In het kort
- Valpolicella is een streek, geen druif. Het is een heuvelgebied boven Verona in Veneto. De wijnen heten naar de streek en zijn altijd blends van lokale druiven.
- Corvina is de baas. Aangevuld met Corvinone en Rondinella. Corvina geeft de zure kers en de frisheid, Rondinella vooral kleur en stevigheid.
- Vier stijlen uit dezelfde druiven. De lichte gewone Valpolicella, de stevigere Superiore, de halfzware Ripasso en de krachtige Amarone van gedroogde druiven.
- De gewone versie is een sappige tafelwijn. Licht, fris, weinig tannine, zure kers en een amandeltje in de afdronk. Drink hem licht gekoeld bij pizza of pasta.
- Wil je het Amarone-gevoel zonder de prijs? Pak een Ripasso, de baby-Amarone. Veel van de warmte en body voor een stuk minder geld.
Wat is Valpolicella?
Eerst even het grootste misverstand uit de weg: Valpolicella is geen druivenras. Het is een wijnstreek, een groene heuvelreeks ten noorden van Verona in Veneto, het noordoosten van Italië.
De naam staat op het etiket en verwijst naar waar de wijn vandaan komt, niet naar een druif. Een fles Valpolicella is dus altijd een blend van een paar lokale druivensoorten die alleen hier zo samenkomen.
De streek ligt ingeklemd tussen het Gardameer in het westen en de wijngaarden van Soave in het oosten. De rivier de Adige ligt aan de voet en de Lessinische bergen erboven. Dat is wijnland van oudsher. De Romeinen maakten hier al wijn, en de zoete voorloper van de moderne stijlen, Recioto, gaat eeuwen terug.
Valpolicella is na Chianti een van de meest geproduceerde rode wijnnamen van Italië. Dat verklaart meteen waarom je zoveel verschillende kwaliteiten tegenkomt.
De naam zelf is een leuk twistpunt. De meest geliefde verklaring is dat Valpolicella zoiets betekent als "de vallei van de vele kelders", naar het Latijnse val-polae-cellae.
Mooi verhaal, maar taalkundigen zijn het er niet over eens. Zet er dus gerust een vraagteken bij. Wat wel vaststaat: het is een vallei vol wijn.
De druiven
Het karakter van elke Valpolicella begint bij dezelfde korte lijst inheemse druiven. Geen Merlot of Cabernet om de hoeken af te ronden, geen internationale franje. De streek leunt volledig op zijn eigen rassen, en dat is precies wat de wijnen herkenbaar maakt.
Corvina (en Corvinone)
De ruggengraat. Corvina geeft de typische zure kers, de frisheid en het amandelbittertje.
Corvinone werd lang voor een kloon van Corvina gehouden, maar geldt nu als een eigen druif met grotere bessen. Samen vormen ze de kern van vrijwel elke fles.
Rondinella
De werkpaarddruif. Ze geeft niet veel eigen smaak, maar wel kleur, body en een betrouwbare opbrengst.
Ze droogt ook goed, wat haar belangrijk maakt voor Amarone.
Molinara
Licht en zuurrijk. Vroeger verplicht in de blend, nu optioneel.
Veel makers lieten haar vallen omdat ze de wijn bleek en dun kon maken. Anderen houden haar juist voor de frisheid.
De regels leggen de verhoudingen vast. Binnen die bandbreedte heeft elke maker zijn eigen recept.
- Corvina of Corvinone
- 45 tot 95%.
- Rondinella
- 5 tot 30%.
- Andere toegestane druiven
- Tot 25%, zoals Molinara.
Corvina geeft van nature geen diepe, donkere kleur. Een Valpolicella die helder en doorschijnend in het glas staat, is dus geen teken van slechte wijn. Het is gewoon hoe deze druiven zijn.
De vier stijlen
Hier wordt Valpolicella interessant, en voor veel mensen verwarrend. Uit grotendeels dezelfde druiven en dezelfde heuvels komen wijnen die nauwelijks op elkaar lijken.
