Zelf wijn maken: van starterset tot je eerste fles
Zelf wijn maken is laagdrempeliger dan veel mensen denken — en lastiger dan de kit-verpakking suggereert. Voor 200 euro aan uitrusting en 100 euro aan ingrediënten heb je over drie maanden 30 flessen. Of het ook lekkere wijn is, hangt af van drie dingen: temperatuurbeheer, hygiëne en geduld. We lopen de starterset, het stappenplan, de regels in NL en BE en de meestgemaakte fouten met je door — en zijn eerlijk over wanneer fruitwijn of mede thuis beter werkt dan druivenwijn.
Wat houdt zelf wijn maken in?
Wijn maken is in de kern een biologische reactie die zichzelf doet zodra je hem op gang brengt. Gisten — eencellige schimmels van het type Saccharomyces cerevisiae — eten suiker en scheiden ethanol, koolzuurgas en een beetje warmte af. Geef ze druivensap of vruchtensap met genoeg suiker, een stabiele temperatuur, een afgesloten vat met een waterslot om zuurstof buiten te houden, en binnen twee weken heb je alcohol. Dat is het hele principe.
De kunst zit in alles eromheen: de juiste gistsoort kiezen, de begin-suikerwaarde meten, voorkomen dat ongewenste bacteriën meeliften, op het juiste moment hevelen, klaren, sulfiet doseren en bottelen. Zonder die handelingen krijg je geen wijn maar azijn — letterlijk, want acetobacterbacteriën zetten alcohol om in azijnzuur zodra ze de kans krijgen.
Wat thuiswijn anders maakt dan commerciële wijn is schaal en kwaliteitscontrole. Een professionele wijnboerderij heeft temperatuurgestuurde tanks, een lab voor zuurmeting en gestandaardiseerde kelderhygiëne. Een thuiswinkel werkt op gevoel, met een hydrometer en een waterslot — verwacht dus geen Bourgogne-niveau, maar wel een drinkbare wijn waar je trots op bent.
Mag het? De regels in NL en BE
Voor eigen gebruik mag je in Nederland zonder vergunning en zonder volumelimiet zelf wijn maken. De accijnswet kent een uitzondering voor particulieren die wijn voor eigen consumptie produceren, zolang er geen verkoop of commerciële uitwisseling plaatsvindt. Schenken aan vrienden bij een diner valt binnen die uitzondering; je wijn meegeven naar een vrijmarkt of via een online platform aanbieden valt erbuiten.
In België is de regeling vergelijkbaar — strikt voor eigen gebruik geen vergunning of accijns. Het verschil zit in de soepelheid: in België wordt elke vorm van overdracht naar buiten je huishouden sneller als "verkoop" gezien door de douane, en moet je vanaf de eerste fles een vergunning hebben.
Wil je je wijn ooit verkopen of weggeven via een markt? Begin dan met de juiste papieren. In Nederland: accijnsvergunning Belastingdienst, registratie NVWA (voor voedselveiligheid en etikettering), inschrijving Kamer van Koophandel, plus een productieruimte die voldoet aan hygiëne-eisen — een woonkeuken kwalificeert niet. Voor de meeste hobbyisten is dat traject niet realistisch; verkoop is door schaal vrijwel nooit rendabel.
Eén praktisch punt voor beide landen: alcohol naar minderjarigen schenken is in elk geval verboden, ook al is het zelfgemaakt. En bij commerciële verkoop geldt een wettelijk minimum-alcoholpercentage en moet het etiket onder andere bevatten: producent, ingrediënten met allergenen (sulfiet), volume, alcoholpercentage, lotnummer en allergenen-icoon voor de EU-norm.
