Internationale vs inheemse druiven
Internationale druiven staan overal ter wereld, inheemse druiven horen thuis op één plek. Dat is het hele verschil, en toch verklaart het waarom een wijnkaart in Amsterdam soms hetzelfde aanbiedt als een in Sydney. Deze gids legt uit wat internationale en inheemse rassen zijn, waarom dezelfde zes druiven de wereld veroverden, en waarom de lokale druif nu met een opmars bezig is.

ver buiten de herkomst
één streek of land
Pinot Noir en drie witte
350-plus in gebruik
In het kort
- Het verschil zit in verspreiding, niet in de druif. Een internationaal ras wordt wereldwijd geplant, een inheems ras blijft bij zijn streek van herkomst.
- De grote zes komen bijna allemaal uit Frankrijk. Cabernet Sauvignon, Merlot, Pinot Noir, Chardonnay, Sauvignon Blanc en Riesling staan inmiddels in vrijwel elk wijnland.
- Ze werden dominant om drie redenen: ze passen zich aan, ze verkopen makkelijk, en ze raakten in de mode.
- De inheemse druif is bezig met een opmars. Drinkers zoeken streekkarakter, en lokale rassen blijken vaak beter bestand tegen hitte en droogte.
- Geen van beide is "beter". Internationaal of inheems zegt iets over verspreiding, niets over de kwaliteit in het glas.
Wat zijn internationale druivenrassen?
Een internationaal druivenras is een ras dat ver buiten zijn streek van herkomst wordt aangeplant, tot op andere continenten. Je vindt het in tientallen landen tegelijk. Cabernet Sauvignon is het schoolvoorbeeld: ontstaan in Bordeaux, maar inmiddels net zo thuis in Chili, Californië, Zuid-Afrika en Australië.
De klassieke kern bestaat uit zes rassen. Aan de rode kant: Cabernet Sauvignon, Merlot en Pinot Noir. Aan de witte kant: Chardonnay, Sauvignon Blanc en Riesling. Vaak wordt Syrah, in Australië Shiraz genoemd, er als zevende bij gerekend. Deze rassen worden ook wel de edele druiven genoemd, in het Engels de noble grapes. De term is oud en stamt uit een tijd waarin deze druiven bekendstonden als de rassen die overal ter wereld betrouwbaar goede wijn opleverden.
Het opvallende: bijna al deze druiven komen oorspronkelijk uit Frankrijk. Dat is geen toeval, en we komen er verderop op terug. Wat een internationaal ras vooral kenmerkt, is herkenbaarheid. Of je nu een Chardonnay uit de Bourgogne drinkt of een uit Nieuw-Zeeland, je proeft een gemeenschappelijke kern. De plek kleurt de wijn, maar de druif blijft herkenbaar zichzelf. Dat maakt internationale rassen een prettig vertrekpunt: je weet ongeveer wat je in het glas krijgt.
Wat zijn inheemse druivenrassen?
Een inheems ras is precies het tegenovergestelde. Het hoort van oudsher thuis in één bepaalde streek of land en wordt daarbuiten nauwelijks geplant. Andere woorden voor hetzelfde idee zijn autochtoon en lokaal ras. Ze betekenen allemaal: deze druif komt hiervandaan en blijft hier.
De lijst is eindeloos, want elk oud wijnland heeft zijn eigen rassen. Een paar herkenbare voorbeelden maken het concreet. In Italië zijn dat Sangiovese, de druif achter Chianti, en Nebbiolo, de druif van Barolo. Spanje heeft Tempranillo voor Rioja en Albariño voor de frisse witte wijnen van de Atlantische kust. Portugal leunt op Touriga Nacional, de ruggengraat van port. Griekenland heeft Assyrtiko, de zilte witte druif van Santorini, en Oostenrijk zijn Grüner Veltliner.
Een inheems ras draagt zijn streek met zich mee. Het is over eeuwen aangepast aan dat ene klimaat, die ene bodem en de lokale wijntraditie. Daardoor smaakt het naar zijn plek op een manier die een internationaal ras zelden haalt. De keerzijde: je moet de naam vaak eerst leren kennen. Xinomavro of Verdicchio zeggen de gemiddelde drinker minder dan Merlot.
De grens tussen internationaal en inheems is niet messcherp. Sommige rassen zijn van het ene kamp naar het andere geschoven. Garnacha begon als Spaanse lokale druif en is, onder de naam Grenache, wereldwijd verspreid geraakt. Syrah deed hetzelfde vanuit de Rhône. Een ras is dus internationaal of inheems op een bepaald moment, niet voor eeuwig.
