Umbria wijn: Sagrantino, Orvieto en het groene hart van Italië
Umbrië is de enige Italiaanse regio zonder kust en zonder buitenlandse grens. Dat klinkt als een detail, maar het verklaart veel: geen zeewind, wel hoogte, koude nachten en een rode druif met zoveel tannine dat hij eeuwenlang alleen als zoete kloosterwijn werd gemaakt. Dit is wat er in dat groene binnenland gebeurt.

In het kort
- Umbrië is de enige Italiaanse regio zonder kust en zonder buitenlandse grens. Ruim 12.400 hectare wijngaard, goed voor net onder de 600.000 hectoliter per jaar (cijfers 2022).
- Twee DOCG's, dertien DOC's. Montefalco Sagrantino en Torgiano Rosso Riserva staan bovenaan; Orvieto is veruit de bekendste DOC.
- Sagrantino is de handtekening. Een blauwe druif met dikke schil en meer polyfenolen dan Cabernet Sauvignon, Nebbiolo of Tannat in dezelfde vergelijkende test.
- Wit draait om Grechetto. Plus Trebbiano Spoletino, een bijna verdwenen lokale druif die sinds 2011 een eigen DOC heeft en weer serieus wordt aangeplant.
- Prijs-kwaliteit is scherp. Umbrië ligt in de schaduw van Toscane, en dat merk je aan het prijskaartje.
Waar komt Umbria wijn vandaan en waarom smaakt hij anders
Umbria wijn komt uit het midden van Italië, uit een regio die ingeklemd ligt tussen Toscane, Marche en Lazio. Het is de enige Italiaanse regio die geen zee raakt en ook geen buitenland. Dat klinkt als aardrijkskundetrivia, maar het bepaalt de smaak: zonder zeewind koelen de nachten harder af, de dagverschillen worden groter en de druiven houden hun zuur vast.
De regio telt maar twee provincies, Perugia en Terni. De Tiber snijdt er van noord naar zuid doorheen, in het noorden ligt het Trasimeense meer en daaromheen liggen de heuvels waar bijna alle wijngaarden staan. Bijnaam: het groene hart van Italië. Wie de heuvels van Toscane kent, herkent het landschap meteen, alleen met minder toeristen en minder nullen op het prijskaartje.
Met ruim 12.400 hectare wijngaard is Umbrië klein. De buren maken meer lawaai: Lazio in het zuiden, Marche aan de andere kant van de bergen en Abruzzo daar weer onder. Wie het hele plaatje wil, begint bij ons overzicht van Italiaanse wijn en zakt daarna af naar de regio's.
Een aardigheidje uit het noorden: rond het Trasimeense meer staat een druif die lokaal Gamay del Trasimeno heet, maar die in werkelijkheid gewoon Grenache is. De naam is ergens in de negentiende eeuw verkeerd blijven hangen en nooit meer gecorrigeerd.
Sagrantino: de meest tannische druif van Italië
Sagrantino is een blauwe druif met een dikke schil en grote pitten, die vrijwel alleen groeit rond het stadje Montefalco in de provincie Perugia. In een vergelijkende studie van de Edmund Mach Foundation, aangehaald door Wine Folly, kwam Sagrantino hoger uit in polyfenolen dan Cabernet Sauvignon, Nebbiolo en Tannat. Vertaald naar je mond: dit is de stevigste rode wijn die Italië te bieden heeft.
De naam komt waarschijnlijk van het Latijnse sacer, heilig. Eeuwenlang werd Sagrantino namelijk niet droog gemaakt maar als passito: de trossen gingen na de oogst op rieten matten drogen en de zoete wijn die daarvan kwam, werd bij de mis geschonken. Droge Sagrantino zoals we die nu kennen is een uitvinding van de late twintigste eeuw.
Dat het uberhaupt nog bestaat, is grotendeels het werk van een familie. Toen textielondernemer Arnaldo Caprai in 1971 grond kocht in Montefalco, stond er in heel Umbrië minder dan tien hectare Sagrantino. Zoon Marco nam het bedrijf in 1988 over, zette in op droge wijn met lange schilweking en bracht in 1993 de fles uit die de streek internationaal op de kaart zette. In 1992 kreeg Sagrantino di Montefalco de DOCG-status; in 2009 werd de naam omgedraaid naar Montefalco Sagrantino.
