Wijngids · Wijn & eten

Wijn bij pasta: welke wijn bij welke saus

De saus bepaalt je wijn, niet de pastavorm. Een bolognese vraagt dezelfde wijn op spaghetti, penne of tagliatelle. Een eerlijke gids per saus, met het waarom erachter, en waarom een goede pasta-wijn bijna altijd Italiaans is.

19 min leestijd
Glas rode wijn met een wijngaard op de achtergrond
De vuistregel
Volg de sausniet de pastavorm
Bij tomaat
Veel zuurSangiovese of Barbera
Bij room
Volle wittegeen rood erbij
Veiligste keuze
Italiaansgegroeid bij dit eten

In het kort

TL;DR
  • De saus kiest de wijn. Spaghetti, penne of tagliatelle maakt niets uit, kijk naar wat erover gaat.
  • Tomaat is zuur. Je wijn heeft minstens evenveel zuur nodig, anders smaakt hij slap.
  • Italiaanse druiven werken bijna altijd. Sangiovese, Barbera en Vermentino zijn naast deze keuken gegroeid.
  • Room vraagt wit. Bij alfredo en kaassaus botst rode wijn; pak een volle witte.
  • Carbonara op z'n Romeins vraagt zuur. Pecorino en guanciale zijn zout en vet, dus kies een strakke witte als Frascati Superiore, Verdicchio of Soave.
  • Bolognese draait om de tomaat. Thuis gaat er al snel vijf keer zoveel tomaat in als in Bologna; kies dan een Barbera of Sangiovese met veel zuur.
  • Pittig vraagt een lichte wijn. Alcohol en peper versterken elkaar, dus vermijd zware rode bij arrabbiata.

De saus beslist, niet de pasta

De meest gestelde vraag over pasta en wijn is de verkeerde vraag. Mensen vragen "welke wijn bij spaghetti", terwijl spaghetti alleen maar een vorm is. Een bord spaghetti pomodoro en een bord spaghetti carbonara hebben niets gemeen behalve de sliertjes. De saus is wat je proeft, en de saus is wat je wijn moet aankunnen.

Zet dezelfde ragù op spaghetti, op tagliatelle of op rigatoni en je schenkt er drie keer dezelfde wijn bij. Ook Wine Folly noemt pasta zelf een neutraal canvas en kijkt bij wijn bij pasta eerst naar de saus. Vervang de ragù door pesto en alles verandert, ook al ligt er nog precies dezelfde pasta op je bord. Begin dus altijd bij de saus.

Onder die ene regel liggen twee oudere principes, en aan die twee heb je eigenlijk genoeg.

Match het gewicht

Een lichte saus vraagt een lichte wijn, een rijke saus een vollere. Een delicate pasta met olijfolie en knoflook wordt overstemd door een zware rode. Een rijke ragù maakt een ijle witte onzichtbaar. Weeg de saus en de wijn tegen elkaar af voordat je inschenkt.

Volg het zuur

De Italiaanse keuken zit vol tomaat, en tomaat is zuur. Een wijn met genoeg eigen zuur loopt daarmee mee. Een wijn met te weinig zuur smaakt er vlak en plat naast. Dit is de regel die de meeste mensen vergeten, en het is precies de regel die de hele pagina hieronder verklaart.

Waarom tomaat de lastigste factor is

Tomaat is zuur. Verse tomaten zitten rond pH 4,3 tot 4,9, precies op de grens die voedselveiligheidsdiensten voor zuur voedsel aanhouden. Wijn is nog zuurder, meestal tussen pH 3 en 4. Toch is het zuur van tomaat genoeg om een verkeerde wijn te laten struikelen, want zuur eten laat het zuur in je wijn minder hard overkomen.

