Campania wijn: de vulkanische kant van Italië
Campania is de wijnstreek rond Napels, en daarmee de plek waar Italiaanse wijn ongeveer begonnen is. Vulkanische grond, oude Griekse druiven en vier DOCG's die nauwelijks op elkaar lijken. Deze gids legt uit wat er in de fles zit, wat het kost en waarom Taurasi de bijnaam Barolo van het zuiden kreeg.

In het kort
- Campania is de wijnstreek rond Napels. Zo'n 25.000 tot 29.000 hectare wijngaard, grotendeels op heuvels en op vulkanische grond.
- Vier DOCG's. Taurasi en Aglianico del Taburno voor rood, Fiano di Avellino en Greco di Tufo voor wit. Daarnaast vijftien DOC's.
- Aglianico is de baas. Ongeveer 34 procent van de aanplant. Late oogst, veel tannine, stevige zuren, tien jaar of langer bewaarbaar.
- De witte wijnen zijn geen bijzaak. Fiano en Greco horen bij de beste witte wijnen van Zuid-Italië, met zuren waar je pasta bij kunt eten.
- Prijs. 9 tot 14 euro voor Falanghina, 15 tot 25 euro voor serieus wit, 25 tot 45 euro voor Taurasi. Zie onze Italiaanse flessen.
Wat is Campania wijn?
Campania wijn komt uit de Italiaanse regio Campanië, het gebied rond Napels dat loopt van de kust bij Amalfi en de Golf van Napels naar binnen, langs de Vesuvius, omhoog naar het plateau van Irpinia op ongeveer 600 meter hoogte. Volgens de regiogids van Decanter is dat samen 3,3 procent van alle Italiaanse wijngaard, zo'n 29.000 hectare.
Andere tellingen komen lager uit. Italian Wine Central noteert 25.600 hectare voor 2022, met een productie van ongeveer 1,5 miljoen hectoliter. Wij zetten daarom een marge in deze gids in plaats van een hard getal: het areaal schommelt per bron en per meetjaar, en wie doet alsof er één officieel cijfer bestaat, verkoopt je een schijnzekerheid.
Belangrijker dan het aantal hectares is waar ze liggen. Ongeveer 85 procent van de wijngaarden ligt op heuvels of berghellingen. Dat betekent koele nachten, grote dag-nachtverschillen en druiven die hun zuren vasthouden, ook al ligt Napels op de breedtegraad van Madrid. Campania is warm zuiden op papier en fris binnenland in het glas.
De bodem doet de rest. Campania ligt op een vulkanisch systeem: de Vesuvius, de caldera van de Flegreïsche velden en oude aslagen die tot ver in het binnenland zijn neergedaald. In Irpinia zit daar kalk en klei onder, bij Tufo bestaat de ondergrond uit tuf, het samengeperste vulkanische as-gesteente waar het dorp naar heet. Die combinatie van hoogte en vulkanische grond verklaart waarom de wijnen hier scherper en hartiger uitvallen dan je bij Zuid-Italië zou verwachten. Wie vooral de zachte, zonnige kant van de rode wijnen van Italië gewend is, schrikt de eerste keer van een jonge Taurasi.
Zoek je een eerste kennismaking, begin dan niet bij Taurasi maar bij een Falanghina del Sannio van 10 tot 12 euro. Die fles vertelt in één slok wat de streek doet: citrus, wat kruid, hoge zuren en geen make-up. Bevalt dat, dan is de stap naar Aglianico logisch.
Van Falernum tot Taurasi
Campania maakt al bijna drieduizend jaar wijn. Griekse kolonisten brachten wijnstokken naar de Golf van Napels, de Romeinen maakten er hun duurste wijn: Falernum, van de hellingen van de Monte Massico, tegenwoordig de DOC Falerno del Massico. Wijn uit dit gebied lag in de kelders van Pompeï en werd in amforen over de hele Middellandse Zee verscheept.
Daarna ging het lang bergafwaarts. De negentiende en twintigste eeuw brachten druifluis in andere delen van Italië, ontvolking van het binnenland en een wijnbouw die op volume draaide. Fiano werd bijna verdrongen door druiven die meer opbrachten per hectare. Tot begin jaren negentig was er in feite één huis dat Campaanse wijn exporteerde: Mastroberardino.
Van die Romeinse wijnbouw is meer over dan een verhaal. Archeologen beschouwen Lacryma Christi van de Vesuvius, op basis van residu-analyse van oude vaten, als de moderne wijn die het dichtst in de buurt komt van wat er in de amforen van Pompeï zat. En de wijn dook eeuwenlang op in de literatuur, van Voltaire in Candide tot Dumas in De graaf van Monte-Cristo. Marketing bestond nog niet, reputatie wel.
