+850 wijnliefhebbers proefden voor

Bewaren & praktisch

Wijn maken: het volledige proces uitgelegd

Het korte antwoord

Wijn maken klinkt simpel: druiven plus tijd. In de praktijk zit er tussen de vendange en de kurk een reeks beslissingen die bepalen of je een Pinot Grigio van 8 euro of een Bourgogne van 80 euro in handen hebt. We lopen het proces stap voor stap door, vanaf de oogst tot het bottelen, en leggen uit waarom elke ingreep de smaak in het glas verandert.

Hoofdgrondstof
Druiven + gist 1 fles is ongeveer 1 kilo druiven
Doorlooptijd
6 mnd - 7 jr van vendange tot fles, afhankelijk van stijl
Cruciale stap
Gisting suiker wordt alcohol + CO₂, bij 12-32 °C
Verschil rood/wit
Schillen bij rood blijven die in het sap, bij wit niet

Hoe wordt wijn gemaakt? Het proces in vogelvlucht

Wijn ontstaat uit een basisreactie: gisten eten suiker en scheiden alcohol en koolzuurgas af. Druivensuiker plus gist plus tijd is technisch genoeg voor een vat wijn.

Maar tussen dat principe en een fles waarvoor je €40 betaalt, zitten zes keuzes van de wijnboer:

  1. Oogst. Wanneer hij de druiven plukt.
  2. Persen. Hoe hij perst.
  3. Gisting. Op welke temperatuur hij vergist.
  4. Malolactische gisting. Of hij die toelaat.
  5. Rijping. Op welk materiaal hij rijpt.
  6. Klaren en bottelen. Hoe hij de wijn klaart en bottelt.

Elke stap heeft een doel en elke stap heeft een keerzijde.

  • Vroeg oogsten: houdt het zuur en de frisheid, maar geeft minder alcohol en minder complexiteit.
  • Lang macereren met de schillen: geeft een diepe, stevige rode wijn, maar als het te lang duurt, wordt hij bitter en hard.
  • Rijping op nieuw Frans eik: geeft elegante kruidnagel-vanille-tonen, maar legt een prijskaartje op de fles.

We lopen het proces hieronder stap voor stap door, eerst voor wijn in het algemeen. Daarna volgen de verschillen tussen rood, wit, rosé en mousserend.

Stap 1 - oogst (vendange): de timing bepaalt alles

De wijnoogst is op het noordelijk halfrond van eind augustus tot eind oktober, op het zuidelijk halfrond van februari tot april.

Het exacte moment kiest de wijnboer op een meting: de suiker-zuur-verhouding. Suiker wordt gemeten in graden Brix (in Europa vaak in Oechsle of Baumé), zuur in totaal zuur per liter.

18 Brix
Na vergisting een wijn van ongeveer 10% alcohol.
24 Brix
Na vergisting ongeveer 14% alcohol.

Wat de wijnboer wil

  • Vroeg plukken: bij hoog zuur en lager suiker, voor mousserende wijn, frisse witte wijn (Sauvignon Blanc, Riesling) en lichte rosé. De wijn wordt energiek en houdbaar.
  • Laat plukken: bij hoog suiker en lager zuur, voor stevige rode wijn (Cabernet Sauvignon, Syrah), volle witte wijn en dessertwijn. De wijn wordt rijp en rond.
  • Op twee momenten plukken: bij topbedrijven, een eerste oogst voor zuur en een tweede voor suiker. Pas in de kelder mengen.

Hand of machine?

Machineplukken is sneller en goedkoper. Bij een goed afgestelde machine is het resultaat kwalitatief uitstekend.

Voor topwijn waar hele trossen nodig zijn (Pinot Noir, Champagne, Beaujolais Cru) blijft handpluk de standaard. Dan moeten wormstekige of onrijpe druiven uit de tros gesorteerd worden.

In de Champagne is handpluk zelfs wettelijk verplicht. Een machine zou de druiven te veel kneuzen en het sap mengen.

Goed om te weten
  • Per stok: gemiddeld 4 tot 6 kilo druiven per jaar. Dat is genoeg voor 4 tot 6 flessen.
  • Per fles: ongeveer 1 tot 1,2 kilo druiven van 75 cl. Dat zijn zo'n 600 tot 800 druiven.
  • Per hectare: een wijngaard telt meestal tussen 4000 en 10.000 stokken. Met 5000 stokken levert een hectare ruwweg 25.000 tot 30.000 kilo.
  • Bij topwijn: de wijnboer werkt bewust met lagere opbrengsten (10.000 tot 15.000 kilo per hectare), voor meer concentratie.
  • Nieuwe stok: hij doet er 3 tot 4 jaar over voor hij druiven voor wijn levert.