Het werkt zo: je proeft wijn en eten altijd in verhouding tot elkaar. Zet een wijn met weinig zuur naast een zure saus en de wijn lijkt opeens nog slapper dan hij is. Het zuur in de saus eet het beetje frisheid van de wijn op, en wat overblijft smaakt zoetig en vlak. Daar komt de teleurstelling vandaan als je een zachte, eikrijke wijn bij spaghetti pomodoro schenkt.

Italiaanse rode druiven lossen dit vanzelf op. Sangiovese, Barbera en Nebbiolo hebben van nature een hoog zuurgehalte. Ze zijn eeuwenlang naast deze keuken gegroeid, in dezelfde streken, bij dezelfde gerechten. Hun zuur loopt mee met het zuur van de tomaat in plaats van eronder te bezwijken. Dat is geen toeval, dat is co-evolutie tussen wijngaard en keukentafel.

Het tweede deel van het probleem is eik. Een zwaar geëikte wijn brengt vanille en toast mee, en die smaken botsen met de heldere zuurtoon van tomaat. Het resultaat is vaak een bittere nasmaak. Houd het bij tomatensaus dus fris en niet te houtig. Een eenvoudige, ongeëikte Barbera of Sangiovese is daarom de veiligste keuze voor het hele rijtje tomatensauzen.

Wijn bij pasta per saus

Per saus verschilt de beste wijn: tomaat vraagt een rode met veel zuur, vleesragù een rode met meer body, room een volle witte, pesto en zeevruchten een frisse witte en pittige sauzen een lichte, fruitige wijn. Hieronder acht veelvoorkomende sauzen met de reden erachter. Recepten verschillen, dus zie het als startpunt, niet als wet.

Saustype
Beste wijn
Waarom het werkt
Lichte tomatensaus
pomodoro, marinara
Sangiovese (Chianti), Barbera, droge rosé
Hoog zuur loopt mee met het zuur van de tomaat
Vleesragù
bolognese, ragù
Sangiovese, Barbera, Montepulciano, droge Lambrusco
Body draagt het vlees, zuur snijdt door het vet
Carbonara op z'n Romeins
guanciale, ei, pecorino
Frascati Superiore, Verdicchio, Soave, Fiano
Zout en vet vragen een wijn met stevig zuur
Romige saus
alfredo, vier kazen, carbonara met room
Volle Chardonnay, Roero Arneis, Greco di Tufo
Vet en room vragen body én frisheid in de wijn
Groene pesto
pesto alla genovese
Vermentino, Sauvignon Blanc, droge witte
Fris genoeg voor het kruid en de zoute parmezaan
Zeevruchten
vongole, scampi, frutti di mare
Vermentino, Pinot Grigio, Verdicchio, Gavi
Licht, ziltig wit; rood botst met vis en schelpdier
Pittige saus
arrabbiata, peperoncino
Lichte fruitige rode of off-dry witte
Lichte zoet en fruit dempen de peper; tannine niet
Knoflook en kruiden
aglio e olio, cacio e pepe
Verdicchio, Vermentino, lichte witte
Eenvoudige saus vraagt een frisse, eenvoudige wijn

Lichte tomatensaus

Pomodoro, marinara, een snelle saus van tomaat en basilicum: scherp, fris, niet zwaar. De vijand is het zuur. Een Sangiovese uit de Chianti is de klassieke keuze, met zijn kers en kruiden en stevige frisheid. Een Barbera doet het net zo goed en is vaak nog soepeler. Wil je wit, dan kan een droge rosé verrassend goed mee, die overbrugt zuur en fruit.

Vleesragù

Bolognese, een langgestoofde ragù: hier komt vlees bij, en dus gewicht en vet. Je hebt een wijn nodig met meer body dan bij een kale tomatensaus. Een krachtige Sangiovese, een sappige Montepulciano d'Abruzzo of een ronde Primitivo doen het werk: ze dragen het vlees en hun zuur snijdt door de vetheid van de saus. Komt er béchamel en kaas bij, zoals in de ovenschotel, kijk dan bij de wijnkeuze voor lasagne. Waarom de bolognese van thuis een andere fles vraagt dan de ragù uit Bologna, lees je hieronder bij wijn bij bolognese.

