Mourvèdre wijn: vol, kruidig en eigenzinnig
Mourvèdre is het stoere buitenbeentje onder de rode druiven. Vol, stevig in de tannines en met een wilde, kruidige inslag die je niet snel vergeet. Onder de namen Monastrell en Mataro maakt hij krachtige flessen van Bandol tot Jumilla, en hij is de M in de beroemde GSM-blend.

In het kort
- Eén druif, drie namen. Mourvèdre (Frankrijk), Monastrell (Spanje) en Mataro (Australie) zijn precies dezelfde blauwe druif.
- Vol en stevig. Reken op donker fruit, peper en kruiden, een vlezige toon, hoge tannines en flink wat alcohol.
- De M in GSM. Naast soloflessen is mourvèdre de ruggengraat van veel Grenache-Syrah-Mourvèdre-blends.
- Bandol is de top. In dit hoekje van de Provence maakt de druif zowel bewaarbare rode wijn als een wereldberoemde rosé.
- Warmte nodig. Mourvèdre rijpt laat en lukt alleen in warme streken, met de kop in de zon en de voeten in het water.
Wat is mourvèdre?
Mourvèdre is een blauwe wijndruif die volle, krachtige rode wijn geeft met veel tannine, donker fruit en een kruidige, bijna wilde toon. In Spanje heet de druif Monastrell, in Australie Mataro. Je vindt mourvèdre zowel als solofles als verweven in blends, waar hij vaak het onzichtbare skelet vormt.
Het is geen druif die om aandacht schreeuwt zoals een rijpe Grenache dat doet met zijn zoete fruit. Mourvèdre werkt subtieler en somberder: aardse tonen, gedroogde kruiden, een vleugje leer en wild. Wijnmakers waarderen hem juist daarom. Hij geeft een wijn ruggengraat, kleur en bewaarpotentieel, en houdt de zoetere blendpartners op hun plek.
Pure mourvèdre vraagt geduld. Jong is de druif vaak gesloten en stug, met tannines die je tong droogtrekken. Geef hem een paar jaar, of een uur in de karaf, en er ontvouwt zich een heel andere wijn: dieper, ronder en met die typische hartige kruidigheid die mourvèdre tot een liefhebbersdruif maakt.
Hoe smaakt mourvèdre?
Mourvèdre smaakt vol en hartig, met donker fruit zoals braam en zwarte bes, een duidelijke laag zwarte peper en kruiden, en een vlezige, bijna wilde toon. De tannines zijn stevig en het alcoholgehalte is hoog. Naarmate de wijn rijpt komen er aardse tonen, leer en tabak bij.
Het smaakprofiel hieronder geldt voor een typische, droge rode mourvèdre uit een warme streek. Onthoud dat een gulle Monastrell uit Jumilla ronder en fruitiger smaakt dan een gesloten, mineralige Bandol die nog jong is.
In onze proeverijen valt steeds dezelfde tweedeling op. Mensen die houden van soepele, fruitige wijn vinden jonge mourvèdre vaak streng. Wie van structuur en hartigheid houdt, is meteen verkocht. Het is geen druif voor iedereen, en dat siert hem.
Mourvèdre, Monastrell of Mataro: dezelfde druif
Mourvèdre, Monastrell en Mataro zijn drie namen voor precies dezelfde druif. Mourvèdre is de Franse naam, Monastrell de Spaanse, en Mataro de naam die je vooral in Australie en de Verenigde Staten tegenkomt. Welke naam op het etiket staat, hangt dus vooral af van waar de fles vandaan komt.
Dat verschil in naam vertelt je meteen iets over de stijl die je mag verwachten. Staat er Bandol of Mourvèdre op een Franse fles, dan gaat het meestal om een serieuze, bewaarbare wijn. Zie je Monastrell uit Spanje, dan krijg je vaker een rijpe, gulle en betaalbare wijn. Mataro uit de Barossa komt geregeld van heel oude stokken.