Stap 2 - persen en kneuzen (foulage en pressurage)

Direct na binnenkomst gaan de druiven door een ontsteler. Die verwijdert de tros en de steeltjes, want die geven anders te veel bitterheid.

Daarna komen de druiven in een kneusmachine, die de schillen openbreekt zonder de pitten te kraken. De pitten zijn belangrijk: gekraakte pitten geven scherpe, grasachtige bitterheid die je niet wilt.

Hier splitst het proces zich.

Witte wijn

De gekneusde druiven gaan onmiddellijk in de pers. De schillen worden eruit gehaald en alleen het sap (most) gaat de gistingstank in.

Bij topwitte wijn werkt de wijnboer met free run-sap, het sap dat zonder druk wegloopt. Dat is het zuiverste, fijnste deel. Wat na een tweede en derde persing uitkomt, is grover. Het wordt vaak apart vergist of voor goedkopere lijnen gebruikt.

Rode wijn

De gekneusde druiven gaan inclusief de schillen de gistingstank in. Pas na de vergisting gaan de schillen eruit, of soms al tijdens de vergisting, voor zachtere wijn.

Het sap met schil-, pit- en steelfragmenten heet most. De mengeling van vaste deeltjes en sap heet maische of mash.

Rosé

Gemaakt zoals rode wijn, maar de schillen gaan er na 2 tot 24 uur uit.

Dat is net lang genoeg voor een lichte roze kleur en wat lichte tannine.

Zachte of harde pers?

De persdruk telt zwaarder dan beginners denken.

Pneumatische membraanpers
Perst het sap voorzichtig met zachte luchtdruk, zonder de schillen te scheuren. Daarom geen bitterheid.
Oude verticale spilpers
Haalt met hoge druk meer sap uit dezelfde druiven, maar ook meer bitterheid.

Voor topwijn is zachte persing standaard.

Stap 3 - gisting: suiker wordt alcohol

Hier begint het wonder. De most komt in een tank en gisten (eencellige schimmels van het type Saccharomyces cerevisiae) gaan aan het werk. Ze eten de druivensuiker (vooral glucose en fructose) en scheiden ethanol (alcohol), CO₂ en warmte af.

De reactie duurt 5 tot 14 dagen voor de meeste wijn. Ze is voorbij zodra alle suiker op is, of zodra de alcoholconcentratie zo hoog wordt dat de gisten zelf afsterven (rond 15-16%).

Wilde gist of geselecteerde gist?

Op de druifschil zit van nature een mix van wilde gisten.

Geselecteerde gist
Conventionele wijnbouw werkt met gekweekte gisten die voorspelbaarder vergisten en specifieke aroma’s geven.
Wilde gist
Natuurwijn werkt met de wilde gist die er al op zit: onvoorspelbaarder, soms boeiender, soms misgaand.
In de praktijk
Bij wilde gist begin je vaak met enkele gist-stammen die de eerste fase aanjagen. Daarna maakt een meer alcoholtolerante Saccharomyces de boel af.

Temperatuur is de stuurknop

Witte wijn en rosé
Koud vergisten, 12-18 °C. Dat houdt de delicate fruit- en bloemaroma’s vast en voorkomt te wilde gisting.
Rode wijn
Warmer vergisten, 22-32 °C, om voldoende kleurstof en tannine uit de schillen te trekken.
Te warm
Boven 35 °C sterven de gisten af voor het werk klaar is.
Te koud bij rood
Je krijgt een bleke, dunne wijn.

Werk tijdens de gisting

Bij rode vergisting wordt het continu druk in de kelder. De schillen drijven door de gistactiviteit naar boven en vormen een “hoed” (chapeau, cap). Blijft die uitdrogend boven het sap hangen, dan trekt er niets meer uit.

De wijnboer mengt daarom continu, op twee manieren:

  • Pigeage: de hoed wordt naar beneden gestampt met de voeten of een houten stamper. Klassiek in Bourgogne. Geeft zachte extractie.
  • Rémontage: sap wordt onderaan de tank afgetapt en bovenop de hoed teruggepompt. Bordeaux-stijl. Snel en efficiënt.

Hoeveel suiker blijft er over?

