Wijngids · Wijn & eten

Wijn bij aperitief: begin licht, de zware fles wacht

De beste wijn bij een aperitief is droog, fris en niet te zwaar. Denk aan droge bubbels, een strakke witte of een bleke rosé. In deze gids lees je welke wijn bij welk hapje past, wat je op een borrel schenkt, wanneer rood of zoet wel kan, en welke 32 wijnen in onze eigen winkel het aperitief als moment meekrijgen.

📚 15 min leestijd
Flûte met goudgele mousserende wijn voor een zonnige wijngaard met een boerderij op de achtergrond
Veiligste keus
Brut mousserend
Temperatuur
6-10 °C wit, rosé, bubbels
Alcohol
Liefst laag, rond 11-13%
Onze telling
32 van 147 wijnen met aperitief-advies

In het kort

TL;DR
  • Droog en fris wint. Een aperitief opent de maaltijd. Kies een droge wijn met levendige zuren en niet te veel alcohol, zodat er na het eerste glas nog ruimte is voor het eten.
  • Bubbels zijn de veiligste keus. Een brut mousserende wijn past bij bijna elk zout of gefrituurd hapje, van chips tot bitterballen.
  • Rood kan, maar dan licht. Een koele, soepele rode met weinig tannine, zoals cabernet franc uit de Loire. Volle rode bewaar je voor de hoofdgang.
  • Op een borrel bouw je op. Bubbels bij de bitterballen, een droge rosé of lichte rode bij worst en kaas, en een witte met een vleugje zoet bij pittige hapjes.
  • Zoet is een Franse gewoonte. Een muscat of Rivesaltes als aperitief kan, maar zet hem kouder en schenk een klein glas.
  • Bij ons in de winkel noemt het eetadvies of de schenktip bij 32 van de 147 wijnen het aperitief. 28 daarvan zijn wit, rosé of mousserend.

Welke wijn bij een aperitief? Het korte antwoord

Bij een aperitief past het best een droge, frisse wijn met weinig hout en niet te veel alcohol. Een brut mousserende wijn, een strakke witte zoals sauvignon blanc of muscadet, of een bleke droge rosé doet het bijna altijd goed. Die wijnen wekken trek op en drukken de wijn bij het eten niet weg.

Het woord zegt het al. Aperitief komt van het Latijnse aperire, openen. Het eerste glas is bedoeld om de avond te openen, niet om hem meteen af te sluiten. Dat is de reden dat de klassieke aperitiefwijnen lichter zijn dan wat je bij de hoofdgang drinkt: champagne en andere droge bubbels, fino en manzanilla uit Andalusië, lichte rieslings uit de Moezel, muscadet en chablis.

Wat er als hapje op tafel komt, maakt de keuze scherper. Olijven en gezouten amandelen vragen iets anders dan toastjes met gerookte zalm, en een bord ham of worst weer iets anders dan een bak chips. Verderop staat een tabel per hapje. Eerst de vraag die alles verklaart: wat maakt een wijn eigenlijk geschikt voor dat eerste glas?

Wat een aperitiefwijn moet kunnen

Een goede aperitiefwijn heeft drie dingen: duidelijke zuren, een droge smaak en een bescheiden alcoholpercentage. Zuur maakt hem verfrissend en houdt hem overeind naast zoute hapjes. Droog laat ruimte voor wat er nog komt. En met 11 tot 13 procent alcohol blijft het bij een tweede glas nog licht.

Het zuur is het belangrijkste. Bijna elk aperitiefhapje is zout: olijven, kaas, chips, ham, nootjes. Een vuistregel uit de proefliteratuur is dat zout eten om een wijn met pit vraagt. Een wijn met weinig zuur smaakt naast iets zouts al snel slap en plakkerig, terwijl een frisse wijn juist opleeft. Daarom zie je bij aperitieven zo vaak wijnen uit koelere streken, die van nature meer zuur hebben.