Romige saus

Alfredo, een saus van vier kazen, een carbonara met room: room en vet vragen iets anders dan tomaat. Hierover lees je meer in de aparte secties hieronder, maar de korte versie is: pak een witte wijn met body en laat het rood staan. De Romeinse carbonara zonder room heeft een eigen sectie, want die vraagt vooral zuur.

Groene pesto

Pesto alla genovese is kruidig van de basilicum en zout van de parmezaan en de pijnboompitten. Je wilt een wijn die fris genoeg is om dat aan te kunnen, maar niet zo aromatisch dat hij met het kruid in de clinch gaat. Een Italiaanse Vermentino is hier ideaal: ziltig, citrusachtig, strak. Een Sauvignon Blanc werkt ook, mits niet té uitgesproken.

Zeevruchten

Spaghetti vongole, pasta met scampi of frutti di mare: licht, ziltig, delicaat. Dit is wit-wijngebied. Een Vermentino, een Verdicchio of een Gavi houdt het licht en spiegelt de zilte zee-smaak. Rode wijn botst hier met de vis en geeft een metaalachtige nasmaak. Dit is een van de weinige plekken waar de oude regel "wit bij vis" gewoon klopt.

Pittige saus

Arrabbiata, aglio e olio met peperoncino: hier zit hitte in. Stevige tannine is dan je vijand, daarover hieronder meer. Een lichte, fruitige rode of een witte met een vleugje restzoet is de veilige keuze.

Knoflook en kruiden

Aglio e olio is misschien wel het eenvoudigste pastagerecht: olijfolie, knoflook, peper, peterselie. Een eenvoudige saus vraagt een eenvoudige, frisse wijn, zoals een Verdicchio of een lichte Vermentino. Cacio e pepe, met zijn pecorino en zwarte peper, mag iets meer body hebben; een wat steviger witte of een hele lichte rode kan daar ook.

Romige pasta: waarom wit hier wint

Bij carbonara reiken veel mensen automatisch naar rood, omdat er spek in zit. Dat is een begrijpelijke maar verkeerde reflex. Carbonara is geen vleesgerecht. Wat je proeft is de eidooier, de kaas en het vet; het spek is de smaakmaker.

Rode wijn heeft tannine, en tannine en een saus van room of ei vormen geen prettig duo. De tannine maakt de romige textuur dof en de wijn smaakt er vlak naast. Witte wijn heeft geen tannine, wel zuur, en dat zuur snijdt juist door het vet en houdt je gehemelte fris tussen de happen door.

Belangrijk is wel dat de witte wijn genoeg gewicht heeft. Een ijle, dunne witte verdrinkt in de room. Je zoekt een volle witte: een Chardonnay met wat body, een Italiaanse Roero Arneis, een Greco di Tufo uit Campanië. Allemaal vol genoeg om naast de room overeind te blijven, en fris genoeg om hem niet zwaar te maken.

Onze tip

Wil je toch per se rood bij je carbonara, kies dan een rode wijn met zo weinig mogelijk tannine: een frisse, lichte stijl. Een soepele pinot noir komt er nog het verst mee. Maar eerlijk: een volle witte doet hier gewoon een beter werk.

Wijn bij carbonara: Romeins of met room?

Bij carbonara past een droge witte wijn met stevig zuur en genoeg body: een Frascati Superiore uit Lazio, een Verdicchio, een Soave of een Fiano. Maak je de Romeinse versie met guanciale, ei en pecorino, dan is zuur het belangrijkst. Gaat er room in, dan mag de wijn voller en ronder zijn.