Waar mourvèdre vandaan komt
De druif komt vrijwel zeker uit Spanje, van de oostkust rond Valencia en Murcia. De Franse naam Mourvèdre wordt in verband gebracht met de stad Murviedro, het huidige Sagunto bij Valencia. Vanuit Spanje verspreidde de druif zich noordwaarts naar de Franse Middellandse Zeekust, waar hij in de Provence zijn beroemdste vorm vond.
Eind negentiende eeuw kreeg mourvèdre een flinke klap. De druifluis phylloxera verwoestte de Europese wijngaarden, en mourvèdre was lastiger opnieuw aan te planten dan veel andere rassen. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw, met de heropleving van Bandol en de zuidelijke Rhône, kwam de druif weer in de belangstelling.
De druif in de wijngaard
Mourvèdre is een laatrijpende druif die veel warmte en zon nodig heeft om volledig rijp te worden. Een oud wijnmakersgezegde vat zijn voorkeur samen: de druif wil de kop in de zon en de voeten in het water. Hij gedijt dus in warme streken met genoeg water in de bodem, bij voorkeur dicht bij de zee.
Die hoge eisen maken mourvèdre een lastige druif om te telen. Rijpt hij niet helemaal af, dan blijven de tannines hard en groen en mist de wijn fruit. De opbrengsten zijn vaak laag en wisselvallig. Precies daarom is goede mourvèdre relatief zeldzaam, en vraagt de druif om een wijnmaker die zijn terroir kent.
Omdat mourvèdre zoveel warmte nodig heeft, lukt hij niet in koele wijnlanden. In Nederland of Duitsland zul je hem niet in de wijngaard zien. Zoek je een mourvèdre, kijk dan naar het zuiden van Frankrijk, het zuidoosten van Spanje, en warme New World-streken zoals de Barossa.
De belangrijkste regio's
Bandol in de Provence geldt als de top voor pure mourvèdre, maar de druif speelt op meer plekken een hoofdrol. In de zuidelijke Rhône en de Languedoc is hij een vaste blendpartner, en in het zuidoosten van Spanje maakt Monastrell krachtige, betaalbare wijnen. De tabel zet de belangrijkste streken naast elkaar.
Wil je mourvèdre leren kennen, dan is een rijpe Spaanse Monastrell uit Jumilla het toegankelijkste startpunt: vol fruit, soepel en betaalbaar. Wie de klassieke, serieuze kant wil proeven, komt vroeg of laat uit bij Bandol.
De M in de GSM-blend
GSM staat voor Grenache, Syrah en Mourvèdre: het klassieke druiventrio van de zuidelijke Rhône en Châteauneuf-du-Pape. Elke druif heeft zijn taak. Grenache geeft zacht rood fruit en alcohol, Syrah geeft kleur, peper en sap, en mourvèdre geeft structuur, tannine en een hartige ruggengraat.
Zonder mourvèdre zou zo'n blend al snel rond en gul zijn, maar ook een beetje karakterloos. De druif voegt grip en bewaarpotentieel toe, en die typische wilde toon die een GSM herkenbaar maakt. In de praktijk zit hij meestal in een minderheid van de blend, maar zijn invloed is groter dan dat aandeel doet vermoeden.
Je komt het GSM-principe overal in de warme wijnwereld tegen, van de Rhône en de Languedoc tot Australie en Californie. De volgorde van de letters varieert: soms is Grenache de baas, soms Syrah, en in een handvol flessen voert mourvèdre de boventoon.
Bandol: de thuisbasis van mourvèdre
Bandol is een kleine appellatie aan de Provençaalse kust waar mourvèdre de hoofdrol speelt. De rode wijn moet een groot aandeel mourvèdre bevatten, in de praktijk vaak ruim boven de helft, en is stevig, donker en bewaarbaar. Naast die rode wijn is Bandol beroemd om een van de serieuste rosés ter wereld.