Wat je nodig hebt — de starterset
Een complete starterset kost 150 tot 300 euro. Voor dat geld koop je apparatuur die meerdere jaren en tientallen batches meegaat. Wat je nodig hebt:
| Onderdeel | Functie | Richtprijs |
|---|---|---|
| Gistingsvat 25 L met deksel | Hoofdgisting van de most | € 25 - 45 |
| Waterslot met rubber kurk | CO₂ laat ontsnappen, zuurstof blijft buiten | € 3 - 6 |
| Glazen of plastic carboy 20-25 L | Secundaire rijping, helder zien hoe het oogt | € 20 - 40 |
| Hydrometer + glazen cylinder | Suiker en alcohol meten | € 12 - 20 |
| Heveltijdslang 1,5-2 m + bottelhulp | Wijn overhevelen zonder droesem | € 8 - 15 |
| Ontsmettingsmiddel (kaliummetabisulfiet) | Apparatuur steriel houden | € 6 - 10 |
| Trechter + maatbeker | Veilig overschenken | € 5 - 8 |
| 30 flessen + kurken + kurkmachine | Bottelen van een batch van 23 L | € 30 - 50 |
| Wijngist (sachet) | De motor van de gisting | € 1 - 3 per batch |
Wat je vaak níet aanbevolen ziet maar wél de moeite waard is: een digitale thermometer met sensor in het vat (€ 15) en een verwarmingsband of warmtemat als je in een koude bijkeuken vergist (€ 25). Beide voorkomen 80 procent van de problemen die beginners tegenkomen.
Wat overbodig is op dag één: een refractometer (een hydrometer doet hetzelfde voor minder geld), een pH-meter (zinvol pas bij eigen druiven en gevorderde controle) en een vacuümbottelmachine (een eenvoudige hevel met klemslot werkt prima).
Druiven, sap, concentraat of fruit — wat kies je?
Vier wegen leiden naar wijn, met elk eigen voor- en nadelen. De keuze bepaalt vooral hoeveel zekerheid je hebt over het eindresultaat.
Verse druiven uit eigen tuin of NL-wijngaard
Romantisch idee, lastige praktijk. Nederlandse druiven halen zelden meer dan 16-19 Brix (suikerwaarde) — voldoende voor een wijn van 9-11 procent alcohol, terwijl je voor stabiliteit liefst 12 procent of meer wilt. Je moet dus vrijwel altijd chaptaliseren: extra suiker toevoegen tot je op 22 Brix komt. Daarnaast hebben we hier veel schimmeldruk door regen, wat oogsten van gezonde trossen lastig maakt. Werk je toch met eigen druiven, kies dan PIWI-rassen (schimmel-tolerante kruisingen) zoals Solaris, Johanniter, Souvignier Gris, Regent of Rondo.
Verse druiven uit Zuid-Europa, importeren via een wijnzaak
Voor wie het serieus wil pakken: bij een paar gespecialiseerde wijnmakerszaken (Brouwland, Bierenwijngist) kun je in september-oktober verse druiven kopen die uit Italië of Spanje komen, vaak Sangiovese of Garganega. Per 10 kilo druiven kost je dat 30-50 euro en je krijgt ongeveer 7 liter wijn. Net iets boven de kit-prijs, maar je werkt met echte druiven.
Druivensap of -concentraat (de wijnkit)
Voor 80 tot 150 euro koop je een complete kit voor 23 liter: een blik met gepasteuriseerd druivensap of geconcentreerd druivensap, plus de juiste gist, klaringsmiddelen, sulfietzakje en gedetailleerde instructies. Kits komen uit Italië, Spanje, Chili of Californië en zijn voor beginners de veiligste route — de balans tussen suiker, zuur en pH is al goed afgesteld. Het smaakt zelden naar een topwijn, maar bijna altijd naar een drinkbare wijn.
Vruchten uit de tuin of de supermarkt
Appels, vlierbessen, bramen, kersen, pruimen, vlierbloesem, rabarber — allemaal werken ze. Voor 5 liter heb je ongeveer 5-6 kilo appels, 1,5 kilo vlierbessen of 2 kilo bramen nodig, plus suiker tot je op de juiste Brix komt. In het Nederlandse klimaat geven appels en vlierbessen vaak een beter resultaat dan druiven — de vrucht rijpt hier wél optimaal.
Begin met een witte wijn-kit voor 23 liter (rond € 90). Witte gaat sneller dan rood (12 weken tot drinkbaar tegen 6 maanden+ voor rood), is vergevingsgezinder qua temperatuur, en je ziet onmiddellijk of je een geslaagde batch hebt. Pas in batch twee of drie zou je naar verse druiven of een rode kit gaan.
Stappenplan voor je eerste batch (witte kit-wijn)
Onderstaand werkt voor een standaard kit van 23 liter witte wijn — bijvoorbeeld een Pinot Grigio- of Chardonnay-stijl. Bij een rode kit komt er een primaire vergisting met schillen erbij en duurt het hele proces langer.
- Ontsmet alles. Maak een oplossing van kaliummetabisulfiet (5 gram op 5 liter water) en spoel je gistingsvat, deksel, waterslot, hevelslang, lepel, hydrometer en alles wat met de most in aanraking komt. Niet droogvegen met een handdoek — laat aan de lucht drogen.