Hout en veel alcohol werken de andere kant op. Een volle, gehoute chardonnay van 14,5 procent is een prima wijn bij kreeft of gebraden kip, maar als eerste glas op een lege maag is hij zwaar en vermoeiend. De Oxford Companion to Wine noemt die volle chardonnay zelfs met name als het aperitief dat te veel liefhebbers schenken. Wij snappen de verleiding, want het is vaak de mooiste fles in huis. Bewaar hem toch voor later.

Onze tip

Twijfel je tussen twee flessen? Schenk de lichtste als aperitief. Een te lichte wijn vooraf mist niemand, een te zware wijn vooraf maakt de wijn bij het eten kleiner dan hij is.

Waarom bubbels zo vaak winnen

Mousserende wijn is de klassieke aperitiefwijn omdat hij droog, zuurrijk en meestal licht is, en omdat het koolzuur de mond na elk zout of vet hapje schoonspoelt. Een brut of brut nature past bij bijna alles wat er bij een aperitief op tafel komt, van chips en bitterballen tot oesters en kaasstengels.

Niet alle bubbels zijn gelijk. Champagne, cava, crémant en Italiaanse metodo classico krijgen hun tweede gisting op de fles. Die traditionele methode geeft de fijnste en meest aanhoudende mousse. Wine Folly legt uit waarom juist die bubbels zo goed zijn bij chips en friet: ze hebben de hoogste koolzuurdruk, en een brut of brut nature is droog genoeg om de zoute mond echt schoon te krijgen.

Prosecco en veel andere goedkopere bubbels worden in een tank gemaakt, de charmatmethode. Die wijnen zijn fruitiger en zachter van mousse. Een goed aperitief, zeker bij lichte hapjes, maar let op het etiket: prosecco met Extra Dry erop is zachter en iets zoeter dan brut. Meer daarover lees je in onze gids over prosecco. Wil je een betaalbare bubbel met de traditionele methode, dan is een Spaanse cava vaak de beste koop.

Brut, extra brut en brut nature

Brut is de veilige middenweg. Extra brut en brut nature zijn nog droger en strakker, en komen het best uit bij oesters, zilte hapjes en vette kaasjes. Demi-sec en doux zijn zoet: lekker bij een dessert, maar als aperitief maken ze de zoute hapjes eerder bitter dan beter. In onze gids over mousserende wijn staan alle stijlen naast elkaar.

Droog wit en bleke rosé als aperitief

Een droge witte wijn zonder hout is na bubbels de meest gebruikte aperitiefwijn. Sauvignon blanc, muscadet, chablis, albariño, arneis en lichte riesling werken allemaal, omdat ze fris zijn en weinig zwaarte hebben. Een bleke, droge rosé doet hetzelfde met iets meer fruit, en is daardoor makkelijk bij ham, olijven en groentehapjes.

Bij witte wijn zit het verschil vooral in het aroma. Een sauvignon blanc ruikt naar citrus, gras en kruisbes, en is daarmee sterk bij groene hapjes en geitenkaas. Muscadet en chablis zijn zilter en neutraler: precies goed bij oesters en schaaldieren. Een droge muscat uit de Elzas is uitgesproken bloemig en geurig. Ook die geldt daar als typisch aperitief, maar hij vraagt dan wel om eenvoudige hapjes die zijn geur niet overstemmen. Zoek je eerst een overzicht van de stijlen, begin dan bij droge witte wijn.

Bij rosé is de kleur een redelijke aanwijzing. Een bleke rosé is meestal licht en strak, een donkere rosé voller en fruitiger. Voor het eerste glas werkt de bleke variant het best. Een donkere rosé is beter bij de barbecue of een maaltijd. Die keuze maken makers zelf ook: een van de producenten in onze winkel schrijft bij zijn rosé letterlijk dat het géén zomers aperitiefwijntje is maar een wijn voor aan tafel. Meer over stijlen en druiven staat in onze gids over roséwijn.

Kan rode wijn als aperitief?