Het verschil zit niet in de druif maar in de maakwijze: vers geperst of eerst gedroogd, jong gebotteld of maandenlang gerijpt. Zeg je alleen "Valpolicella", dan bedoel je meestal de gewone lichte versie, niet de Amarone. Amarone is de zwaarste en duurste stijl van de familie.
Valpolicella (de gewone)
De basisversie, soms annata genoemd. Vers geoogste druiven, snel vergist, jong gebotteld.
Licht tot middelvol, weinig tannine, hoge frisse zuren, sappig rood fruit. Dit is de Valpolicella die je licht gekoeld bij de pizza drinkt en die zelden boven de 13% alcohol komt.
Onderschat haar niet: een goede gewone Valpolicella is een van de vrolijkste rode wijnen die Italië te bieden heeft.
Valpolicella Superiore
Dezelfde stijl, maar een stap serieuzer. Een Superiore moet minstens een jaar rijpen en minimaal 12% alcohol halen.
Het resultaat is geconcentreerder en dieper dan de gewone versie, met wat meer kruidigheid. Het sappige karakter blijft overeind.
Valpolicella Ripasso
De slimme tussenstap, en misschien wel de beste koop van de streek. Je neemt een gewone Valpolicella en laat hem een tweede keer gisten op de nog warme schillen die overblijven na het persen van Amarone of Recioto.
Die schillen geven extra suiker, kleur en stof af. Het resultaat is voller, warmer en hoger in alcohol, met rozijntonen die naar Amarone neigen. Niet voor niets heet hij de baby-Amarone.
We schreven er een aparte gids over Ripasso wijn.
Amarone della Valpolicella
De zwaargewicht. De druiven drogen na de oogst eerst maandenlang op rekken of in luchtige zolders, tot ze flink wat vocht hebben verloren en bijna rozijnen zijn. Daarna worden ze helemaal droog vergist.
Het resultaat is een volle, krachtige wijn van vaak 15 tot 16% alcohol of meer. Je proeft rozijn, gedroogde vijg, pruim en chocola, en dat kenmerkende bittertje in de afdronk waar de naam vandaan komt.
Sinds 2010 is Amarone een eigen DOCG.
Recioto della Valpolicella
Een vijfde stijl, en de oudste van allemaal: de zoete dessertwijn. Net als Amarone gemaakt van gedroogde druiven, maar hier stopt de gisting voordat alle suiker is omgezet. Zo blijft er een zoete, fluweelzachte rode over.
Amarone is eigenlijk een Recioto die per ongeluk helemaal is doorgegist. Meer over die zoete kant lees je in onze gids over zoete rode wijn.
| Stijl | Hoe gemaakt | Karakter |
|---|---|---|
| Valpolicella | Verse druiven, jong gebotteld | Licht, fris, zure kers |
| Superiore | Verse druiven, min. 1 jaar rijping | Voller, kruidiger, min. 12% |
| Ripasso | Hergist op Amarone-schillen | Warm, rozijntoets, baby-Amarone |
| Amarone | Gedroogde druiven, droog vergist | Vol, krachtig, 15%+, bitterzoet |
| Recioto | Gedroogde druiven, gisting gestopt | Zoet, fluweelzacht, dessertwijn |
Classico en de subzones
Op veel etiketten staat naast Valpolicella het woord Classico, en dat betekent iets concreets. Classico verwijst naar het oorspronkelijke, historische hart van de streek: de heuvels ten noordwesten van Verona, rond de dorpen Negrar, Fumane, Marano, Sant'Ambrogio en San Pietro in Cariano. Daar wordt al het langst wijn gemaakt, op hellingen die als de beste percelen gelden.
Belangrijk: Classico zegt iets over de plek, niet over de rijping of de kwaliteitsklasse. Je kunt dus een gewone Valpolicella Classico hebben en een Valpolicella Superiore Classico.
Naast het Classico-gebied bestaat de subzone Valpantena, een aparte vallei met een eigen naamrecht. Daarnaast is er het oostelijke deel van de streek, dat de gewone aanduiding draagt.