- Vul het vat. Giet het sap of concentraat uit de kit in het gistingsvat. Bij een concentraat: vul aan met lauw water (geen warm leidingwater met chloor) tot de aangegeven 23 liter.
- Meet de begin-Brix. Vul de hydrometer-cylinder en lees af. Een witte kit zit meestal op SG 1.085 tot 1.095, wat ongeveer 22 Brix is. Te laag? Voeg suiker toe (500 gram per 10 punten Brix). Noteer de uitgangswaarde.
- Voeg de gist toe. Strooi het sachet gistkorrels (meestal EC-1118 of D47 in de kit) bovenop de most. Niet roeren — de gist absorbeert vocht en activeert zichzelf binnen 30 minuten.
- Sluit met waterslot. Vul het waterslot voor de helft met water of een schoonmaakmiddel. Binnen 12 tot 36 uur zie je de eerste bubbels — bewijs dat de gist werkt.
- Hoofdgisting 7 tot 14 dagen. Houd de temperatuur tussen 16 en 22 graden Celsius. Roer een keer per dag de eerste vier dagen voorzichtig. Meet om de drie dagen de SG. Als de waarde drie dagen stabiel onder 1.000 staat (vaak 0.992-0.996), is de hoofdgisting voorbij.
- Heveling naar carboy. Plaats de gistvat op tafelhoogte en de carboy lager. Met de heveltijdslang trek je de wijn over, zonder de droesem onderaan mee te nemen. Vul de carboy zo vol mogelijk om luchtcontact te minimaliseren.
- Secundaire rijping 4 tot 6 weken. Op temperatuur (15-20 °C), met waterslot. De wijn klaart langzaam vanzelf op. Niet meer roeren.
- Klaren en stabiliseren. Voeg de klaringszakjes uit de kit toe (meestal bentoniet eerst, een week later chitosan), of laat de wijn 4-6 weken extra tijd om uit zichzelf te klaren. Voor je bottelt: roer 5 gram kaliummetabisulfiet en 20 gram kaliumsorbaat opgelost in water erdoor (voorkomt verdere gisting in de fles).
- Bottelen. Ontsmet 30 flessen en kurken. Hevel de wijn van carboy naar fles met een bottelhulp. Kurken erop, etiketten erop (handig om datum en kit te noteren), en bewaren op 12-16 °C. Eerste fles open na minimaal 4 weken op fles; piek na 3-6 maanden.
Hoe lang duurt het echt
De tijdlijn die op een kit staat ("klaar in 4 weken!") is bijna nooit eerlijk. Realistische verwachtingen:
| Type | Eerste fles drinkbaar | Optimaal moment |
|---|---|---|
| Witte wijn-kit (Pinot Grigio, Chardonnay) | 10-12 weken | 4-8 maanden |
| Rode wijn-kit (Merlot, Cabernet) | 6 maanden | 12-18 maanden |
| Rosé-kit | 8-10 weken | 3-6 maanden |
| Wijn uit verse Zuid-Europese druiven (wit) | 4-6 maanden | 8-12 maanden |
| Wijn uit verse Zuid-Europese druiven (rood) | 9-12 maanden | 2-3 jaar |
| Wijn uit eigen NL-druiven | 12 maanden | 2-3 jaar (om scherp zuur te laten kalmeren) |
| Appelwijn (cider) | 6-8 weken | 3-6 maanden |
| Mede (honingwijn) | 4-6 maanden | 12-24 maanden |
| Vlier- of bessenwijn | 4-6 maanden | 9-18 maanden |
De grootste verrassing voor nieuwkomers: bijna alle thuiswijn smaakt na 4 weken op fles nog ruw en jeugdig. De smaken hebben echt tijd nodig om in elkaar te schikken. Beste advies: maak twee batches kort na elkaar, en open een fles uit batch één pas wanneer batch twee in de kit gaat. Dat duwt je discipline naar geduld in plaats van verleiding.
De acht fouten waar beginners op stuklopen
We hebben dit lijstje uit eigen ervaring en uit gesprekken met thuiswinkels — dezelfde acht problemen komen telkens terug.
- Onvoldoende ontsmetten. Eén niet-geseteriliseerde lepel en je kweekt acetobacter in plaats van wijn. Resultaat: azijn. Sanitiseer álles wat de most aanraakt — geen uitzonderingen.