Rode wijn kan als aperitief, als hij licht is: weinig tannine, veel fris fruit en hooguit 13 procent alcohol. Denk aan cabernet franc uit de Loire, gamay of een lichte pinot noir, licht gekoeld op 14 tot 16 graden. Een volle, tanninerijke rode wijn is als eerste glas te zwaar en past beter bij de hoofdgang.

Tannine is het probleem. Die stroeve, drogende stof uit schil en pit heeft eten nodig, het liefst eiwit en vet. Op een lege maag of naast een olijf maakt een tanninerijke wijn de mond droog en ruw. Een lichte rode wijn mist dat bezwaar en is dan opeens een goede partner voor ham, worst en paté.

Onze eigen catalogus laat zien hoe uitzonderlijk dit is. Van de 81 rode wijnen in onze winkel krijgen er maar vier het aperitief in hun eetadvies, en twee daarvan zijn zoete Rivesaltes. Er blijven dus twee droge rode over. Een daarvan is Céleste van Domaine du Petit Bondieu, een cabernet franc uit Bourgueil van 12 procent. De maker schrijft dat de soepele tannines hem net zo goed als aperitief maken als bij een plank charcuterie, en het schenkadvies is 15 tot 16 graden. Dat profiel zou je moeten zoeken. Meer voorbeelden van dit soort wijnen staan bij lichte rode wijn.

Zoet en versterkt voor het eten: de Franse gewoonte

Zoete en versterkte wijnen worden in Frankrijk veel als aperitief gedronken: muscat de Rivesaltes, Pineau des Charentes, witte port. Dat kan heel lekker zijn, maar ze hebben 15 tot 22 procent alcohol en veel suiker. Schenk ze daarom ijskoud, in een klein glas, en vooral bij hartige hapjes als meloen met ham, paté of blauwe kaas.

In Nederland en de rest van Noord-Europa is het aperitief bijna altijd droog. In Frankrijk staat er net zo vaak een vin doux naturel of een vin de liqueur op tafel. Muscat de Rivesaltes, de grootste muscat-appellatie van Frankrijk in de Roussillon, wordt jong en fris gedronken, als aperitief of bij fruit. Pineau des Charentes uit de Cognacstreek is een mengsel van druivenmost en cognac en zit tussen 16 en 22 procent. In de porthandel is witte port het vaste aperitief.

Van de 32 wijnen in onze winkel met aperitief-advies zijn er zeven zoet. Zes van de zeven komen uit Zuid-Frankrijk: muscat de Rivesaltes, Rivesaltes Grenat en Hors d'Âge, Pacherenc du Vic-Bilh Doux. Dat past precies bij die Franse gewoonte. Onze kanttekening: na een zoet aperitief smaakt een droge witte bij het voorgerecht al snel dun. Bij een diner met meerdere gangen zou je zoete en versterkte wijn eerder aan het eind schenken dan aan het begin. Meer over deze stijl staat in onze gids over port en sherry.

Fino en manzanilla: de droge uitzondering

Er is één versterkte wijn die juist kurkdroog is: fino en manzanilla, de lichtste sherry's. Ze rijpen onder een laagje gist, de flor, en zitten meestal rond 15 procent. Volgens de sherrygids van Decanter maken hun zilte smaak en lichte zuren ze geschikt voor alles wat zout is, van olijven tot gezouten amandelen en ham. Schenk ze op 6 tot 8 graden en drink een open fles binnen een week leeg.

Welke wijn bij welk aperitiefhapje

De vuistregel per hapje: bij zout en gefrituurd kies je droge bubbels, bij vis en schaaldieren een strakke witte zonder hout, bij ham en worst een droge rosé of lichte rode, bij kaas een witte met wat body en bij zoet-hartig, zoals meloen met ham, een gekoelde muscat. Hoe zouter het hapje, hoe meer zuur de wijn nodig heeft.