Het kantelpunt kwam in 1993, toen Taurasi als eerste wijn van Zuid-Italië de DOCG-status kreeg. Halverwege de jaren 2000 telde de zone al meer dan 290 producenten. Wat je nu in het schap ziet is dus geen oude glorie die doorloopt, maar een streek die zichzelf in dertig jaar opnieuw heeft opgebouwd.
De vier DOCG's van Campania
Campania heeft vier DOCG's, de hoogste Italiaanse herkomstklasse: Taurasi, Aglianico del Taburno, Fiano di Avellino en Greco di Tufo. Daaronder liggen vijftien DOC's en tien IGP's. Opvallend: slechts 19 procent van de regionale productie draagt een DOP-status, de rest is eenvoudiger wijn.
Taurasi is de bekendste en de strengste. Naast Aglianico mag er tot 15 procent Barbera, Piedirosso of Sangiovese in, al kiezen de betere huizen vrijwel altijd voor honderd procent Aglianico. De wijngaarden liggen op 400 tot 500 meter op vulkanische grond, de productie is klein: 393 hectare, ongeveer 6.260 hectoliter, ruwweg een miljoen flessen per jaar. Ter vergelijking: dat is minder dan wat één groot merk in de supermarkt in een maand verkoopt.
De twee witte DOCG's liggen vlak naast elkaar en lijken toch niet op elkaar. Fiano di Avellino komt van 419 hectare en kwam in 2020 op 2,06 miljoen flessen. Greco di Tufo telt 636 hectare en 3,56 miljoen flessen. Fiano is de bredere, nootachtige wijn, Greco de strakke met hogere zuren en vaak een fenolische, bijna stroeve rand. Master of Wine Mary Ewing-Mulligan zet Greco op dronk drie tot vier jaar na de oogst, met ontwikkeling tot tien à twaalf jaar.
De vierde DOCG, Aglianico del Taburno, is de minst bekende en vaak de beste koop. De zone ligt rond de Taburno-berg in de provincie Benevento, kreeg in 1986 DOC-status en werd in 2011 opgewaardeerd. Dezelfde druif als in Taurasi, iets andere grond, meestal een lagere prijs en ook een rosato-versie die in Nederland zelden opduikt. Dat er maar 19 procent van alle Campaanse wijn onder een beschermde herkomst valt, zegt trouwens weinig over kwaliteit en veel over volume: de andere 81 procent verdwijnt grotendeels in eenvoudige flessen en bulk.
Irpinia, Sannio en de kust
Campania valt uiteen in drie werelden: het koele binnenland van Irpinia, de grote producent Sannio en de vulkanische kust bij Napels. De drie klassieke DOCG's liggen dicht bij elkaar in Irpinia, terwijl de meeste flessen uit Sannio bij Benevento komen. Wie de streken uit elkaar houdt, koopt gerichter.
Irpinia (provincie Avellino)
Bergachtig, koel, kalk en vulkanische as. Hier maken ze Taurasi, Fiano di Avellino en Greco di Tufo. De hoogte doet het werk: de oogst is laat, bij Aglianico vaak pas eind oktober of november, en de zuren blijven staan. Wie Piemonte en zijn Nebbiolo kent, herkent het patroon van late rijping en stevige structuur.
Sannio (provincie Benevento)
De motor van de regio. Ongeveer 10.000 hectare wijngaard en zo'n honderd bottelaars; de provincie levert grofweg de helft van alle Campaanse wijn. Falanghina uit Sannio is hier de handelsdruif: 2.261 hectare, ongeveer 80 procent van al de Falanghina in de regio, goed voor zo'n 6 miljoen flessen Falanghina del Sannio per jaar.
De kust en de vulkanen
Rond de Vesuvius ligt de DOC Vesuvio, met de wijn die Lacryma Christi heet: wit van Coda di Volpe en Verdeca, rood van Piedirosso en Sciascinoso. De naam betekent traan van Christus en komt uit een legende waarin Christus huilt om de val van Lucifer. Aan de Amalfikust en op Ischia wordt op steile terrassen gewerkt met lokale witte druiven als Biancolella. En bij Aversa staat de vreemdste wijngaard van Italië: de alberata aversana, waar de stokken tegen populieren en iepen omhoog groeien tot tien en soms vijftien meter. Oogsten gebeurt daar met een ladder van vijftien meter en zo'n dertig sporten.
