt drinken.
Een eerlijke instap-Brunello van een goede coöperatie of een minder bekend huis geeft je voor 40 euro al de echte Montalcino-ervaring. Topproducenten en oude jaargangen lopen ver boven de 500 euro. Die vijfhonderd-euroflessen zijn voor verzamelaars en speciale gelegenheden.
Mythes en misverstanden
- "Brunello is een eigen druivenras." Het hardnekkigste misverstand. Brunello is Sangiovese, specifiek de Sangiovese Grosso-kloon. De naam is lokaal, de druif niet. Wie een fles Brunello opentrekt, drinkt dezelfde druivenfamilie als in een Chianti, alleen uit een andere streek en met andere regels.
- "Hoe duurder, hoe beter." De prijs van Brunello wordt mede bepaald door schaarste, reputatie en veilingvraag, niet alleen door wat er in het glas zit. Er zijn uitstekende Brunello's rond de 40 euro en teleurstellende van boven de 100. Producent en jaargang zeggen meer dan het prijskaartje alleen.
- "Brunello moet je decennia bewaren." Een goede Brunello kan lang liggen, maar moet niet. Modernere stijlen drinken jong al prima, en niet elk jaar is een bewaarjaar. Wil je snel drinken? Kies dan een toegankelijk huis of een lichter jaar, en geef hem een uurtje in de karaf.
- "Brunello en Chianti zijn ongeveer hetzelfde." Beide zijn Toscaans en op Sangiovese gebaseerd, maar ze spelen in andere klassen. Chianti is minstens 80% Sangiovese, rijpt korter en is frisser en lichter. Een Chianti Classico drink je doordeweeks al vanaf zo'n 12 euro. Brunello is 100% Sangiovese uit het warmere, drogere Montalcino, rijpt jaren langer en is voller, tannischer en duurder. Kort gezegd: Chianti is voor de dinsdagavond, Brunello voor de gelegenheid.
- "Een lichte kleur betekent een lichte wijn." Sangiovese geeft van nature een doorschijnend granaatrood, geen inktzwarte wijn. Dat zegt niets over de kracht. Achter die relatief bleke kleur schuilt een wijn met stevige tannines en flink wat structuur. Beoordeel een Brunello op zijn geur en mondgevoel, niet op de tint in het glas.