Hapje
Wat het vraagt
Wijn
Olijven, gezouten amandelen
Zout, zilt, wat bitter
Fino of manzanilla, muscadet, brut nature
Chips, bitterballen, kaasstengels
Zout en vet uit de friteuse
Brut mousserend volgens de traditionele methode, cava, crémant
Toast met gerookte zalm
Rook, vet, een beetje zout
Brut, sauvignon blanc, droge riesling
Oesters en garnalen
Zilt, delicaat
Muscadet, chablis, extra brut
Ham, worst, paté
Vet, zout, kruidig
Droge rosé, lichte koele rode zoals cabernet franc
Jonge of belegen kaas
Romig, zout
Chardonnay zonder hout, chenin blanc, droge rosé
Bruschetta met tomaat
Zuur van de tomaat, olijfolie
Frisse Italiaanse witte, droge rosé
Groente met hummus of tzatziki
Fris, knoflook, kruiden
Sauvignon blanc, droge rosé
Meloen met ham
Zoet en zout tegelijk
Gekoelde muscat de Rivesaltes, droge rosé
Pittige borrelnoten
Zout en peper
Riesling met een vleugje zoet, prosecco

Zout en gefrituurd

Chips, bitterballen, kaasstengels en vlammetjes zijn het lastigst voor stille wijn: zout en vet leggen een laagje op de tong. Hier heb je het meest aan koolzuur en zuur samen. Een brut uit de fles is de beste keus. Een glas strakke witte werkt ook, maar haalt het niet bij bubbels.

Vis en schaaldieren

Bij toastjes met zalm, garnalen of oesters gaat het om delicate smaken die je niet wilt overstemmen. Een neutrale, zilte witte wijn of een extra brut doet dat het best. Bij oesters en zalm kun je dieper duiken in onze gidsen over wijn bij oesters en gerookte zalm met wijn.

Ham, worst en kaas

Vleeswaren zijn de plek waar rosé en lichte rode wijn het van wit winnen. Fruit en een beetje tannine vangen het vet op, de zuren houden het fris. Bij een schaaltje kaasblokjes met mosterd ligt een witte met wat meer body voor de hand. Ligt er een hele plank op tafel, met harde en zachte kazen door elkaar, kijk dan bij wijn bij een kaasplankje.

Wijn bij een borrel: van bitterbal tot oude kaas

Bij een borrel kies je wijn die een hele avond meegaat. Begin met droge bubbels, die alles uit de frituur aankunnen. Schenk een droge rosé of een lichte, koele rode met zachte tannine zodra de worst en de ham op tafel komen, en een witte met een vleugje zoet bij pittige hapjes. Zware rode wijn bewaar je voor het eten.

Het verschil met een aperitief zit in de duur en de hapjes. Een aperitief is kort en gaat vooraf aan het eten. Een borrel duurt langer en vervangt vaak de maaltijd. Wie om half zes iets inschenkt en om zeven uur aan tafel gaat, heeft een aperitief. Wie om vijf uur begint en om negen uur nog met bitterballen zit, heeft een borrel. Dan wil je meer variatie en meer flessen, en die reken je uit met onze uitleg over hoeveel flessen je nodig hebt voor een borrel.

De Hollandse borrelplank, hapje voor hapje

Op een Nederlandse borrel staan andere dingen dan bij een Frans of Italiaans aperitief: warme hapjes uit de frituur, worst, oude kaas en iets pittigs uit de Indische of Chinese keuken. Hoe zouter en vetter, hoe meer zuur en koolzuur de wijn nodig heeft. Hoe pittiger of zoeter, hoe minder alcohol.

Borrelhapje
Wat het vraagt
Wijn
Bitterballen en kaassoufflés met mosterd
Heet, vet en zout, plus de scherpte van mosterd
Brut mousserend, crémant of een droge rosé
Ossenworst en leverworst
Zacht, kruidig, vet
Lichte rode met zachte tannine, licht gekoeld
Droge worst en salami
Zout, peper, soms venkel
Sappige lichte rode zoals grolleau, gamay of cabernet franc
Oude kaas en komijnekaas
Zout, hartig, kruidig van de komijn
Chenin blanc met wat body, droge rosé of een soepele rode
Vlammetjes en loempia's met chilisaus
Pittig en zoet tegelijk
Witte of rosé met wat restsuiker en weinig alcohol, goed koud
Kipsaté met pindasaus
Zoet, vet en nootachtig
Riesling met een vleugje zoet, droge rosé

Bij pinda's, sojasaus en zoete chilisaus gaat een kurkdroge wijn snel zuur en dun smaken, want zoet eten laat wijn zuurder lijken. Een wijn met een beetje restsuiker heft dat op. Zout doet het omgekeerde: het maakt een wijn zachter en fruitiger, en daarom houden friszure wijnen zich zo goed bij bitterballen en worst.