Op een fles kun je deze woorden combineren.
- Valpolicella Classico Superiore: uit het historische kerngebied, plus minstens een jaar rijping en minimaal 12% alcohol.
- Valpolicella Ripasso Classico Superiore: stapelt daar nog de ripasso-methode bovenop.
Hoe meer woorden, hoe meer er met de wijn is gedaan. Meestal geldt dat ook voor de prijs.
Het smaakprofiel
Omdat de stijlen zo uiteenlopen, pakken we hier de gewone Valpolicella als ijkpunt. Dat is de versie die de meeste mensen bedoelen als ze de naam noemen.
Dit is een lichte tot middelvolle rode wijn en zijn grootste kracht is frisheid. De hoge zuurgraad van Corvina maakt hem sappig en levendig, het soort wijn dat je dorst geeft naar de volgende slok. Hij vraagt nergens om behalve een bord eten.
Wat je proeft
- Fruit: zure kers en morel, rode pruim, soms een toon van aardbei.
- Bloemig: viooltjes en een kruidige rand.
- De handtekening: een bittertje van amandel in de afdronk, typisch Corvina.
- Bij Ripasso en Amarone: rozijn, gedroogde vijg, pruim, chocola en kaneel.
Appassimento en ripasso
De twee technieken die Valpolicella beroemd maakten, verdienen wat uitleg. Ze verklaren het hele verschil tussen een fles van €8 en een fles van €50.
Appassimento: druiven laten drogen
Appassimento betekent letterlijk verwelken. Zo werkt het:
- Uitzoeken Na de oogst worden de mooiste trossen niet meteen geperst.
- Drogen Ze liggen te drogen op rieten matten of in kratten in goed geventileerde ruimtes, ongeveer drie tot vier maanden. De druiven verliezen een groot deel van hun vocht en worden bijna rozijnen. Suiker, smaak en kleur raken geconcentreerd.
- Persen Wat je daarna perst, is veel minder sap, maar veel intenser.
Dit is de basis van zowel Amarone als Recioto.
Ripasso: een tweede leven op de schillen
Ripasso betekent overpassen. Zo werkt het:
- Amarone persen Daarna blijft er een berg vochtige, nog warme schillen over die nog vol suiker en stof zitten.
- Overpompen Een gewone Valpolicella wordt over die schillen gepompt.
- Opnieuw gisten Hij gaat een tweede keer gisten en pikt extra alcohol, kleur en die rozijnige diepte op.
Zo krijg je voor een schappelijke prijs een wijn die een flink eind in de richting van Amarone komt.
Wil je de streek leren kennen zonder meteen voor een Amarone te gaan? Begin dan bij een goede Ripasso. Je proeft de warme, rozijnige Valpolicella-signatuur, maar betaalt €12-25 in plaats van het dubbele.
En heb je een fris terras of een zomerse avond? Dan is juist de gewone, licht gekoelde Valpolicella de slimste keuze. Niet elke gelegenheid vraagt om een zwaargewicht.
Valpolicella en eten
Weinig wijnen zijn zo makkelijk aan tafel als een gewone Valpolicella. De hoge zuurgraad en de lage tannine maken hem een natuurlijke partner voor van alles waar tomaat in zit. Dat is precies het soort eten waar stuggere rode wijnen op stuklopen.
Bij de gewone Valpolicella en Superiore
- Pizza en pasta met tomatensaus. De zuren in de wijn en in de tomaat versterken elkaar in plaats van te botsen. De klassieke combinatie.
- Charcuterie en salami. Het sappige fruit snijdt door het vet van vleeswaren.
- Geroosterde kip of gegrilde groenten. Licht genoeg om niets te overstemmen.
- Risotto. Een Veronese klassieker, zeker met paddenstoelen.
Bij Ripasso en Amarone
- Gestoofd rundvlees en wild. Brasato all'Amarone, urenlang gegaard in de wijn zelf, is een gerecht uit de streek.