- Te lage gistingstemperatuur. Onder 15 °C zwicht de gist en stopt de vergisting halverwege. Een vat in een onverwarmde bijkeuken in november is te koud. Verwarmingsband of een warmere ruimte vinden.
- Te hoge temperatuur bij wit. Boven 25 °C krijg je fusel-alcohol en kook-aroma's die niet wegrijpen. Witte kits altijd 16-20 °C, niet warmer.
- Te vroeg bottelen. Als de gisting nog niet volledig klaar is, gaat hij door in de fles. Resultaat: ploffende kurken of zelfs explosies. Pas bottelen als de SG drie dagen stabiel onder 1.000 staat.
- Hydrometer overslaan. Zonder meten weet je niet wat je hebt gemaakt. Je weet niet of de gisting klaar is, hoeveel alcohol erin zit, of de wijn droog of zoet is. Een hydrometer van 15 euro is geen luxe maar het belangrijkste stuk gereedschap.
- Slordig hevelen. Te veel droesem meenemen geeft een troebele, mufte wijn. Plaats de cycloon van de heveltijdslang minstens 3 centimeter boven de droesemlaag.
- Sulfiet vergeten bij bottelen. Zonder die laatste dosis verkleurt de wijn binnen weken naar bruin en oxideren de aroma's weg. 5 gram kaliummetabisulfiet per 23 liter is standaard.
- Eigen NL-druiven zonder voorbereiding. Wie zijn eerste batch maakt van de druiven uit de achtertuin krijgt vrijwel altijd een ontgoocheld resultaat — te zuur, te weinig alcohol, te schimmelig. Begin altijd met een kit en bouw daarna op.
Fruitwijn en mede — soms een betere start dan druiven
Hier komt een waarheid die niet veel mensen je vertellen: in het Nederlandse klimaat is fruitwijn vaak een betere proeftuin dan druivenwijn. Appels, vlierbessen en bramen rijpen hier wél tot een goed niveau. Honing voor mede is een gestandaardiseerd ingrediënt waar het klimaat geen invloed op heeft.
Appelwijn (cider)
Ongeveer 1,2 kilo appels per liter, plus suiker tot 22 Brix. Een mix van zoete eetappels (Elstar, Jonagold) en zure of bittere appels (Belle de Boskoop, of een wild geplukte zure appel) geeft de meest interessante balans. Persen kan met een keukenpers of vruchtenpers; het sap gaat direct in het gistingsvat met een ciderpils-gist (Lalvin 71B of Mangrove Jack's M02). Klaar in 6-8 weken, scherp en fris.
Vlierbessenwijn
1,5 kilo verse vlierbessen per 5 liter, met 1,5 kilo suiker en een citroen voor zuur. Vlierbessen hebben veel tannine en kleurstof — de wijn lijkt qua karakter op een lichte rode. Belangrijk: vlierbessen moeten gegaard worden voor gisting (15 minuten zacht koken) om bittere en lichtgiftige stoffen af te breken. Klaar in 6 maanden.
Mede (honingwijn)
De toegankelijkste van allemaal — niets om te oogsten, geen seizoen, geen vrucht. 1,4 kilo honing per 5 liter water geeft een wijn van ongeveer 12 procent alcohol. Voeg een snufje DAP (di-ammoniumfosfaat) toe als gistvoeding — honing is arm aan stikstof, gist heeft het nodig. Gistsoort D47 voor een rondere mede, of EC-1118 voor een droge. Drinkbaar na 4-6 maanden, op zijn best na 18 maanden of langer.
Mede zit qua karakter ergens tussen witte wijn en sterke drank in. Droge mede smaakt fris met een lichte bloemige toon van de honing; zoete mede smaakt naar dessertwijn. Gewone bijenhoning werkt prima; voor luxueuzer profiel kies je heidehoning (donker, krachtig) of lindebloesemhoning (delicate, citrus).
Wanneer is het de moeite waard?
Eerlijk: financieel is het zelden voordeliger dan een fles uit de winkel kopen. Reken zelf: 200 euro uitrusting plus 100 euro ingrediënten gedeeld door 30 flessen = 10 euro per fles voor je allereerste batch. Pas vanaf batch drie zit je rond 4-5 euro per fles. Voor dat geld haal je in de winkel een prima fles wijn waar je geen drie maanden op hoeft te wachten.