Wat onze makers bij vleeswaren aanraden

Op 17 oktober 2026 telden we het eetadvies van de makers bij alle 171 wijnen die toen in onze winkel stonden. Bij 19 wijnen noemt de maker charcuterie of vleeswaren: 14 rode, 3 rosés en 2 mousserende. Van die 14 rode staan er 12 in onze productgegevens met soepele of weinig tannine en 2 met gemiddelde. Geen enkele heeft stevige of krachtige tannine, terwijl dat bij onze rode wijnen als geheel om 20 van de 85 gaat. De alcohol ligt tussen 11 en 14 procent.

De makers kiezen bij worst en ham dus bijna allemaal een lichte, zachte rode, en dat strookt met wat de wijnkenners die Decanter sprak over wijn bij charcuterie zeggen: veel tannine en hout vinden bij vleeswaren geen partner, en bij een gemengde plank noemen ze een Anjou of een lichte rode uit de Loire als allrounder. Een paar voorbeelden uit onze eigen winkel:

  • Domaine des Ruaults maakt in de Loire een Grolleau Noir van 11 procent, licht en fris. De maker noemt charcuterie en tapas, en schenkt hem licht gekoeld op 14 graden.
  • Follador uit de Veneto maakt de Testardo, een colfondo: een bubbel van glera die op de fles nagist, met het gistbezinksel er nog in. Ook 11 procent, en het eetadvies begint bij vleeswaren.
  • Château Sainte Eulalie uit de Minervois zet bij de rosé Printemps d'Eulalie charcuterie bovenaan. Schenken op 13 tot 14 graden, iets minder koud dan je bij rosé gewend bent.
  • Domaine Sergent uit Madiran is de enige maker die letterlijk "spontane borrels" in het advies zet, bij de Madiran VIN02. Zijn tip: een half uur in de koelkast voor je inschenkt.

Wat geen enkele maker noemt: bitterballen, olijven of iets anders uit de frituur. Logisch, want wie in de Loire of de Veneto wijn maakt, schrijft voor zijn eigen keuken. De vertaling naar de Hollandse borrelplank maak je dus zelf, en daar is de tabel hierboven voor.

Pittige hapjes: weinig alcohol en een vleugje zoet

Alcohol maakt het branden van chili erger, en een volle, zware wijn voelt na iets pittigs nog zwaarder. Bij vlammetjes, loempia's en pittige noten werkt een koele witte of rosé met wat restsuiker en weinig alcohol het best. Wine Folly zet dat zo op een rij: zoete witte wijn met weinig alcohol, gekoeld geschonken, past bij heet en pittig eten. Bij ons schrijft Domaine des Ruaults dat het lichte zoetje van de Cabernet d'Anjou, een rosé van 11,5 procent, de scherpte van licht pittige Aziatische gerechten tempert. Meer per gerecht lees je in onze gids over wijn bij pittig eten.

Onze tip

Wil je maar één fles openen voor de hele borrel? Neem dan een droge rosé of een lichte rode met weinig tannine en zet die een half uur in de koelkast. Die past bij de worst en de kaas en houdt het tegen de bitterballen beter vol dan een zware rode. Koop je de wijn bij de supermarkt, kijk dan bij onze borrelwijn uit de supermarkt.

Temperatuur, hoeveelheid en volgorde

Schenk aperitiefwijn koel: mousserend en witte wijn op 6 tot 10 graden, rosé op 8 tot 10, fino en zoete muscat op 6 tot 8 en lichte rode wijn op 14 tot 16. Reken een tot twee glazen per persoon. Met vier mensen heb je dan aan een fles van 75 centiliter genoeg voor het aperitief.