Twee gerechten met dezelfde naam

In Rome bestaat carbonara uit pasta, ei, pecorino romano, guanciale en zwarte peper. Guanciale is gezouten varkenswang. Room komt er niet aan te pas: de saus wordt romig doordat het ei met de kaas en een scheut kookwater bindt. In veel Nederlandse keukens ziet carbonara er anders uit, met ontbijtspek of gerookte spekjes, kookroom en soms Parmezaanse kaas. Allebei lekker, maar voor je wijn zijn het twee verschillende gerechten.

Romeins: zout en vet vragen zuur

Pecorino romano en guanciale zijn allebei flink zout. Zout in je eten zorgt dat je het zuur in een wijn minder proeft. Een wijn die los gedronken best strak is, smaakt naast een bord Romeinse carbonara dus gewoon fris, en een zachte, ronde wijn zakt erbij in. Het vet van de guanciale wil daarnaast een wijn die je mond schoonspoelt.

Kies daarom een witte wijn met veel zuur en een beetje gewicht. Een Verdicchio uit de Marche is daar sterk in, net als een Fiano of Greco di Tufo uit Campanië. Ook een Soave werkt: Wine Folly zet Soave bij spaghetti carbonara om precies dat zuur en die lichte ziltigheid.

Wat Rome zelf schenkt

Wil je drinken wat bij de stad hoort, kijk dan naar de wijnen uit Lazio, de regio rond Rome. Frascati komt uit de heuvels direct ten oosten van de stad en draait van oudsher op Malvasia del Lazio, daar Malvasia Puntinata genoemd. Gewone Frascati mag tot 30 procent Trebbiano Toscano bevatten en is daardoor vaak vrij neutraal. Zoek liever een Frascati Superiore. Die is sinds 2011 een DOCG, met een lagere opbrengst per hectare en een hoger minimum aan alcohol. De betere flessen hebben meer Malvasia Puntinata, soms met de lokale druif Bellone erbij.

En rood uit Rome? De rode druif van Lazio heet Cesanese en geeft eerder gestructureerde wijnen met tannine. Lekker bij een stoofpot, bij carbonara niet je eerste keus.

Met room: voller wit

Gaat er kookroom in, dan wordt de saus zachter en minder zout, en het spek is vaak gerookt. Dan mag de wijn voller zijn: een chardonnay met wat body, een Roero Arneis of een Greco di Tufo. Pas wel op met de zwaarste chardonnays. Veel hout en veel alcohol maken een wijn aan tafel log, en naast een romige saus voelt hij dan zwaar in plaats van fris. Een chardonnay met een beetje hout is genoeg.

Onze tip

Weet je niet welke carbonara er op tafel komt, of eet de ene helft hem Romeins en de andere met room? Open een droge mousserende wijn, een brut. Het zuur en de prik snijden door het vet van allebei de versies, en je hoeft maar één fles te kiezen.

Wijn bij bolognese: ragù uit Bologna of spaghetti van thuis?

Bij bolognese past een rode wijn met veel zuur: een Sangiovese, een Barbera of een droge Lambrusco. Hoe meer tomaat er in je saus zit, hoe belangrijker dat zuur wordt. De ragù zoals Bologna hem maakt, met melk en weinig tomaat, verdraagt ook een zachtere rode. De Nederlandse spaghetti bolognese vraagt vooral frisheid.

Twee sauzen met dezelfde naam

In Bologna ligt de saus vast. De Accademia Italiana della Cucina deponeerde het recept voor ragù alla bolognese op 17 oktober 1982 bij de Kamer van Koophandel van Bologna en vernieuwde het op 20 april 2023. Voor zes personen gaat er 400 gram rundergehakt en 150 gram verse pancetta in, met ui, wortel en selderij, een glas rode of witte wijn, 200 gram passata en een eetlepel dubbel geconcentreerde tomatenpuree. Een glas volle melk mag erbij. Daarna sudderen: zo'n twee uur, of drie als je de tijd hebt. Je leest het na in het gedeponeerde recept bij de Kamer van Koophandel van Bologna. En let op: het hoort op tagliatelle, niet op spaghetti.