- Risotto all'Amarone. Dieprood, romig en typisch Verona.
- Gerijpte kazen. Monte Veronese, Parmigiano of een pittige bergkaas vangen de body en de zoetige rand op.
Behandel een gewone Valpolicella niet als een grote bewaarwijn en een Amarone niet als een doordeweekse pizzawijn. De lichte versie walst onder een stevige stoofpot weg. De zware Amarone overstemt een simpele margherita compleet.
Match het gewicht van de wijn met het gewicht van het bord, dan zit je altijd goed.
Bewaren en serveren
Serveertemperatuur
Hier maakt de stijl het verschil.
- Gewone Valpolicella
- 14-16 °C, licht gekoeld en net iets frisser dan je gewend bent bij rode wijn. Daardoor komt het sappige fruit beter uit.
- Ripasso
- Rond 16 °C.
- Amarone
- 16-18 °C, zodat de volle body en de kruidigheid de ruimte krijgen.
Te warm geserveerd springt bij de zware stijlen de alcohol eruit.
Bewaaradvies
- Gewone Valpolicella
- Jong drinken, binnen 2 tot 3 jaar na de oogst.
- Superiore en Ripasso
- 5 tot 8 jaar, soms langer.
- Amarone
- 15 tot 20 jaar uit een goed jaar, topflessen nog langer.
De gewone versie is gemaakt voor de frisheid van de jeugd. Wacht daar niet te lang mee, want het fruit dat hem zo aantrekkelijk maakt, vervaagt na een paar jaar.
Amarone is de tegenpool. Door de concentratie en de hogere alcohol kan een goede fles decennia liggen en wordt hij met de jaren zachter en complexer.
Decanteren en glas
Een gewone Valpolicella hoeft niet te luchten: schenk en drink. Een jonge Amarone profiteert juist van een uur in de karaf, zodat de stevige body zich opent.
Gebruik voor de zware stijlen een ruim, bolvormig glas dat de rozijnige aroma's ruimte geeft. Voor de lichte versie is een gewoon rodewijnglas prima.
Prijsindicaties (Nederland)
- Gewone Valpolicella
- €8-15.
- Superiore
- €12-20.
- Ripasso
- €12-25.
- Amarone
- €25-60 en hoger. Hij begint rond €25-30. Bij gevestigde producenten loopt hij op tot ver boven €60.
Voor een eerste kennismaking met de streek is een goede Ripasso vaak de slimste keuze: veel van het Amarone-karakter voor een fractie van de prijs.
Mythes en misverstanden
- "Valpolicella is een druif." Het hardnekkigste misverstand. Valpolicella is een streek in Veneto en de wijn is altijd een blend van lokale druiven, vooral Corvina, Corvinone en Rondinella. De naam vertelt je waar de wijn vandaan komt, niet welke druif erin zit.
- "Valpolicella en Amarone zijn twee aparte werelden." Ze komen uit dezelfde streek en grotendeels dezelfde druiven. Het enige echte verschil is de maakwijze: verse druiven voor de gewone Valpolicella, gedroogde druiven voor de Amarone. Zie het als familie, niet als vreemden.
- "Een lichte kleur betekent een slechte wijn." Corvina geeft van nature een doorschijnend robijnrood, geen inktzwarte wijn. Dat een gewone Valpolicella helder in het glas staat, zegt niets over de kwaliteit. Beoordeel hem op geur en smaak, niet op de tint.
- "Hoe zwaarder, hoe beter." Amarone is indrukwekkend, maar niet altijd de juiste wijn. Voor een lichte lunch of een warme avond is een sappige gewone Valpolicella vaak het betere idee. Zwaarder is niet beter, het is gewoon anders.
- "Ripasso is een goedkope namaak-Amarone." Ripasso is geen mislukte Amarone. Het is een eigen stijl met een eigen methode en een eigen reden van bestaan. De ripasso-techniek bestaat al generaties en levert bewust een wijn op die tussen licht en zwaar in zit. Veel liefhebbers vinden hem de praktischste fles van de hele streek.