Temperatuur

Koud maakt een wijn frisser en strakker, en dat wil je voor het eerste glas. Sommige makers houden daar bewust rekening mee. Bij de Chignin-Bergeron van Maison Ravier uit de Savoie staat het advies om hem op 11 tot 12 graden als aperitief te schenken, en op 12 tot 14 graden bij het eten. Dezelfde wijn, net iets kouder voor het eerste glas. Alle temperaturen per stijl vind je in onze tabel met de juiste serveertemperatuur.

Hoeveelheid

Een fles van 75 centiliter geeft zes glazen van 125 milliliter. Bij een aperitief schenk je vaak wat kleiner, zo'n 100 milliliter, en dan haal je er zeven tot acht glazen uit. Wil je weten hoeveel er in een gewoon glas gaat, kijk dan bij hoeveel ml een glas wijn is.

Volgorde

De oude regel blijft staan: licht voor zwaar, droog voor zoet, wit voor rood. Bubbels als aperitief lopen vaak gewoon door bij het voorgerecht, zeker bij vis of een salade. Dat scheelt een fles openen en past goed bij elkaar. De zoete wijn komt aan het eind.

Onze tip

Zet de aperitiefwijn twee tot drie uur voor je gasten komen in de koelkast, of een half uur in een emmer met ijs en water. Een flûte vol halfkoude bubbels is het enige echt verkeerde aperitief.

Wat het advies bij onze eigen wijnen zegt

Van de 147 wijnen die nu bij DIRT. te koop staan, noemt het eetadvies of de schenktip er 32 als aperitief, ruim een op de vijf. 28 zijn wit, rosé of mousserend en 25 zijn droog. Van die droge staan er 22 als fris of zeer fris in onze productgegevens, met 11 tot 14,5 procent alcohol.

Die telling deden we op 15 oktober 2026, over alle wijnen die op dat moment in onze winkel stonden, op de velden met het eetadvies, de tip van de boer en het schenkadvies. Het opvallendste cijfer zit bij de bubbels: van de vijf mousserende wijnen in onze collectie krijgen er vier het aperitief als advies. Bij rood is het precies andersom: twee droge rode van de 81. Een paar voorbeelden:

  • Nebula Nature Metodo Classico Brut van Battaglino uit de Roero in Piëmonte. Een traditionele-methode-bubbel met 30 maanden rijping op de fles. De maker schenkt hem op 10 graden, en het eetadvies begint bij het aperitief en lichte hapjes.
  • Favìl Spumante Bianco Brut van Tenuta Viglione uit Puglia. Gemaakt volgens de charmatmethode, met 11 procent een van de lichtste wijnen in de winkel. Advies: 6 tot 8 graden, bij het aperitief en lichte hapjes.
  • Chignin-Bergeron Les Brêches van Maison Ravier, een roussanne uit de Savoie. De wijn met het temperatuuradvies hierboven: kouder als aperitief, iets warmer bij het eten.
  • Rosae van Domaine Sol Payré uit de Roussillon, een droge grenache-rosé van 12,5 procent. Schenkadvies: 8 graden. Van hetzelfde domein komen ook een muscat de Rivesaltes en twee Rivesaltes met aperitief in het eetadvies, de zoete Franse route uit deze gids.
  • Céleste van Domaine du Petit Bondieu, de lichte cabernet franc uit Bourgueil die we hierboven al noemden. De lichtste van de twee droge rode met aperitief-advies, en de enige waarbij de maker het in zijn eigen tip uitlegt.

Wat ons opviel: er staat geen enkele zware rode in het rijtje, en maar één witte met hout, een Pacherenc du Vic-Bilh Sec van 14,5 procent met lichte houttoetsen. De rest is wat de boeken voor het eerste glas aanraden: licht, droog en fris.

Klaar om te proeven?