De spaghetti bolognese die in Nederland op tafel komt, is een ander gerecht. Neem het recept van Jumbo voor vier personen: 300 gram rundergehakt, 125 gram gerookte spekblokjes, 140 gram tomatenpuree en 800 gram tomatenblokjes, een kwartier zachtjes gekookt. Prima doordeweeks eten, maar voor je wijn telt vooral hoeveel tomaat erin gaat.

Onze rekensom: ruim vijf keer zoveel tomaat

We legden beide recepten naast elkaar. In Bologna gaat er ongeveer 0,4 gram tomaat in per gram vlees. In de versie van Jumbo is dat 2,2 gram. Dat is ruim vijf keer zoveel tomaat, in een saus die een kwartier kookt in plaats van twee uur. Voor je wijn is dat het verschil tussen een vleessaus en een tomatensaus met vlees erin.

Wat zit erin
Ragù uit Bologna
Spaghetti bolognese van thuis
Tomaat
200 g passata en 1 el puree
800 g tomatenblokjes en 140 g puree
Vlees
400 g rundergehakt en 150 g pancetta
300 g rundergehakt en 125 g spekblokjes
Tomaat per gram vlees
ongeveer 0,4 gram
ongeveer 2,2 gram
Kooktijd
ongeveer 2 uur
15 minuten
Pasta
tagliatelle
spaghetti
Wijn
droge Lambrusco, Sangiovese of een rondere rode met genoeg zuur
Barbera, Sangiovese of een lichte rode met veel zuur

Waarom dat telt: zuur eten laat het zuur in je wijn minder hard overkomen. Bij de tomaatrijke thuisversie verdwijnt de frisheid van een zachte wijn dus bijna helemaal, en houd je een vlakke, zoetige slok over. Kies daar een Barbera met zijn hoge zuur of een Sangiovese. De ragù uit Bologna is vooral vlees, vet en melk. Daar mag de wijn ronder zijn, zolang hij genoeg zuur heeft om het vet op te ruimen.

Wat Bologna zelf schenkt

In Emilia drinken ze er Lambrusco bij, de licht mousserende rode uit de vlakte rond Modena, Parma en Reggio Emilia. De traditionele Lambrusco is droog, met uitgesproken zuur en een prik die door de vette Emiliaanse keuken heen snijdt. Wine Folly beschrijft Lambrusco als droog, met middelhoog zuur. Kijk wel goed op het etiket: veel Lambrusco die naar het buitenland gaat, is halfzoet of zoet. Zoek naar secco. Meer over de stijlen staat in onze gids over Lambrusco. Liever stil rood uit dezelfde regio? Dan is Sangiovese uit de heuvels van Romagna, het oostelijke deel van Emilia-Romagna, de logische keus.

Wat onze wijnmakers zelf zeggen

We liepen het eetadvies na dat de makers zelf bij hun wijn schreven, voor alle 254 producten die nu in onze winkel staan. Precies één maker noemt pasta bolognese letterlijk: Weingut Erben von Beulwitz, bij hun Blauer Spätburgunder van de Ruwer, een zijrivier van de Moezel. Dat is een pinot noir uit een koel klimaat met 12,5 procent alcohol, licht en friszuur, en dus een goede match voor de tomaatrijke versie van thuis. Drie andere wijnen hebben pasta met tomatensaus in het eetadvies staan: de Valpolicella Classico van Novaia (12 procent) en Running Pigs en One Block Grenache van Domaine Treloar uit de Roussillon. Een Lambrusco hebben we op dit moment niet in het assortiment.

Onze tip

Kook met de wijn die je ook schenkt. Het recept uit Bologna laat een glas rode of witte wijn in de pan toe, dus dat glas kan gewoon uit de fles die straks op tafel staat. Dan proef je dezelfde wijn in de saus en ernaast.