Waarom dan toch? Drie redenen die in onze ervaring de doorslag geven:
- Je begrijpt wijn beter. Eén keer een batch laten ploffen omdat je de SG niet hebt gemeten, leert je meer over hoe wijn werkt dan tien wijnproeverijen. Je gaat een goede fles in de winkel met meer respect lezen.
- Je kunt experimenteren. Wat als je een wit met 8 weken sinaasappelschillen in laat liggen? Of een rosé met meer schil-contact dan elke commerciële Provence? Thuiswijn is je laboratorium.
- Het is een ritueel. Een batch wijn vraagt aandacht over maanden — hevelen, klaren, bottelen. Voor wie van zulke trage projecten houdt (zoals brood bakken, marmelade maken), is wijn maken een rustpunt in een verder snel leven.
Wat het níet is: een rationele manier om aan goedkope wijn te komen, of een vervanging voor een hobby met directere terugkoppeling. Wie ongeduldig is en alleen op het eindresultaat speelt, raakt vaak na batch twee teleurgesteld. Maar wie het ziet als een lange, geduldige investering in wijnkennis — die houdt het jaren vol.
Te ongeduldig voor je eigen batch? Bij DIRT. werk werk al gedaan.
Zelf wijn maken is leerzaam, maar voor de wijn op de dinertafel is een fles van een wijnboer die het al twintig jaar doet vaak betrouwbaarder. Wij selecteren wijnen van makers die hun eigen druiven én hun eigen proces in de hand houden — vaak natuurwijn of biologisch, altijd zo min mogelijk ingegrepen.
Bekijk alle wijnen Het wijnmaakproces uitgelegdDe volledige DIRT.-selectie
Van witte tot rode, van mousserend tot natuurwijn — flessen geselecteerd op herkomst, eerlijke productie en een wijnboer die zijn eigen proces in de hand houdt.
Veelgestelde vragen over zelf wijn maken
Mag je in Nederland legaal zelf wijn maken?
Ja, voor eigen gebruik mag je in Nederland zonder vergunning en zonder volumelimiet zelf wijn maken. De accijnswet voorziet hierin een uitzondering — zolang de wijn niet wordt verhandeld of geschonken aan derden in een commerciële setting. Wil je verkopen, dan registreer je bij de Belastingdienst voor accijns, bij de NVWA voor hygiëne en etikettering, en bij de Kamer van Koophandel. In België is het voor strikt persoonlijk gebruik vrij, maar zodra je iets weggeeft of verkoopt heb je een douanevergunning nodig vanaf de eerste fles.
Wat kost het om te beginnen met zelf wijn maken?
Voor een complete starterset reken je 150 tot 300 euro: gistingsvat van 25 liter met waterslot (25-45 euro), een tweede vat voor het hevelen (20-40), hydrometer (12-20), heveltijdslang (8-15), ontsmettingsmiddel (6-10), trechter (5), en 30 flessen met kurken (30-50). De ingrediënten voor je eerste batch — een wijnkit met druivensapconcentraat voor 23 liter (30 flessen) — kosten 80 tot 150 euro. Eindprijs per fles: ongeveer 3 tot 6 euro, inclusief uitrusting verdeeld over meerdere batches.
Welke druiven kan ik in Nederland zelf gebruiken?
PIWI-druiven (schimmel-tolerante kruisingen) doen het in het Nederlandse klimaat het beste: Solaris en Johanniter voor wit, Regent en Rondo voor rood, Souvignier Gris en Cabernet Cortis voor moderne hybrides. Klassieke vinifera-druiven zoals Chardonnay of Pinot Noir kunnen in een goed jaar lukken in Limburg of Brabant, maar bereiken zelden meer dan 16-19 Brix. Dat betekent een wijn van slechts 9-11 procent alcohol — vaak moet je suiker toevoegen (chaptaliseren) om naar 12 procent te komen. Voor consistent resultaat zonder schimmeldruk is een wijnkit met geconcentreerd sap uit Italië, Spanje of Chili stabieler.
Heb je echt druiven nodig om wijn te maken?
Nee. Strikt genomen is wijn alcohol uit vergiste vruchten of vruchtensap. Appel- of perenwijn (vaak cider genoemd), vlierbessenwijn, bramen-, kersen-, pruimen- en rabarberwijn vergisten allemaal volgens hetzelfde principe als druivenwijn. In het Nederlandse klimaat geven appels, vlierbessen en bramen vaak een beter resultaat dan druiven omdat het fruit beter rijpt. Ook honingwijn (mede) is een toegankelijk alternatief — honing geeft een constante suikerwaarde en is jaar in jaar uit hetzelfde.