Het reglement is streng. Honderd procent Sagrantino, minimaal 37 maanden rijping waarvan twaalf op hout, en dat geldt ook voor de passito-versie, waarbij de trossen eerst minstens twee maanden drogen. De afgebakende zone beslaat vijf gemeenten rond Montefalco: Bevagna, Gualdo Cattaneo, Castel Ritaldi en Giano dell'Umbria. Het is een kleine denominatie, met ongeveer 415 hectare en zo'n 10.490 hectoliter per jaar.
De mythe: veel tannine betekent een zware, stroperige, half zoete wijn.
Het feit: Sagrantino is kurkdroog. Tannine is geen suiker en geen alcohol, het is de stof uit schil en pit die je mond droog trekt. Wil je weten waarom dat gebeurt, lees dan wat tannine met je mond doet. Bij Sagrantino stapelt dat effect zich op tijdens het glas: slok drie voelt steviger dan slok een. Daarom werkt de wijn zoveel beter met eten dan zonder.
Er is ook een nieuwe generatie makers die de druif minder als krachtpatser behandelt. Decanter beschrijft hoe producenten in Montefalco met fermentatie in amfora en hoger gelegen percelen boven de 400 meter naar elegantere, frisse versies zoeken. Dat is voor Nederlandse drinkers goed nieuws: die stijl is een stuk toegankelijker.
Montefalco Rosso: de makkelijke ingang
Montefalco Rosso komt van dezelfde heuvels, maar is een blend: ongeveer 60 tot 70 procent Sangiovese met 10 tot 15 procent Sagrantino erdoorheen, aangevuld met andere blauwe druiven. Merlot en Cabernet Sauvignon mogen ook. Dat scheutje Sagrantino geeft kleur, grip en donkerder fruit, zonder de kaakklem van de pure versie.
Voor de meeste mensen is dit de logische eerste fles uit Umbrië. Je proeft de streek, je betaalt de helft en je hoeft er geen tien jaar op te wachten. De meeste Rosso's drinken het lekkerst tussen drie en tien jaar na de oogst. Zet er een bord pasta met ragu naast en het klopt.
Torgiano en Lungarotti: de andere DOCG
Torgiano Rosso Riserva is sinds 1990 de tweede DOCG van Umbrië, met terugwerkende erkenning tot de jaargang 1983. De wijn bestaat uit 50 tot 70 procent Sangiovese en 15 tot 30 procent Canaiolo, met ruimte voor wat Trebbiano en andere blauwe druiven. De Riserva moet minstens drie jaar rijpen, waarvan een half jaar op fles. Dat is vergelijkbaar met de eisen aan de hoogste tier van Chianti.
Torgiano is in de praktijk het verhaal van een huis: Lungarotti. Giorgio Lungarotti bouwde de reputatie van het dorp op en opende in 1974 het wijnmuseum in Torgiano, dat nog steeds een van de betere wijnmusea van Italië is. Dat een hele DOCG feitelijk aan een familie hangt, is zeldzaam en niet zonder risico, maar het heeft de wijnen wel een consistentie gegeven die je in de rest van de regio minder vaak vindt.
Orvieto: van zoete kloosterwijn naar droge witte
Orvieto is de bekendste witte wijn van Umbrië en kreeg zijn DOC in 1971. De zone loopt over de regiogrens door tot in het noorden van Lazio, rond de tufsteenrots waar de stad Orvieto op staat. Het reglement vraagt minimaal 60 procent Procanico en Grechetto samen; de rest mag uit andere toegestane witte druiven komen, zoals Verdello, Drupeggio en Malvasia.
Wat de meeste mensen niet weten: Orvieto was eeuwenlang niet droog. De druiven werden na de oogst bewaard in de vochtige tufsteengrotten onder de stad, waar ze botrytis opliepen. Het resultaat was een goudgele, licht zoete wijn die Gabriele d'Annunzio ooit omschreef als de zon van Italië in een fles. Die stijl bestaat nog, onder de naam abboccato of muffa nobile, maar hij is een nichetje geworden. Meer over dat soort wijnen lees je bij zoete wijn.
De Orvieto die je nu in Nederland koopt is een droge witte wijn: citrus, groene appel, wat kruidigheid en een lichtbittere afdronk. Er is een Classico-subzone voor het historische hart van het gebied. Prijzen liggen laag, wat de reputatie geen goed heeft gedaan; er is meer betrouwbare Orvieto dan de kritiek suggereert, maar je moet wel voorbij de allergoedkoopste flessen kijken.
Grechetto en Trebbiano Spoletino
Achter de naam Grechetto zitten twee genetisch verschillende druiven. Grechetto di Todi is identiek aan Pignoletto uit Emilia-Romagna, geeft lagere opbrengsten en fijnere, geconcentreerdere wijn. Grechetto di Orvieto draagt ruimer en smaakt wat rustieker, met meer grip. Verwarrend genoeg is Grechetto di Orvieto weer niet hetzelfde als Greco di Tufo uit Campanië, ondanks de naam.
Als monocepage geeft Grechetto een droge witte wijn met citrus, gele appel en vaak een amandelbittertje in de afdronk. Het is een van de weinige Italiaanse witte druiven met genoeg structuur om een paar jaar op fles te overleven, terwijl Trebbiano in zijn gangbaarste vorm juist bekendstaat als neutraal.
Trebbiano Spoletino is het interessantere verhaal. Deze lokale witte druif groeit vrijwel alleen rond Spoleto en Montefalco, was bijna verdwenen en telde bij de laatste grote inventarisatie in 2010 nog zo'n 200 hectare. Spoleto kreeg in 2011 een eigen DOC en sindsdien verschijnen er steeds meer flessen van alleen deze druif. Er bestaan nog stokken van voor de druifluis: Decanter beschrijft een producent met zestig tot zeventig meer dan honderd jaar oude planten die tegen veldesdoorns omhoog groeien tot boven de drie meter. De wijn is zuurrijk, kruidig en houdt jaren stand, en werkt ook als mousserende Italiaanse witte wijn.
Klimaat, bodem en hoogte
Umbrië heeft een continentaal klimaat: warme, droge zomers en koude nachten, zonder de dempende werking van de zee. Voor een laat rijpende druif als Sagrantino is dat precies goed, want die heeft een lang seizoen nodig om zijn tannine rijp te krijgen. Onrijpe Sagrantino is namelijk niet stevig maar gewoon ondrinkbaar.
De bodems rond Montefalco horen bij de afzettingen van het Tiberbekken in de Valle Umbra: klei met zand erdoorheen en pockets kalk. Klei houdt water vast in droge zomers en geeft de wijn body; de kalk zorgt voor spanning. Rond Orvieto is het verhaal anders, daar domineren tufsteen, kalk en vulkanisch materiaal, wat de witte wijnen hun zoutige kant geeft.
Hoogte doet de rest. De betere percelen liggen op de heuvels, sommige boven de 400 meter, en juist daar houden de druiven hun frisheid. Dat is dezelfde beweging die je in half Italië ziet: hoger de heuvel op, op zoek naar nachten die koud genoeg zijn.
Wat kost een fles en wat krijg je ervoor
Umbrië is geen koopje-regio, maar wel een van de laatste plekken in Midden-Italië waar de prijs nog in verhouding staat tot het werk. Reken op ongeveer 8 tot 15 euro voor een Orvieto of Grechetto, 12 tot 22 euro voor een Montefalco Rosso, en vanaf ongeveer 25 euro voor een Montefalco Sagrantino. Torgiano Rosso Riserva zit meestal in dezelfde klasse als een goede Sagrantino.
Wat je bij Sagrantino betaalt, is vooral tijd. Drie jaar rijping voordat de fles het bedrijf mag verlaten betekent drie jaar geld dat vaststaat, en dat zie je terug. Onder de 20 euro vind je zelden een Sagrantino waarin die rijping ook echt te proeven is.
We zetten een Montefalco Rosso van rond de 15 euro naast een Sagrantino van rond de 35. De Rosso was meteen aan de praat: kers, kruiden, soepel. De Sagrantino deed het eerste half uur bijna niets en trok vooral onze mond droog. Na een uur in de karaf kwam hij los, en bij een stuk gebraden varkensnek won hij het met afstand. Zonder dat bord vlees hadden we hem niet uitgedronken.
De eerlijke conclusie: koop Sagrantino als je een eetwijn zoekt en de tijd hebt om hem te decanteren. Zoek je iets om zomaar te schenken, dan is de Rosso de betere aankoop.
Umbrische wijn bij eten
Sagrantino vraagt vet en eiwit. Gebraden varkensvlees, lamsbout, wildzwijn, een stevige stoofpot of een oude pecorino: dat zijn de gerechten waarbij de tannine ergens aan kan hechten. Zonder tegenwicht op je bord wordt de wijn na twee glazen vermoeiend. In Umbrië zelf eten ze er porchetta bij, of pasta met een saus van zwarte truffel uit Norcia.
Montefalco Rosso is veel makkelijker in te passen. Tomatensaus, gegrilde worst, pizza, aubergine uit de oven. De combinatie met rood vlees is de veiligste, maar hij kan ook prima mee naar de barbecue. Voor het hele Italiaanse repertoire hebben we een aparte gids over wijn bij Italiaans eten.
Wit is rechttoe rechtaan: Orvieto en Grechetto bij vis, gefrituurde groente, kip met citroen en jonge kazen. Bij oude kaas hou je het beter op rood, want een pittige pecorino walst over een lichte witte wijn heen.
Bewaren, schenken en serveren
Een goed gemaakte Sagrantino kan dertig jaar mee, maar dat is niet het advies voor de meeste flessen. Het praktische venster ligt tussen vijf en vijftien jaar na de oogst: jong is de tannine hard en gesloten, na een jaar of acht komen leer, tabak en gedroogd fruit naar boven. De algemene regels vind je bij rode wijn bewaren.
Schenk Sagrantino op 16 tot 18 graden. Te warm en de alcohol gaat overheersen, te koud en de tannine wordt hoekig. Geef hem minstens een uur lucht in een karaf; bij jonge flessen mag het langer. Orvieto en Grechetto drink je koeler, rond 8 tot 10 graden, meestal binnen twee jaar na de oogst. Twijfel je over de juiste schenktemperatuur of over welk glas je kiest, dan hebben we daar aparte gidsen voor.
Nog een tip als je Sagrantino voor het eerst probeert: schenk kleine glazen en neem de tijd. Wie de wijn leert proeven in plaats van hem weg te drinken, merkt hoe de tannine per slok verandert. Dat is precies wat deze druif interessant maakt.
Umbrië staat nog niet in ons schap
We hebben nog geen wijnboer uit Umbrië. Wel andere Italianen die precies hetzelfde doen: zelf oogsten, zelf bottelen, zelf de prijs bepalen. Geen tussenhandel, geen opslag, geen marketingverhaal.
Bekijk de Italiaanse wijnen →Onze wijnboerenItaliaanse wijn, rechtstreeks van de boer
Kleine Italiaanse families die zelf oogsten, zelf bottelen en zelf hun prijs bepalen. Wij regelen de bestelling, de boer doet de rest.
Veelgestelde vragen over Umbrische wijn
De vragen die we het vaakst krijgen over Sagrantino, Orvieto en de rest van de regio.
Wat maakt Umbrische wijn anders dan Toscaanse wijn?
Welke druif is typisch voor Umbrië?
Hoe smaakt Sagrantino di Montefalco?
Is Sagrantino echt de meest tannische wijn ter wereld?
Hoe lang kun je Montefalco Sagrantino bewaren?
Wat is het verschil tussen Montefalco Sagrantino en Montefalco Rosso?
Is Orvieto een zoete of een droge wijn?
Wat is Grechetto voor wijn?
Wat kost een goede fles Umbrische wijn?
Bij welk eten past Umbrische wijn?
Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?
Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.