De druiven van Campania
Campania werkt vrijwel volledig met inheemse druiven. Aglianico is met ongeveer 34 procent van de aanplant de belangrijkste; daarnaast dragen Fiano, Greco, Falanghina, Piedirosso en Coda di Volpe de regio. Internationale druiven als Merlot en Chardonnay spelen hier een kleinere rol dan in Noord-Italië.
- Aglianico (blauw): laatrijpend, veel tannine, hoge zuren, donker fruit en een rokerige, hartige kant. Wine Folly noemt Aglianico de koning van het zuiden en geeft 13,5 tot 15 procent alcohol, schenken op 15 tot 20 graden, een uur karafferen en tien jaar of meer kelderpotentie.
- Fiano (wit): body, peer, kruid en hazelnoot. De naam gaat terug op de Romeinse vitis apiana, genoemd naar de bijen die op de zoete pulp afkwamen. Rond Avellino zie je dat nog steeds gebeuren.
- Greco (wit): stevig, ziltig, hoge zuren, vaak wat schilcontact. Groeit op tuf, het vulkanische assteen waaraan het dorp Tufo zijn naam dankt, en waar ooit zwavelmijnen lagen.
- Falanghina (wit): citrus, wit fruit, bloemig. Het werkpaard van Sannio en de makkelijkste instap.
- Piedirosso (blauw): in het Napolitaans per 'e palummo, duivenpootje, naar de rode steeltjes van de tros. Lichter en sappiger dan Aglianico, de kustdruif bij uitstek.
- Coda di Volpe (wit): vossenstaart, genoemd naar de gebogen tros. Zacht, rond, met minder zuur; de tegenhanger van Greco.
Wil je de druif zelf beter leren kennen, dan staat er een aparte gids in onze Wijngids. Dat geldt ook voor wat Fiano zo eigenwijs maakt en voor de Greco-druif.
Hoe smaakt wijn uit Campania?
Kort gezegd: hartig in plaats van zoet, met zuren die opvallen. De rode wijnen zijn stevig getannineerd met zwarte kers, pruim, rook en een aardse ondertoon. De witte wijnen zijn droog, mineraal en veel voller dan hun lichte kleur doet vermoeden. Zoetheid komt in deze streek zelden voor.
In onze proeverij viel vooral het tempo op. Een jonge Taurasi van vier jaar oud kwam de eerste twintig minuten nauwelijks uit de verf: hard, stroef, weinig fruit. Na een uur in de karaf was het een andere wijn, met kers, drop en rook. Een Falanghina uit hetzelfde huis stond meteen te zingen. Dat verschil in geduld is het eerlijkste onderscheid tussen de rode en de witte kant van deze regio.
Schenktemperatuur maakt hier meer uit dan bij zachtere wijnen. Taurasi en Aglianico del Taburno komen op 16 tot 18 graden het beste uit de verf; warmer en de alcohol gaat overheersen, kouder en de tannine wordt hoekig. Falanghina en Greco zet je op 8 tot 10 graden, Fiano mag iets warmer, rond 10 tot 12 graden, anders verlies je de noot en het kruid. De vergelijking met Nebbiolo gaat trouwens verder dan de bijnaam: allebei laatrijpend, allebei stevig in tannine, allebei beter na een paar jaar geduld. Meer over schenken staat bij de serveertemperatuur per wijnsoort.
Praktisch: geef Aglianico ruimte. Meer over karafferen en over de juiste temperatuur voor rode wijn staat elders in de gids. Zoek je iets frissers voor de zomer, dan zit je bij droge witte wijn goed; wil je juist de andere kant op, kijk dan bij volle rode wijnen.
Campi Flegrei: wijngaarden die de druifluis nooit zagen
Ten westen van Napels ligt Campi Flegrei, DOC sinds 1994 en verspreid over zeven gemeenten. Het bijzondere: de druifluis heeft deze wijngaarden nooit kaalgevreten. De losse zandige vulkaanbodem en de nabijheid van zee maken het de luis onmogelijk, waardoor hier nog ongeënte, wortelechte stokken staan van soms honderd jaar oud.
Dat is geen folklore maar wijnbouwgeschiedenis. Vrijwel overal in Europa staan wijnstokken sinds de druifluisplaag op Amerikaanse onderstam geënt. In Campi Flegrei groeit Piedirosso en Falanghina nog op eigen wortels, in as, lapilli en tuf. Variëteitswijnen moeten hier minimaal 90 procent van de genoemde druif bevatten, meer dan de 85 procent die de DOCG's eisen.
De mythe: wortelechte oude stokken maken automatisch betere wijn.