Bij een droge wijn (de meeste rode en witte wijn) is bijna alle suiker omgezet in alcohol. Dit zijn de wettelijke grenzen voor restsuiker per liter:

Droog
Onder de 4 gram.
Halfdroog
4 tot 12 gram.
Halfzoet
12 tot 45 gram.
Zoet
Boven 45 gram. Een dessertwijn als Sauternes of Tokaji Aszú kan 100 tot 200 gram bevatten.

Voor wie op suiker let: een glas droge wijn (150 ml) bevat minder dan 1 gram suiker.

Stap 4 - malolactische gisting: scherpe zuren worden zacht

Na de alcoholische gisting zit er nog appelzuur in de wijn. Dat zuur is scherp en groen, denk aan een groene Granny Smith-appel.

Melkzuurbacteriën (Oenococcus oeni) kunnen dat appelzuur omzetten in melkzuur, dat veel zachter is, plus een beetje CO₂. Die tweede vergisting heet malolactische gisting (MLG of MLF).

Of de wijnboer dit toelaat, is een stijlkeuze:

  • Rode wijn: bijna altijd wel. Het maakt de wijn ronder, romiger en stabieler.
  • Chardonnay: meestal wel. Het geeft die typische boterige, romige toon die je herkent in een New World Chardonnay of witte Bourgogne.
  • Riesling, Sauvignon Blanc, Pinot Grigio: bijna nooit. De wijnboer voorkomt het actief (lage temperatuur, vroeg toegevoegd sulfiet), omdat juist de scherpe frisheid het kenmerk is.
Goed om te weten

Boterige toon in een witte wijn? Bijna altijd malolactische gisting plus eik. Strakke citroen-citrus in een witte wijn? Vrijwel zeker geen MLG, en meestal rijping op staal.

Wie dit verschil eenmaal proeft, hoort het ook op een etiket terug.

Stap 5 - rijping: tank, vat, amfora of beton

De jonge wijn moet rusten en zijn elementen op elkaar afstemmen. Waar dat gebeurt, bepaalt de eindstijl misschien wel meer dan alle andere keuzes samen.

MateriaalEffect op smaakTypische wijn
Roestvrij staalNeutraal, fruit-behoudend, frisSauvignon Blanc, Pinot Grigio, jonge rode wijn
Nieuw Frans eik (Allier, Tronçais)Subtiel vanille, kruidnagel, geroosterd broodBourgogne, top-Bordeaux, premium Chardonnay
Nieuw Amerikaans eikFors kokos, dille, vanilleRioja Reserva, Australische Shiraz
Gebruikt eik (2e/3e vulling)Subtiele eik, vooral micro-oxidatieMiddenklasse Bordeaux, klassieke rode wijn
Amfora / kvevri (klei)Micro-oxidatie zonder eiksmaak, mineraalNatuurwijn, oranje wijn, Georgië
Betonnen eiNeutrale smaak, natuurlijke beweging in vatModerne witte wijn, Rhône, natuurlijke benadering

Waarom rijpen op eik?

  • Smaak: nieuw Frans eik geeft subtiele vanille, kruidnagel en geroosterd brood. Amerikaans eik geeft fors kokos en dille.
  • Structuur: de smaak vormt zich in de eerste maanden. Daarna gaat de wijn vooral aan micro-oxidatie doen: zuurstof in piepkleine hoeveelheden door het hout, wat tannines verzacht en de aroma’s complexer maakt.
  • Concentratie: per jaar gaat ongeveer 2 tot 5% van de wijn verloren door verdamping. Dat concentreert de wijn. In Frankrijk heet dit poëtisch “la part des anges”, het deel voor de engelen.

Niet elke wijn hoort op eik. Frisse witte wijn als Riesling of Pinot Grigio rijpt juist op staal, om de fruitige zuiverheid te behouden.

Goed om te weten

Rijping op eik is duur. Een nieuw Frans eikenvat van 225 liter (barrique) kost €800-1500 en gaat 3 tot 5 vullingen mee. Met elke vulling wordt de eiksmaak minder.

Hoe lang rijpt wijn?

De duur van de rijping varieert sterk.

Beaujolais Nouveau
Na 6 weken op fles.
Gemiddelde rode wijn
12 tot 18 maanden op vat.
Rioja Gran Reserva
Wettelijk minstens 24 maanden op eik én nog eens 36 maanden op fles voordat hij verkocht mag worden. Totaal minimaal 5 jaar.
Champagne
Wettelijk minstens 15 maanden op de gist. Een vintage champagne minimaal 3 jaar.