Waarom dezelfde zes druiven overal staan
Loop een willekeurige wijnwinkel binnen, waar ook ter wereld, en je ziet steeds dezelfde namen terugkomen. Hoe is het zover gekomen dat een handvol Franse druiven de wijngaarden van vier continenten beheerst? Daar zijn drie redenen voor, en ze werkten samen.
Ze passen zich aan
De grote zes hebben één praktische eigenschap gemeen: ze gedijen op heel veel plekken. Cabernet Sauvignon groeit in het koele grind van Bordeaux net zo goed als op warme Californische klei. Chardonnay en Merlot voelen zich thuis in een brede waaier van klimaten en bodems. Voor een wijnboer die in een nieuw land begint, is dat aantrekkelijk: de kans dat het ras het doet, is gewoon groot.
Ze verkopen
Een etiket met "Chardonnay" of "Cabernet Sauvignon" is voor de consument een houvast. Je weet, min of meer, wat je koopt. Dat verlaagt de drempel. Een wijnboer die internationale rassen plant, kiest dus ook voor een afzetmarkt die de naam al kent. Onbekende lokale druiven moeten hun publiek nog veroveren.
Ze raakten in de mode
Frankrijk was lange tijd het middelpunt van de wijnwereld. Toen andere landen serieus wijn gingen maken, keken ze naar het Franse model en plantten de Franse rassen, omdat dat het beeld van kwaliteit was. Eind twintigste eeuw kwam daar een echte rage bovenop. Tijdens de zogeheten Chardonnay-boom plantten wijngebieden over de hele wereld haastig hectares Chardonnay aan, puur om een deel van die markt mee te pakken. Hetzelfde gebeurde met Cabernet. Mode werd zo een motor van uniformiteit.
Het resultaat van die drie krachten samen heeft een naam gekregen: een soort wereldwijde monocultuur. Wijnen uit heel verschillende streken gingen steeds meer op elkaar lijken, omdat ze van dezelfde druiven werden gemaakt. En precies die gelijkvormigheid riep een tegenbeweging op.
De comeback van de inheemse druif
De afgelopen twee decennia is de inheemse druif uit de schaduw gestapt. Wijnmakers en drinkers herontdekken lokale rassen die eerder waren weggedrukt door de internationale mode. Drie ontwikkelingen voeden die comeback.
De zoektocht naar karakter. Toen wijnen wereldwijd op elkaar begonnen te lijken, ontstond honger naar het tegenovergestelde. Drinkers zoeken authenticiteit en een herkenbare plek in hun glas. Een inheems ras levert dat per definitie: het smaakt naar één streek en is nergens anders zo te krijgen. Italië is hier het sprekende voorbeeld. Na jaren experimenteren met Cabernet en Merlot legt het land de nadruk weer nadrukkelijk op zijn eigen druiven.
Bestand tegen het klimaat. Dit is misschien wel de zwaarste reden. Veel autochtone rassen hebben zich over eeuwen aangepast aan hun streek en zijn daardoor van nature beter bestand tegen lokale hitte, droogte en ziektes. Met een opwarmend klimaat wordt dat een serieus voordeel. Het Portugese Touriga Nacional en het Italiaanse Nero d'Avola verdragen hitte goed en hebben minder water nodig dan veel breed geplante rassen. Het Griekse Assyrtiko van Santorini staat bekend om zijn opvallende droogtebestendigheid.
Erfgoed en biodiversiteit. Er is ook een bewuste wil om te behouden. Oude lokale rassen die dreigden te verdwijnen, worden weer aangeplant omdat ze deel zijn van de cultuur van een streek. Meer rassen in de wijngaard betekent bovendien meer veerkracht: een monocultuur is kwetsbaarder dan een wijnbouw met variatie.
Wil je de comeback zelf proeven? Kies bij je volgende fles bewust een inheems ras dat je niet kent, uit Italië, Spanje, Portugal of Griekenland. Een Aglianico uit Zuid-Italië, een Verdejo uit Rueda, een Xinomavro uit Griekenland. Je betaalt vaak minder dan voor een bekende naam en je proeft iets dat echt ergens vandaan komt.
Wat proef je in het glas?
Het onderscheid internationaal versus inheems blijft abstract tot je het proeft. Wat merk je er als drinker nu echt van?