Een fles bubbels voor het eerste glas

Droge mousserende wijn van kleine Europese wijnboeren, van metodo classico uit Piëmonte tot frisse spumante uit Puglia. Rechtstreeks uit de kelder van de boer en door ons verkocht; de boer verzendt vaak zelf.

Bekijk mousserende wijn →Onze wijnboeren
Onze selectie

Liever een stille witte vooraf?

Droge witte wijn met frisse zuren en weinig hout, van sauvignon blanc tot roussanne uit de Savoie. Schenk hem koud, op 8 tot 10 graden.

Snel antwoord

Veelgestelde vragen over wijn bij het aperitief

De vragen die we het vaakst horen over het eerste glas van de avond.

Welke wijn drink je als aperitief?
Een droge, frisse wijn met weinig hout en niet te veel alcohol. Een brut mousserende wijn is de veiligste keus, gevolgd door een strakke witte zoals sauvignon blanc of muscadet en een bleke droge rosé.
Is rode wijn geschikt als aperitief?
Ja, als hij licht is: weinig tannine, fris fruit en hooguit 13 procent alcohol. Cabernet franc uit de Loire, gamay of een lichte pinot noir, licht gekoeld op 14 tot 16 graden. Een volle rode bewaar je voor de hoofdgang.
Is prosecco een goed aperitief?
Ja. Prosecco is licht, fruitig en zacht van mousse, en dat werkt goed bij lichte hapjes. Kies brut als je hem droog wilt; Extra Dry is zachter en iets zoeter. Bij chips en gefrituurde hapjes doet een bubbel volgens de traditionele methode het beter.
Welke wijn past bij olijven?
Bij olijven passen zilte, droge wijnen: fino of manzanilla, muscadet of een brut nature. Ook een droge rosé werkt goed. Vermijd zware rode wijn, want de bittere toets van de olijf maakt tannine nog ruwer.
Welke wijn drink je bij chips en nootjes?
Bij chips en gezouten nootjes is een brut mousserende wijn de beste keus: het koolzuur en de zuren spoelen zout en vet weg. Bij pittige borrelnoten werkt een riesling met een vleugje zoet of een prosecco.
Is zoete wijn geschikt als aperitief?
In Frankrijk is dat heel gewoon, met muscat de Rivesaltes, Pineau des Charentes of witte port. Ze hebben wel 15 tot 22 procent alcohol en veel suiker. Schenk ze dus ijskoud, in een klein glas, en het liefst bij meloen met ham of paté.
Op welke temperatuur schenk je een aperitiefwijn?
Mousserende en witte wijn op 6 tot 10 graden, rosé op 8 tot 10, fino en zoete muscat op 6 tot 8 en lichte rode wijn op 14 tot 16 graden. Voor het aperitief mag het aan de koude kant van die marge.
Hoeveel wijn reken je voor een aperitief?
Reken een tot twee glazen per persoon. Een fles van 75 centiliter geeft zes glazen van 125 milliliter of zeven tot acht kleinere glazen. Voor vier mensen is een fles dus genoeg.
Welke wijn schenk je op een borrel?
Begin met droge bubbels, die passen bij alles uit de frituur. Bij worst en ham werkt een droge rosé of een lichte rode met zachte tannine, licht gekoeld. Bij pittige hapjes past een witte met wat restsuiker. Een borrel duurt langer dan een aperitief, dus je kunt opbouwen van licht naar iets voller.
Welke wijn past bij bitterballen?
Een brut mousserende wijn of een crémant: het koolzuur en de zuren snijden door het vet en het zout van de frituur. Een droge rosé werkt ook, zeker met mosterd erbij. Een zware rode met veel tannine houdt het tegen een heet, vet hapje minder goed vol.
DIRT. smiley
Over DIRT.

DIRT. verkoopt wijn van Europese familieproducenten; de boer verstuurt die zelf, rechtstreeks uit de kelder naar de klant. We spreken de wijnwaarde transparant met de maker af. Zo blijft de herkomst zichtbaar, van wijngaard tot glas.

Blijf op de hoogte

Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?

Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.