Pesto en zeevruchten: licht en fris

Bij pesto en bij pasta met zeevruchten past een lichte, droge en frisse witte wijn zonder zware eik, zoals een Vermentino of een Verdicchio. Pesto is zout en kruidig, zeevruchten zijn delicaat en ziltig. In beide gevallen spoelt een wijn met veel frisheid het zout weg en laat hij het gerecht zelf het woord.

Bij pesto draait het om het zout en het kruid. De parmezaan maakt de saus zilter dan je denkt, en de basilicum geeft een groene, kruidige toon. Een wijn met flink wat frisheid spoelt het zout weg en houdt je smaak schoon. Een Vermentino van de Italiaanse kust, van Sardinië of Ligurië waar pesto vandaan komt, is de natuurlijke partner. Niet voor niets: kruid en wijn zijn daar in hetzelfde klimaat ontstaan.

Bij zeevruchten geldt hetzelfde principe, met nog wat meer nadruk op licht. Schelpdieren en scampi zijn delicaat; een zware wijn walst eroverheen. Een strakke, minerale witte laat de zee-smaak intact. De zilte toon in een Vermentino of een Verdicchio spiegelt zelfs het zout van de schelpen.

De gemene deler is terughoudendheid. Bij lichte, frisse pasta is de wijn de begeleider, niet de hoofdrol. Kies iets eenvoudigs en goed gekoeld en laat het gerecht het werk doen.

Pittige pasta: kies licht, fris en weinig alcohol

Bij pittige pasta zoals arrabbiata kies je een lichte, fruitige rode met weinig tannine en alcohol, of een witte met een vleugje restzoet, zoals een lichte riesling. Een zware, alcoholrijke rode maakt de hitte erger. Arrabbiata betekent letterlijk "boos", en dat slaat op de peper die je wijn moet zien te overleven.

Alcohol en pikant eten versterken elkaar. Alcohol prikkelt je mond net als de peper, waardoor het branden even heftiger aanvoelt, en na een pittige hap smaakt een volle wijn nog zwaarder en alcoholischer. Schenk een stevige Barolo of een volle Cabernet bij een arrabbiata en je proeft vooral meer hitte, met een droge, ruwe nasmaak.

De oplossing is contrast en zachtheid. Een lichte, fruitige rode met weinig tannine, zoals een jonge Sangiovese of een gekoelde lichte rode, laat de hitte met rust. Nog beter werkt een wijn met een vleugje restzoet: een off-dry witte zoals een lichte riesling. Die lichte zoetheid dempt de peper; het is hetzelfde principe waarom je bij een te pittige curry naar iets zoets grijpt.

Onze tip

Hoe heter het gerecht, hoe lager de tannine en hoe hoger het beetje zoet mag zijn. Bij echt vurige pasta is een lichtgekoelde, fruitige rode of een off-dry witte je beste verzekering. Bewaar je stevige Barolo voor een rustige langgestoofde ragù, daar hoort hij thuis.

Italiaanse druiven die altijd werken

Als je één ding onthoudt van deze pagina: voor pasta grijp je bijna altijd veilig met een Italiaanse druif. Ze zijn naast deze keuken gegroeid, en hun smaakprofiel van fris, sappig en niet te zwaar is precies wat pasta vraagt. Vijf druiven die je het verst brengen.

  • Sangiovese. De ruggengraat van Toscane, de druif achter Chianti en Brunello. Hoog zuur, stevige tannine, smaken van kers, pruim en kruiden. Dit is de universele pasta-rode: hij loopt mee met tomaat en draagt een ragù zonder moeite.
  • Barbera. Uit Piemonte, en wat ons betreft de meest onderschatte druif van dit rijtje. Hoog zuur, maar láág tannine en vol donker fruit. Dat maakt hem ongelooflijk soepel en veelzijdig, de ideale keuze als je één rode fles bij een gemengd pastamenu wilt.
  • Montepulciano. Uit de Abruzzen. Sappig, soepel, met donkere bessen en een vriendelijke prijs. De doordeweekse pasta-held: precies genoeg body voor ragù, nooit te zwaar.
  • Nebbiolo. De druif van Barolo en Barbaresco, ook uit Piemonte. Krachtig, hoog zuur, hoog tannine. Geweldig, maar bewaar hem voor rijke vleesgerechten en langgestoofde sauzen, niet voor een lichte tomaat of een pittige arrabbiata.
  • Vermentino. De witte tegenhanger, een kustdruif van Sardinië en Ligurië. Ziltig, citrusachtig, strak en kruidig. Bij pesto, bij zeevruchten en bij elke lichte pasta is dit je natuurlijke keuze.