Een internationaal ras is redelijk voorspelbaar. De kernkenmerken reizen mee over de landgrenzen. Een Cabernet Sauvignon uit Chili en een uit Australië delen die stevige tannine en het zwarte-bessenfruit, ook al kleurt de plek de details. Dat maakt internationale rassen een betrouwbare keuze: je weet ongeveer waar je aan toe bent. De keerzijde is dat de verrassing kleiner is.
Een inheems ras is vaker eigenzinnig. Het is sterker getekend door streek en traditie en kan je oprecht verrassen. Nebbiolo combineert een bleke, haast doorzichtige kleur met stevige tannine, een combinatie die tegen je verwachting in gaat. Assyrtiko brengt een zilte mineraliteit die je bij weinig andere witte wijnen vindt. Inheemse rassen vragen soms iets meer uitleg, maar geven daar ontdekking voor terug.
Belangrijk om eerlijk te zijn: "internationaal is saai" en "inheems is beter" zijn allebei te kort door de bocht. Een internationaal ras in handen van een goede wijnmaker kan buitengewoon zijn. Een inheems ras slordig gemaakt is gewoon niet lekker. Kwaliteit zit in de plek, de jaargang en het vakmanschap, niet in het etiket internationaal of inheems.
Internationaal vs inheems in één overzicht
De twee categorieën naast elkaar, zodat je het verschil in één oogopslag ziet. Onthoud daarbij dat het om tendensen gaat, niet om ijzeren wetten.
Een laatste nuance bij dit overzicht. Een internationaal ras dat al eeuwen ergens groeit, hoort daar gewoon thuis. Cabernet Sauvignon is in Bordeaux niet minder "echt" omdat het ook elders staat. En een ras kan op een nieuwe plek een tweede thuis vinden: Malbec in Argentinië, Sauvignon Blanc in Nieuw-Zeeland en Syrah in Australië zijn intussen klassiekers op zichzelf. De tweedeling is een hulpmiddel om te begrijpen, geen rangorde.
Hoe je dit gebruikt bij het kiezen
Wat heb je nu aan dit onderscheid als je voor het schap staat? Meer dan je zou denken.
Wil je op zeker spelen, bijvoorbeeld een fles voor een etentje waar je niemand wilt teleurstellen, kies dan een internationaal ras. Een Merlot of een Chardonnay valt vrijwel altijd in goede aarde, juist omdat de stijl herkenbaar en toegankelijk is. Je weet wat je in huis haalt.
Ben je in de stemming om iets te ontdekken, ga dan voor een inheems ras uit een land met veel autochtone druiven. Italië, Spanje, Portugal en Griekenland zijn schatkamers. Kies een naam die je niet kent en lees op het etiket uit welke streek hij komt. Je proeft iets dat hoort bij één plek, en negen van de tien keer betaal je er minder voor dan voor een bekende druif van vergelijkbare kwaliteit.
En een praktische leesregel: zie je op een fles een druifnaam die je nog nooit gehoord hebt, gekoppeld aan één specifieke streek, dan heb je vrijwel zeker een inheems ras in handen. Dat is geen reden om de fles terug te zetten. Het is juist de uitnodiging om je smaak een streek breder te maken. De leukste manier om wijn te leren kennen, blijft een onbekende druif naast een vertrouwde zetten en het verschil opdrinken.
Zin om een inheemse druif te proeven?
De beste manier om dit verschil te begrijpen is een onbekend lokaal ras naast een vertrouwde druif zetten. Onze wijnen komen rechtstreeks van de boer, zonder tussenpersonen. Kies een fles en proef waar een druif vandaan komt.
Bekijk alle wijnen →Naar de druivengidsWijn van de boer
Internationale klassiekers en eigenzinnige lokale rassen, rood en wit. Allemaal door ons geproefd, allemaal direct van de wijnboer.
Veelgestelde vragen
De vragen die we het vaakst krijgen over internationale en inheemse druiven.
Wat is het verschil tussen een internationale en een inheemse druif?
Welke druiven zijn internationale rassen?
Wat betekent autochtoon bij wijn?
Zijn inheemse druiven beter dan internationale?
Waarom staan Cabernet en Chardonnay in bijna elk wijnland?
Wat zijn de edele druiven?
Welk land heeft de meeste inheemse druivenrassen?
Kan een druif van internationaal naar inheems verschuiven, of andersom?
Hoe weet ik of een wijn van een inheems ras is gemaakt?
Welke wijn kies ik als ik iets nieuws wil proeven?
Zijn internationale druiven industrieel of minderwaardig?
Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?
Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.