De rode Bandol is bijna het tegenovergestelde van een vlotte zomerwijn. Jong is hij gesloten en streng, met tannines die om geduld vragen. Na tien tot twintig jaar in de fles komt de beloning: een complexe wijn met leer, kruiden, gedroogd fruit en een fluweelzachte structuur. Het is mourvèdre op zijn meest indrukwekkend.
De rosé van Bandol is geen terrasroze om achteloos weg te drinken. Hij heeft body, structuur en kan zelfs een paar jaar mee. Schenk hem niet ijskoud maar rond de 10 tot 12 graden, en zet er een echt gerecht bij in plaats van een bakje chips. Dan proef je waarom deze rosé zo'n reputatie heeft.
Wat eet je bij mourvèdre?
Mourvèdre vraagt om stevige, hartige gerechten die zijn tannines en kruidigheid kunnen bijbenen. Denk aan lamsbout, wild zoals hert en ree, gegrild rood vlees en langzaam gegaarde stoofschotels. De vlezige, peperige toon van de druif past ook goed bij gerechten met tijm, rozemarijn en olijven.
- Lam en wild. De klassieke match. Een Provençaalse lamsschouder met knoflook en kruiden is gemaakt voor een rode Bandol.
- Stoofschotels. Een daube van rundvlees, of een stoof met olijven en kruiden, vindt zijn gelijke in de hartige structuur van mourvèdre.
- Gegrild rood vlees. Houtskool en kruidige wijn versterken elkaar. Een rijpe Monastrell bij de barbecue werkt verrassend goed, zie ook wijn bij de barbecue.
- Rijpe harde kaas. Een oude kaas met wat noten en kruiden houdt moeiteloos stand tegen een stevige rode.
Wat je beter vermijdt: delicate visgerechten, lichte salades en alles wat zoet is. De tannines en de kracht van mourvèdre walsen daaroverheen. Houd het hartig en stevig, dan zit je goed.
Bewaren en serveren
Schenk mourvèdre op 16 tot 18 graden, dus iets onder kamertemperatuur, in een ruim glas. Een jonge, stugge fles wordt opener als je hem een uur van tevoren karafeert. Eenvoudige Monastrell drink je het best binnen drie tot vijf jaar; een topwijn uit Bandol kan tien tot twintig jaar rijpen.
De bewaartijd hangt dus sterk af van de stijl. Een vlotte, fruitige Monastrell is gemaakt om jong en met plezier te drinken, en wint weinig met wachten. Een serieuze Bandol of een goede GSM met veel mourvèdre is juist een wijn om weg te leggen. Bewaar die liggend, donker en koel, rond de 12 graden.
Twijfel je of een fles al toe is aan drinken? Schenk een glas en proef. Voelen de tannines nog hard en droog, geef de wijn dan meer lucht in de karaf, of leg de fles terug in de kelder voor later. Mourvèdre beloont geduld, maar straft het zelden af.
Liever proeven dan lezen?
Mourvèdre begrijp je het best met een glas in de hand. Bij DIRT. koop je rechtstreeks bij de wijnboer, zonder tussenpersoon en eerlijk geprijsd. Bekijk welke krachtige rode wijnen er nu klaarstaan.
Bekijk de rode wijnen →Onze wijnboerenKrachtige rode wijnen van de boer
Hou je van vol, hartig en met karakter? Dan zit je bij onze rode wijnen goed. Rechtstreeks van kleine familiebedrijven, zonder tussenpersoon.
Veelgestelde vragen over mourvèdre
De vragen die we het vaakst krijgen over deze eigenzinnige rode druif.
Wat is mourvèdre?
Hoe smaakt mourvèdre-wijn?
Is mourvèdre hetzelfde als monastrell?
Waar komt de mourvèdre-druif vandaan?
Wat is de GSM-blend?
Welke regio's maken de beste mourvèdre?
Wat is Bandol?
Welk eten past bij mourvèdre?
Hoe lang kun je mourvèdre-wijn bewaren?
Op welke temperatuur schenk je mourvèdre?
Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?
Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.