Hoe lang duurt het van oogst tot fles?

Minimaal 6 maanden voor een jonge, frisse witte wijn. Een gemiddelde rode wijn doet er 1 tot 2 jaar over. Een Rioja Reserva doet er minimaal 3 jaar over en een Gran Reserva 5 tot 7 jaar.

Stap 6 - klaren, filtreren en bottelen

Klaren

Vlak voor het bottelen wordt de wijn helder gemaakt. In de wijn zweven gistresten, eiwitten en kleurstoffragmenten die je niet in het glas wilt zien.

Klaren (fining) bindt die deeltjes aan een eiwit dat naar de bodem zinkt. Klassieke klaringsmiddelen zijn eiwit, vislijm (isinglass), gelatine en bentoniet-klei. Voor veganistische wijn wordt alleen klei of een plantaardig eiwit gebruikt.

Filtreren

Daarna volgt vaak een filtratie, door een fijne mesh of een cross-flow systeem. Voor de meeste industriële wijn is dat standaard.

Natuurwijn wordt vaak ongefilterd gebotteld. Dat geeft een minder heldere, soms troebele wijn, maar behoudt meer smaak.

Sulfiet

Voor het bottelen voegt de wijnboer meestal zwaveldioxide (SO₂, sulfiet) toe. Sulfiet doet twee dingen: anti-oxidatie (voorkomt dat de wijn verkleurt en plat wordt) en anti-microbiologie (voorkomt dat ongewenste bacteriën in de fles doorgroeien).

Droge wijn
Wettelijk tot ongeveer 200 mg SO₂ per liter.
Zoete wijn
Wettelijk tot 400 mg per liter.
Typische conventionele wijn
80 tot 150 mg per liter.
Natuurwijn
Vaak onder de 30 mg of zonder toevoeging.

Verschillen: rode, witte, rosé en mousserende wijn

Het basisproces is hetzelfde, maar elke stijl heeft een eigen accent.

Rode wijn

De schillen blijven 5 tot 30 dagen in de tank tijdens de vergisting, afhankelijk van hoe stevig de wijn moet worden. Tijdens die maceratie trekken kleurstof (anthocyanen) en tannine uit de schil.

Warme gisting (22-32 °C) en vrijwel altijd malolactische gisting. Vaak rijping op eik, van 12 maanden tot meerdere jaren. Geschikt voor langere bewaring dan witte wijn.

Witte wijn

De schillen gaan direct na het persen weg. Koude gisting (12-18 °C) voor fruitbehoud.

Malolactische gisting alleen bij rondere stijlen (Chardonnay, witte Rioja). Rijping op staal voor frisse wijn, op eik voor volle wijn. Korter bewaarbaar dan rood, met uitzonderingen (Riesling, witte Bourgogne).

Rosé

Gemaakt zoals rode wijn, met kort schilcontact (2 tot 24 uur). De schillen gaan er net op tijd uit voor de roze kleur, niet voor de tannine.

Een Provence-rosé met een paar uur contact wordt licht en bleekroze. Een Spaanse rosado uit Navarra met 12 tot 24 uur contact wordt dieper roze en steviger.

Koud vergisten, zoals wit. Zelden eik, meestal staal. Drinken binnen 1 tot 2 jaar.

Mousserende wijn

Mousserende wijn vraagt een tweede gisting voor de bubbels. Er zijn twee methoden:

  • Méthode traditionnelle (champagne, cava, crémant): de basiswijn wordt gebotteld met een beetje extra suiker en gist. In de fles vergist hij een tweede keer en de CO₂ blijft opgesloten. De fles ligt vervolgens maanden tot jaren op de gistresten (lees), wat de typische biscuit-, brioche- en geroosterd brood-tonen geeft. Daarna wordt de fles geleidelijk op de kop gedraaid (remuage). De gist wordt aan de hals verzameld en bevroren weggeschoten (dégorgement). Tot slot vult de wijnboer aan met een beetje wijn met suiker (dosage) om de stijl af te stellen, van extra brut (geen suiker) tot doux (zoet).
  • Charmat (Prosecco, Lambrusco, veel goedkope cava): tweede gisting in een grote drukbestendige tank, niet in de fles. Sneller en goedkoper, met minder gistnoten en meer focus op het frisse fruit van de druif.

Wijn van conventioneel tot natuurwijn: wat doet de wijnmaker (niet)?