De rode draad: deze druiven hebben allemaal frisheid. Dat is geen toeval, het is precies de eigenschap die pasta nodig heeft. Wil je verder kijken dan Italië, zoek dan wijnen met diezelfde levendige zuurgraad, maar de Italiaanse klassiekers blijven het betrouwbaarst.

Veelgemaakte fouten

De vier klassieke fouten bij wijn bij pasta zijn: kiezen op pastavorm in plaats van saus, een zware eikrijke witte bij tomaat, een volle alcoholrijke rode bij pittige pasta en rode wijn bij een roomsaus. Alle vier komen neer op hetzelfde: je kijkt niet naar het zuur, het vet of de hitte in de saus.

Fout 1: Kiezen op pastavorm

"Welke wijn bij spaghetti" is de verkeerde vraag. Spaghetti is een vorm; de saus is wat je proeft. Begin altijd bij de saus en de rest valt op zijn plek.

Fout 2: Zware eikrijke witte bij tomatensaus

Een zwaar geëikte chardonnay heeft te weinig zuur tegenover een zure tomatensaus en brengt vanilletonen mee die ermee botsen. Het resultaat smaakt slap en bitter. Houd het bij tomaat fris en ongeëikt.

Fout 3: Zware rode bij pittige pasta

Een volle, alcoholrijke rode bij een arrabbiata maakt het gerecht heter. Alcohol en peper versterken elkaar, en na een pittige hap voelt zo'n wijn nog zwaarder. Kies een lichte, fruitige wijn met weinig tannine en alcohol, of iets met een vleugje restzoet.

Fout 4: Rode wijn bij een roomsaus

Tannine en room vormen een doffe, vlakke combinatie. Bij carbonara of een kaassaus pak je een volle witte wijn. Het zuur snijdt door het vet; de tannine van rood doet juist het tegenovergestelde.

Serveren en één fles voor de tafel

Schenk lichte rode pasta-wijn licht gekoeld, rond 14 tot 16 graden, en volle witte rond 10 graden. Staan er meerdere pastagerechten op tafel, kies dan één veelzijdige fles: een Barbera als je rood wilt, een Vermentino als je wit wilt. Bij meerdere gangen werk je van licht naar krachtig.

Temperatuur

Lichte rode pasta-wijn, een jonge Sangiovese of een Barbera, drink je het lekkerst licht gekoeld, rond 14 tot 16 graden. Een kwartiertje in de koelkast voor het serveren maakt al verschil en haalt de frisheid naar voren. Volle witte wijn houd je rond 10 graden; te koud zit de smaak op slot.

Eén fles voor een gemengd menu

Staan er meerdere pastagerechten op tafel, kies dan niet drie flessen die elk maar bij één saus horen. Dat maakt het tafelmoment vooral rommelig. Kies één veelzijdige wijn die nergens echt onderuitgaat:

  • Wil je rood: een Barbera. Hoog zuur, weinig tannine, sappig fruit. Hij loopt mee met tomaat, draagt een lichte ragù en botst nergens.
  • Wil je wit: een Vermentino. Fris en ziltig, goed bij pesto, bij zeevruchten en bij elke lichte pasta.