Hoe lang duurt het van start tot eerste fles?
Bij een eenvoudige witte kit-wijn ben je in ongeveer 12 weken klaar om de eerste fles te openen: 1-2 weken hoofdgisting, 4-6 weken secundair op de droesem, 1-2 weken klaren, daarna bottelen plus 2-4 weken in de fles om de smaken te laten settlen. Een rode wijn vraagt meer geduld: minimaal 6 maanden voordat hij echt op zijn plek zit, en hij wint nog tot een jaar. Een mede (honingwijn) heeft 8-12 maanden nodig voor de scherpe tonen verzachten. Wijn uit eigen druiven uit Nederland: minstens een jaar op fles voor de zuurtonen kalmeren.
Wat is het verschil tussen wijn maken en bier brouwen thuis?
Bier brouwen vraagt actieve hitte — je kookt mout, hop en water, koelt af, vergist. De brouw-dag zelf duurt 4-6 uur intensieve aandacht. Wijn maken kost veel minder tijd op de dag zelf — vaak 30-60 minuten om een batch op te starten — maar wel veel meer geduld onderweg. Een bier is drinkbaar in 3-4 weken, een wijn doet er minimaal 3 maanden over en wint pas écht na 6-12. Bier vraagt ook strenger temperatuurbeheer; wijn vergist soepeler op kamertemperatuur.
Welke gist moet ik gebruiken voor wijn?
Voor beginners is Lalvin EC-1118 (champagnegist) de veiligste keuze: hij vergist krachtig tot 18 procent alcohol en heeft een breed temperatuurbereik (10-30 °C). Voor rondere witte wijn is Lalvin D47 mooier — werkt het best tussen 15-20 °C en geeft een vollere mondgevoel. Voor rode wijn werkt 71B prima — die zet ook appelzuur deels om in melkzuur, wat de wijn ronder maakt. Brood- of bakkersgist absoluut niet gebruiken: te lage alcohol-tolerantie en een bijsmaak die niet wegrijpt.
Hoe weet ik wanneer mijn wijn klaar is?
Met een hydrometer. Voor de gisting meet je het soortelijk gewicht (SG) van de most — meestal 1.085 tot 1.110 bij druivenwijn. De gisting is klaar wanneer SG onder de 1.000 zakt (vaak 0.990-0.995 voor een droge wijn) en drie dagen lang stabiel blijft. Geen hydrometer? Kijk naar het waterslot: als er minimaal twee dagen geen bubbels meer doorkomen en de wijn helder begint te worden, is de hoofdgisting klaar. Daarna volgt secundair (rijping op de droesem) en pas dan klaren en bottelen.
Kan ik mijn zelfgemaakte wijn verkopen?
Niet zonder vergunning. In Nederland moet je voor commerciële verkoop een accijnsvergunning aanvragen bij de Belastingdienst, registratie bij de NVWA voor voedselveiligheid en etikettering, en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Daarnaast moet je ruimte voldoen aan hygiëne-eisen (geen woonkeuken) en moet de wijn analytisch bewezen veilig zijn (sulfiet-meting, microbiologie). Voor verkoop binnen de EU komen er extra etiketteringsregels bij. Voor de meeste hobbyisten is verkopen niet rendabel — de schaalvoordelen van een commerciële wijnboerderij zijn enorm.
Wat doe ik als de gisting niet start?
Drie meest voorkomende oorzaken. Te koud (onder 15 °C): zet het vat in een warmere ruimte of gebruik een verwarmingsband. Te veel sulfiet in het sap: laat het 24 uur staan met deksel open zodat de SO2 vervliegt. Te oude of dode gist: maak een gist-starter — meng een sachet verse gist met 100 ml lauw druivensap en een snufje suiker, wacht een uur tot je actief schuim ziet en voeg dat dan toe aan de most. Als na 48 uur nog niets gebeurt en je hebt warmte, voeding (DAP, di-ammoniumfosfaat) en verse gist toegevoegd, dan zit er iets fundamenteel mis met je sap — meestal te zuur of te alcoholrijk al.
Wijn-update in je inbox
Eens per maand een korte mail met onze nieuwste wijnen, een wijngids-artikel en een eerlijke aanrader. Geen spam.