Er bestaat een schaal in hoeveel de wijnboer ingrijpt.

Op het ene uiterste staat industrieel conventioneel: druiven bespoten met synthetische middelen, vergisting met geselecteerde gist, zware filtering en hoge sulfiet. Soms komt daar toevoeging van zuur of suiker (chaptalisatie) bij, en zelfs van kleurstof.

Op het andere uiterste staat natuurwijn: niets erbij, niets eraf, alleen druiven en wilde gist. Natuurwijn begint bij biologisch of biodynamisch geteelde druiven, en gebruikt geen klaring met dierlijke eiwitten.

TypeWijngaardKelderSmaak-impact
ConventioneelSynthetische bestrijding, kunstmest toegestaanGeselecteerde gist, ruime sulfiet, filteringVoorspelbaar, schoon, soms vlak
Biologisch (EU)Geen synthetische middelen, koper en zwavel toegestaanLichter sulfiet, geselecteerde gist magIets meer karakter, nog steeds stabiel
Biodynamisch (Demeter)Bio + biodynamische preparaten, maan-/sterren-kalenderStrenger dan bio, beperkt sulfietVaak meer expressie en plek-eigen karakter
NatuurwijnBio of biodynamischWilde gist, geen of nauwelijks sulfiet (max ~30 mg/l), vaak ongefilterdLevendig, eigenzinnig, soms onstabiel
Goed om te weten

Hoe minder ingrijping, hoe meer de wijn naar zijn herkomst smaakt, en hoe meer variatie van fles tot fles. Een conventionele Pinot Grigio uit Veneto smaakt jaar in jaar uit hetzelfde.

Een natuurwijn-Pinot Grigio van een kleine wijnboer in Friuli smaakt elk jaar anders, soms briljant en soms minder. Het is een keuze tussen voorspelbaarheid en avontuur.

Zelf wijn maken thuis: kan het, en is het de moeite waard?

Wettelijk mag het in Nederland. Voor eigen consumptie mag je wijn maken zonder vergunning en zonder volumelimiet.

Pas zodra je wilt verkopen, krijg je te maken met accijns, de Belastingdienst en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit).

Wat heb je nodig?

Hobbypakketten kosten €30-150 en bevatten:

  • een gistingstank en een waterslot
  • een hevel en een hydrometer
  • druivensap of concentraat
  • gist

Een eenvoudige set levert 5 tot 25 liter wijn, dus zo’n 7 tot 35 flessen.

Zo doe je het basisproces thuis na

  1. Druivensap in de tank. Doe druivensap of -concentraat in een ontsmette gistingstank. Heb je eigen druiven, uit eigen tuin of een wijngaard in Nederland? Kneus ze dan handmatig of met een kneusmolen.
  2. Suiker toevoegen. Voeg suiker toe tot ongeveer 22 Brix en meet met een hydrometer of refractometer.
  3. Gist erbij. Gebruik een wijngist als EC-1118 of D47, zet een waterslot op de tank en laat de tank op kamertemperatuur staan.
  4. Hoofdgisting. Na 7 tot 14 dagen is de hoofdgisting klaar. Hevel de wijn naar een schone tank en laat hem op de droesem zakken.
  5. Klaren en bottelen. Eventueel klaar je met bentoniet. Laat de wijn 2 tot 6 maanden rijpen en bottel hem dan met een gestabiliseerde dosis kaliummetabisulfiet.
Let op

Eerlijk: het resultaat haalt zelden de kwaliteit van een fles uit de wijnwinkel. De grootste bottleneck is de druif zelf. Een Nederlandse achtertuin geeft druiven met te weinig suiker, te weinig fenolische rijpheid en vaak schimmeldruk door het natte klimaat.

Wie serieus thuis wil maken, koopt geconcentreerd druivensap (Italiaanse of Spaanse herkomst) bij een wijnmakerszaak. Het mooiste resultaat haal je echter met andere fruitwijnen: appelcider, mede (honingwijn) of vlier. Die hebben in Nederland een betere kans op succes dan klassieke druivenwijn.

Toch is wijn thuis maken een leerzaam project. Je leert het belang van temperatuur, hygiëne en geduld, dezelfde drie pijlers waar elke professionele wijnboer 30 jaar aan slijpt. Pas daarna begrijp je waarom een goede fles €25 waard kan zijn.

Wat vind jij lekker?

Doe de smaaktest.

Zes vragen, en je weet welke wijnen bij je passen.

Doe de smaaktest