Het feit: ze maken vooral andere wijn. Oude, ongeënte stokken geven weinig druiven per stok en vaak meer concentratie, maar een matige wijnmaker verpest die druiven net zo hard als elders. Wij zijn sceptisch over etiketten die vooral "vecchie vigne" roepen zonder een producent erachter die je kunt narekenen.
Wat kost een goede fles uit Campania?
Voor een goede Campaanse fles betaal je in Nederland ruwweg 10 tot 25 euro, met Taurasi als uitschieter naar 25 tot 45 euro. Dat komt door de kleine oppervlaktes, de handmatige oogst op hellingen en de verplichte rijping. De prijs zit in de tijd en de hoogte, niet in marketing.
Onder de 8 euro koop je in de praktijk geen streek maar een bulkmengsel met een Italiaanse naam. Dat is geen moreel oordeel, alleen rekenwerk: van die 8 euro gaat het grootste deel op aan accijns, btw, transport en de marges van iedereen die tussen de boer en jouw tafel staat. Precies daarom werken wij zonder tussenpersoon. Hoe dat zit lees je bij onze wijnboeren.
Bij welk eten past Campaanse wijn?
Campania is gebouwd op eten, en dat proef je. De hoge zuren van zowel de witte als de rode wijnen maken tomaat, olijfolie en gefrituurde dingen juist makkelijk in plaats van lastig. De vuistregel: hoe hartiger het gerecht, hoe steviger de wijn erbij mag zijn.
Wij combineren deze wijnen het liefst met simpel eten. Meer voorbeelden staan bij welke wijn bij pizza past, bij wijn bij pasta en in de pairing-gids voor kaas. Ga je vis doen, dan helpt de gids over wijn bij vis; voor lam en gegrild werk kijk je bij wijn bij vlees.
Zelf kopen: waar je op let
Let bij het kopen op drie dingen: de herkomstbenaming op het etiket, het oogstjaar en de naam van de producent. DOCG of DOC zegt waar de druiven vandaan komen en aan welke regels de wijn moet voldoen. Een merknaam zonder streek zegt alleen dat iemand een etiket heeft laten ontwerpen.
- Voor wit: koop jonge jaargangen. Falanghina drink je binnen twee jaar, Fiano en Greco kunnen langer, maar zoek geen wit uit Campania van tien jaar oud in het schap.
- Voor rood: een Taurasi uit een net vrijgegeven jaargang heeft tijd nodig. Koop hem, leg hem weg, of neem een Aglianico uit Sannio als je hem vanavond wilt drinken.
- Bewaren: liggend, donker, 12 tot 14 graden. Zie hoe je rode wijn bewaart.
- Verder kijken: ligt Campania je, dan zijn Puglia met zijn Primitivo en Toscane met Sangiovese logische volgende stappen. Een overzicht van heel Italiaanse wijn staat in de gids, net als de witte wijnen uit Italië.
Nog een praktisch punt: Campaanse etiketten noemen vaak de gemeente of het gehucht in plaats van een fantasienaam, en dat is een goed teken. Zie je Tufo, Lapio, Torrecuso of Taurasi zelf staan, dan weet je waar de druiven vandaan komen. Zie je alleen een Italiaans klinkende merknaam met een leeuw erop, dan koop je een idee. Wij kijken zelf altijd eerst naar wie er als bottelaar op het etiket staat: is dat een coöperatie, een handelshuis of het domein dat de druiven ook heeft geteeld?
En als je iets uit deze regio in huis wilt halen zonder de omweg langs importeur, groothandel en supermarkt: dat is precies waarvoor wij bestaan. Meer streken vind je onder Regio's.
Liever wijn van de boer dan van de tussenhandel?
Wij verkopen wijn rechtstreeks van Europese wijnboeren. Geen importeur, geen groothandel, geen schap vol merken die niemand kent. Je ziet wie de wijn maakte en wat hij ervoor krijgt.
Bekijk de Italiaanse wijnen →Onze wijnboerenItaliaanse flessen bij DIRT.
We hebben nog geen Campaanse boer aan boord. Wel Italianen die op dezelfde manier werken: klein, familiebedrijf, eigen wijngaard.
Veelgestelde vragen over Campania wijn
De vragen die we het vaakst krijgen over de wijnen rond Napels.
Wat is Campania wijn precies?
Welke wijn is Campania het meest bekend om?
Wat is het verschil tussen Taurasi en Aglianico?
Is Fiano di Avellino droog of zoet?
Hoe lang kun je een Taurasi bewaren?
Wat kost een goede fles uit Campania?
Waarom heten de wijnen van de Vesuvius Lacryma Christi?
Wat is Falanghina voor wijn?
Bij welk eten past wijn uit Campania?
Waar koop je Campaanse wijn in Nederland?
Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?
Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.