Volgorde

Serveer je meerdere gangen pasta, werk dan van licht naar krachtig: begin met de frisse en delicate gerechten, eindig met de rijke ragù. Andersom verdooft de zware saus je gehemelte voor het subtielere werk.

Klaar om te proeven?

Een Italiaan voor op tafel?

Friszure rode voor tomaat en ragù, strakke witte voor pesto, zee en carbonara. Rechtstreeks uit de kelder van kleine Europese wijnboeren en door ons verkocht; de boer verzendt vaak zelf.

Shop rode wijn →Shop witte wijn
Onze selectie

Onze rode wijnen

Friszuur en sappig, precies wat een bord pasta met tomaat of ragù vraagt.

Snel antwoord

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden voor wie meteen een fles wil kiezen.

Welke wijn past het best bij pasta?
Dat hangt van de saus af, niet van de pastavorm. Bij de meeste pasta's met tomaat of vlees werkt een friszure Italiaanse rode zoals Sangiovese of Barbera. Bij romige of visgerichte saus pak je een frisse witte.
Welke wijn drink je bij pasta met tomatensaus?
Een Sangiovese (zoals Chianti) of een Barbera. Tomaat is verrassend zuur, en deze druiven hebben van nature genoeg zuur om mee te lopen. Een zachte, eikrijke wijn smaakt juist vlak en bitter naast tomatensaus.
Welke wijn past bij carbonara?
Een droge witte wijn met stevig zuur en wat body. Bij de Romeinse versie met guanciale, ei en pecorino werkt veel zuur het best: Frascati Superiore, Verdicchio, Soave of Fiano. Zit er room in, dan mag het voller, zoals een chardonnay met wat body.
Welke wijn drink je bij pesto pasta?
Een droge, frisse witte wijn zoals Vermentino of Sauvignon Blanc. Pesto is kruidig en zout door de parmezaan; je wilt een wijn met genoeg frisheid, maar niet zo aromatisch dat hij ermee botst.
Welke wijn past bij spaghetti bolognese?
Een rode wijn met veel zuur, zoals een Barbera of een Sangiovese. De Nederlandse spaghetti bolognese zit vol tomaat, en zuur eten laat een zachte wijn vlak smaken. Bij de ragù zoals Bologna hem maakt, met weinig tomaat en wat melk, past ook een droge Lambrusco of een rondere rode.
Rode of witte wijn bij pasta?
De saus beslist. Tomaat en vlees vragen meestal rood, room en vis vragen wit. De pastavorm (spaghetti, penne of tagliatelle) maakt voor de wijnkeuze niets uit.
Welke wijn bij pittige pasta zoals arrabbiata?
Een lichte, fruitige rode met weinig tannine en alcohol, of een off-dry witte. Vermijd zware, alcoholrijke rode: alcohol versterkt het branden van de peper, waardoor het gerecht heter smaakt.
Past rode wijn bij carbonara?
Het kan, maar het is zelden de beste keus. Tannine maakt een saus van ei en kaas dof. Wil je toch rood, kies dan een lichte rode met weinig tannine, zoals een pinot noir, licht gekoeld.
Waarom botst zware chardonnay met tomatensaus?
Tomaat is zuur, en een zware, eikrijke chardonnay heeft daar te weinig eigen zuur tegenover. De wijn smaakt dan slap en de eik geeft een bittere nasmaak naast de saus.
Welke ene wijn werkt bij een gemengd pastamenu?
Een Barbera als je rood wilt, of een Vermentino als je wit wilt. Allebei friszuur en veelzijdig: ze lopen mee met tomaat, dragen lichte vleessaus en botsen nergens echt.
DIRT. smiley
Over DIRT.

DIRT. verkoopt wijn van Europese familieproducenten; de boer verstuurt die zelf, rechtstreeks uit de kelder naar de klant. We spreken de wijnwaarde transparant met de maker af. Zo blijft de herkomst zichtbaar, van wijngaard tot glas.

Blijf op de hoogte

Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?

Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen.